Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »
Wat heeft de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) te maken met allochtone vrijwilligersorganisaties? Die vraag stond centraal tijdens een goed bezochte bijeenkomst op 9 juni in het Noord-Hollandse provinciehuis in Haarlem.
Er verandert veel in de wetgeving rond zorg en welzijn in Nederland. Op 1 januari 2007 treedt de WMO in werking. Gemeenten krijgen daardoor meer mogelijkheden hun eigen beleid te maken op het gebied van welzijn en zorg. Veel gemeenten doen dat samen met organisaties van zorgvragers. Vrijwilligersorganisaties - en zeker allochtone vrijwilligersorganisaties - zijn door gemeenten tot nu toe minder betrokken bij de WMO en maken nauwelijks deel uit van WMO-raden. Toch is die betrokkenheid heel belangrijk. Allochtone vrijwilligersorganisaties kunnen de volgende rollen vervullen:
- diensten aanbieden, ten behoeve van ouderen, gehandicapten of jongeren;
- de gemeente informeren wat hun achterban aan behoeftes en wensen heeft;
- informatie geven aan hun achterban.
Hoe moet dat dan? Hoeveel tijd kost dat? Levert het wat op?
Die vragen kwamen op 9 juni in de Statenzaal aan de orde. Saskia Daru, projectleider CIVIQ, stond stil bij de prestatievelden van de wet en de kansen die dat biedt voor allochtonen. De heer M. Sini, bestuurslid NOV, schetste onder meer de waarde van het vrijwilligerswerk voor de uitvoering van de WMO. Jeroen Hoenderkamp, adviseur Radar Advies en auteur van het rapport 'De Witte WMO' in opdracht van Forum, gaf aan waarom de WMO belangrijk is voor allochtonen: de doelgroep bestaat uit een groter deel allochtonen en integratie dreigt door de WMO op de achtergrond te raken.
Al die informatie, verluchtigd met praktijkvoorbeelden, leidde tot geanimeerde debatten onder leiding van Miep van Diggelen, directeur ACB. In de ochtend spraken de allochtone vrijwilligersorganisaties met elkaar. In de middag schoven ook gemeente-ambtenaren aan en vertegenwoordigers van organisaties voor ouderen, patiënten en cliënten.
Mevrouw Kruisinga, gedeputeerde van de provincie Noord-Holland, legde in haar toespraak de nadruk op de eigen kracht van mensen en organisaties. Vrijwilligersorganisaties moeten zich niet uitsluitend naar binnen richten, op de eigen doelgroep, maar meer oog hebben voor wat er ‘buiten’ gebeurt en wat hun bijdrage kan zijn. De provincie wil daarbij ondersteuning bieden. Zij complimenteerde de deelnemers dan ook met hun investering, door zich op deze bijeenkomst op de hoogte te stellen van nieuwe ontwikkelingen. De provincie werkt met nadruk aan diversiteit en aan voor iedereen toegankelijke voorzieningen. Allochtone vrijwilligersorganisaties kunnen helpen om mensen ook daadwerkelijk gebruik te laten maken van de voorzieningen die er zijn. Kennis over de WMO leidt ertoe dat je organisatie beter is toegerust voor bijvoorbeeld inspraak en onderhandelingen. Voor wat betreft de ondersteunende provinciale rol bij de invoering en uitvoering van de WMO nodigde mevrouw Kruisinga de aanwezigen uit om de website van de provincie in de gaten te houden.
Meer informatie
De bijeenkomst werd georganiseerd door de Vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV), Stichting Forum (het nationaal kennisinstituut voor multiculturele ontwikkeling), en het kenniscentrum Amsterdams Centrum Buitenlanders (ACB) dat onder meer in opdracht van de provincie werkt. Voor meer informatie over de bijeenkomst kunt u terecht bij het ACB kenniscentrum, telefoon: 020-6279460, e-mail: info@acbkenniscentrum.nl
Feeds op deze website
Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »