Interbestuurlijk programma: extra geld naar maatschappelijke opgaven

Nederland staat de komende tijd voor een aantal uitdagingen, zoals de transitie naar duurzame energie, het tegengaan van eenzaamheid en het terugdringen van het aantal mensen met problematische schulden.

Deze opgaven beperken zich niet tot de grenzen van een gemeente of regio. Het Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen hebben daarom afgesproken om samen een aantal grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Het Rijk heeft hiervoor een ruim accres beschikbaar gesteld aan gemeenten en provincies. Daarnaast investeert het Rijk ook door het inzetten van extra geld en andere intensiveringen. Er is 1,4 miljard euro beschikbaar voor de opgaven in het interbestuurlijk programma. Het totale accres voor gemeenten en provincies bedraagt ruim 6 miljard.

Dit werd vandaag bekend gemaakt door minister-president Rutte, de ministers Ollongren (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) en De Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), burgemeester Van Zanen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, commissaris van de Koning Remkes van het Interprovinciaal Overleg en dijkgraaf Oosters van de Unie van Waterschappen.

Voor provincies is het belangrijk dat IBP goed aansluit op de Investeringsagenda ‘Naar een duurzaam Nederland’ die provincies, gemeenten en waterschappen dit voorjaar presenteerden. Het Programma biedt een basis voor een meerjarige programmatische nationale aanpak met landsdekkend integrale regionale energie- en klimaatstrategieën, waarbij de decentrale overheden het voortouw nemen om dit samen met het Rijk uit te werken.

In het Interbestuurlijke Programma (IBP) wordt samengewerkt aan de volgende opgaven en geeft uitvoering aan een aantal afspraken in het regeerakkoord. De komende tijd wordt besteed om knelpunten en oplossingen in beeld te brengen. Dat moet in de tweede helft van 2018 leiden tot concrete afspraken.

  1. Samen aan de slag voor het klimaat, door onder meer een CO2-reductie tot 49% in 2030 en circa 50.000 nieuwbouwwoningen per jaar aardgasvrij op te leveren in 2021 en 30.000-50.000 bestaande woningen per jaar aardgasvrij te maken of ‘aardgasvrij-ready’. Bij de inrichting van het land moet rekening gehouden worden met klimaatverandering.
  2. Toekomstbestendig wonen, door onder meer sloop en transitie van woningvoorraad, bestrijding van leegstand en meer kansen op de woningmarkt voor kwetsbare groepen.
  3. Regionale economie als versneller, door meer nadruk te leggen op de regionale omstandigheden voor het bereiken van ambities.
  4. Naar een vitaal platteland, door onder meer te zorgen voor duurzame landbouw zonder ongewenste risico’s voor de leefbaarheid van boeren, burgers en milieu.
  5. Merkbaar beter in het sociaal domein, door onder meer extra in te zetten op de aanpak van eenzaamheid, het voorkomen dat kinderen binnen verschillende vormen van zorg tussen wal en schip vallen, en zorgen dat ouderen en mensen met een beperking in hun eigen vertrouwde omgeving kunnen blijven wonen.
  6. Nederland en migrant goed voorbereid, door een flexibeler asielstelsel, snellere terugkeer van migranten zonder verblijfsrecht en verbetering van het taalniveau en de arbeidsparticipatie van nieuwkomers.
  7. Problematische schulden voorkomen en oplossen, door onder meer beginnende schulden eerder te signalen en gemeenten meer mogelijkheden te geven om kosten van het beschermingsbewind te beheersen. 
  8. Goed openbaar bestuur in een veranderende samenleving, door onder meer een integrale aanpak van multiproblematiek in ondermijningsgevoelige gebieden, het benutten van kansen door digitalisering en het openbaar maken van informatie, en de democratie weerbaarder te maken en decentrale volksvertegenwoordigers en bestuurders beter te ondersteunen.
  9. Passende financiële verhoudingen, door onder meer toezicht te vernieuwen, totale rijksuitgaven als basis te hanteren voor een goede normeringssystematiek, en knelpunten in de fiscale regelgeving te inventariseren.
  10. Overkoepelende thema’s, die gaan onder meer over krimp- en grensregio’s, het aansluiten van de Nationale Omgevingsvisie op de bestaande Omgevingsvisies, en samenwerking op EU-dossiers.

Ondertekening samenwerkovereenkomst