Noord-Holland wil bodemdaling bestrijden

26 april 2018

In veenweidegebieden worden de slootpeilen laag gehouden voor de landbouw. De veehouders hebben dit nodig om het land te kunnen bewerken, voldoende grasgroei te verkrijgen en het land niet te laten vertrappen door het vee.

Door de lage waterpeilen verteert het veen en daalt de bodem. Om bodemdaling tegen te gaan zet de provincie Noord-Holland een programma op. Dit om de bodemdaling in veenweidegebieden af te remmen, te stoppen en daar waar mogelijk te herstellen.

Het Planbureau voor de Leefomgeving verwacht dat in de periode 2010-2050 de bodem in Noord-Hollandse veenweidegebieden met landbouw met 27 cm daalt. Tegelijkertijd stijgt de zeespiegel en wordt Noord-Holland kwetsbaarder voor overstromingen.

Bodem

Door de vertering van het veen komt CO2 vrij. De uitstoot van C02 verwarmt de aarde. De veengebieden in Nederland dragen voor 2 % bij aan de totale CO2 uitstoot, hetgeen neerkomt op de uitstoot van 2 miljoen auto’s.

De provincie wil de bodemdaling en de CO2 uitstoot aanpakken door gebiedsgericht en samen met de partners die daar mede voor verantwoordelijk zijn de bodemdaling in veenweidegebieden af te remmen, te stoppen en zo mogelijk te herstellen. Dat is complex en vraagt innovaties en onderzoek en medewerking van veel partijen.

Provinciale Staten van Noord-Holland hebben daarom € 1 miljoen extra beschikbaar gesteld voor het Innovatieprogramma Veen, met een onderzoeklocatie in het Zuiderveen bij Nauerna en bij een veehouder in Assendelft. Ook gaat de provincie aan de slag in bestaande gebiedsgerichte projecten, in Westzaan en in Waterland-Oost.