Weblog: Samen aan de slag met herindelingsontwerpen Gooi en Vechtstreek

16 februari 2018

Gedeputeerde Staten (GS) besloten in november 2017 de herindeling van de gemeenten in de Gooi en Vechtstreek voort te zetten volgens het besluit van februari 2017. Zoals verwacht riep dit de nodige reacties op, zowel instemmend als afwijzend. Maar uit het merendeel van de reacties bleek vooral het besef dat er in de regio iets moet gebeuren.

Dat verwondert niet, want al jaren wordt in meerdere onderzoeken aangetoond dat de bestuurskracht in de regio en gemeenten versterkt moet worden. Zo kunnen gemeenten namelijk taken die vanuit hogere overheden worden overgeheveld goed uitvoeren. Denk hierbij aan de zorg, een omgevingsvisie opstellen of de energietransitie. Dit kunnen gemeenten in het algemeen niet zelfstandig uitvoeren. Daarnaast is het belangrijk de dienstverlening aan inwoners op peil te houden en waar mogelijk te verbeteren. Ook moeten volksvertegenwoordigers in gemeenteraden hun democratische taken kunnen vervullen, op zo’n manier dat niet ’alles’ is geregeld in gemeenschappelijke regelingen. Want daardoor hebben zij in de praktijk weinig invloed op de besluitvorming.

Duidelijk

Voor ons voltallig college was het eensgezinde besluit dat wij op die late novembermiddag moesten nemen duidelijk. Duidelijk, nadat er in de maanden ervoor ‘open overleg’ was met de gemeenten. In die fase konden zij aangeven of zij andere oplossingen voor de toekomst zagen dan de in februari 2017 voorgenomen herindeling. Het is een misverstand te denken dat ‘open overleg’ betekent dat de standpunten van alle partijen worden overgenomen. Dat kon ook niet, omdat de gemeenten zeer verschillende standpunten hadden. Dit zorgde ervoor dat GS besloten zelf de knoop door te hakken. Op zo’n moment neemt de provincie haar verantwoordelijkheid.

‘Open overleg’

Ik snap dat het GS-besluit de gemeenten Huizen, Blaricum en Laren het meest heeft verrast. Dat komt doordat hen tijdens het ‘open overleg’ is gezegd dat een eigen, goed voorstel voor versterking van de bestuurskracht een alternatieve oplossing zou kunnen zijn. GS hadden de gemeenten wel een aantal randvoorwaarden meegegeven. Maar de mogelijkheid geven tot een alternatief voorstel, betekent nog niet dat het ook gehonoreerd wordt. 

Randvoorwaarden

GS kwamen tot de conclusie dat het voorstel van de gemeenten voor een gemeenschappelijke regeling niet aan de randvoorwaarden voldoet. Het voorstel betekende een nieuwe gemeenschappelijke regeling bovenop alle bestaande in de regio. Dit draagt niet bij aan meer democratische legitimatie of besluitvorming. Want de regeling zou de raden van de gemeenten op 5 belangrijke regionale thema’s – milieu en duurzaamheid, ruimte en mobiliteit, economie en innovatie, cultuur, recreatie en toerisme en het sociaal domein – meer op afstand plaatsen. Daardoor hebben de raadsleden in deze gemeenten bijna geen ruimte meer om zelfstandig te besluiten. GS vinden dat ongewenst omdat ze een goed functionerend democratisch bestel hoog in het vaandel hebben. 

Daarnaast geloofden GS niet in de voorgestelde werkwijze met gemandateerde wethouders die namens de 3 gemeenten in de regio of daarbuiten opereren. Dit zou betekenen dat vooraf gezamenlijke standpunten moeten worden ingenomen door de colleges, terwijl onduidelijk is in hoeverre de gemeenteraden daarop hun invloed kunnen uitoefenen. Vervolgens is er de vraag van de verantwoording achteraf. Stel dat de gemandateerde wethouder in een regionale vergadering een besluit neemt dat in de gemeenten waarvan hij geen wethouder is, slecht valt. Gaat die wethouder dan in een voor hem vreemde raad verantwoording afleggen? Of doet de eigen wethouder dat over het gedrag van de gemandateerde collega? Bestuurlijk ‘gedoe’ ligt voor de hand en het is de vraag of dit helpt om krachtiger regionaal te besturen. Deze afwegingen leidden ertoe dat GS het voorstel niet overtuigend of geloofwaardig vonden.

Samenwerking hoeft niet te stoppen

Ik begrijp goed dat een fusie van Huizen, Blaricum en Laren ook gevolgen heeft voor de Utrechtse gemeente Eemnes. Want de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren hebben 1 ambtelijke organisatie. GS hebben echter nergens gezegd dat deze samenwerking beëindigd moet worden. Dit lijkt voor velen het logische gevolg van ons GS-besluit maar ik deel dat standpunt niet. Als het mogelijk is om gezamenlijk een ambtelijke organisatie voor drie gemeenten te hebben, waarom zou dit na de herindeling op basis van nieuwe afspraken niet kunnen in een ambtelijke organisatie voor 2? Dat is een keuze die de betrokken gemeenten kunnen maken.

Nieuwe gemeenteraden aan zet

Inmiddels bereidt het overgrote deel van de gemeenten in de regio zich voor op de volgende stappen in het fusieproces. GS hebben de gemeenten geïnformeerd dat deze maand wordt gestart met het opstellen van de herindelingsontwerpen. We vinden het belangrijk dat de gemeenten de ruimte en gelegenheid hebben om hun eigen inbreng voor de herindelingsontwerpen te leveren. In november hebben GS al besloten dat de termijn waarop de herindelingsontwerpen naar de minister worden gestuurd, is verlengd tot 1 september 2018. Op deze manier kunnen de nieuwe gemeenteraden besluiten over de toekomst van hun gemeente Dit was een veelgehoorde vraag uit het ‘open overleg’. Dat betekent ook dat de huidige en de nieuwe raden hun verantwoordelijkheid moeten nemen en moeten meewerken aan goede herindelingsbesluiten. Bijvoorbeeld op het onderwerp kernenbeleid in de nieuwe gemeente, terecht een aandachtspunt. En uiteindelijk kunnen de raden via een zienswijze later dit jaar aangeven wat zij van de besluiten vinden. 

Samen aan de slag

Ik roep de betrokken gemeenteraden, eens of oneens, dan ook op de komende periode te gebruiken om alle belangrijke aspecten voor hun gemeente constructief in te brengen bij de opstellers van het herindelingsbesluit. Dat geldt ook voor inwoners, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties. Ook zij kunnen de komende maanden hun punten inbrengen. Kortom: we gaan samen aan de slag!

Jack van der Hoek
16 februari 2018

Uitgelicht

Portretfoto Jack van der Hoek