Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »
De provincie werkt met gemeenschapsgeld (inkomsten uit belastingen/opcenten en rijksbijdragen) en zet dat geld in om beleid uit te voeren. Om te kunnen bepalen of het geld juist besteed is en of het heeft opgeleverd waar het voor bestemd was, verantwoordt de provincie zich door middel van de planning & control cyclus. De belangrijkste producten uit die planning & control cyclus zijn de Kaderbrief, de Zomernota, de Begroting en het Jaarverslag, inclusief de jaarrekening. Op deze pagina kunt u deze documenten downloaden.
De Kaderbrief wordt gebruikt om bekend te maken hoeveel middelen in de volgende jaren beschikbaar komen voor gewenste beleidsontwikkelingen in onze provincie. Ook legt het college in de Kaderbrief aan Provinciale Staten keuzes voor die zij kunnen maken voor de programmabegroting en de meerjarenraming.
Jaarlijks stellen Provinciale Staten de programmabegroting voor het komend jaar vast. In de begroting staan de doelen vermeld en de bedragen die Provinciale Staten voor het bereiken daarvan beschikbaar willen stellen. Ook worden de financiële middelen geraamd, waarover de provincie kan beschikken voor de uitvoering van haar taken. De begroting bestaat uit een geordend overzicht van alle voor een bepaald kalenderjaar te verwachten baten en lasten. Zij vormt bij uitstek het instrument tot het voeren van financieel beleid. Het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) stelt dat de begroting ten minste bestaat uit:
Onderdeel van de begroting is ook de meerjarenraming. De meerjarenraming bevat een raming van de financiële gevolgen voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar. De primaire bedoeling van de meerjarenraming is dat deze helpt bij het afwegen van doelen en de daarvoor beschikbare middelen.
Het BBV geeft in dit verband aan dat de consequenties van het in de begroting vastgestelde beleid worden doorgerekend om:
De Zomernota is de tussentijdse rapportage waarin het college van Gedeputeerde Staten rapporteert over de afwijkingen van de begroting die worden verwacht in het lopende begrotingsjaar. Dit kunnen zowel beleidsmatige als financiële afwijkingen zijn.
Vroeger waren er twee rapportages, een Voorjaars- of Lentenota en een Najaarsnota. Sinds 2010 is er alleen nog een Zomernota.
Met de jaarstukken, bestaande uit het jaarverslag en de jaarrekening, wordt verantwoording afgelegd over de realisatie van de door Provinciale Staten in de begroting vastgelegde beleidsvoornemens en de daarvoor ingezette middelen. Op grond van de jaarstukken wordt beoordeeld of is geopereerd in overeenstemming met de in de begroting gestelde kaders. De jaarstukken dienen (mede) ter beoordeling van de rechtmatigheid, doelmatigheid en doeltreffendheid van het door GS gevoerde bestuur. De jaarstukken vervullen dus een rol bij de verantwoording en controle.
De jaarstukken bestaan ten minste uit:
De programmaverantwoording, de paragrafen, de programmarekening en de toelichting, en de balans en de toelichting corresponderen met de vier onderdelen bij de begroting. De bijlage met verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen is analoog aan de voorgeschreven informatieverstrekking aan het Rijk (Single information Single audit (SiSa))
De begroting en de onderverdeling daarvan sluiten zoveel mogelijk aan op de onderverdeling van de jaarstukken. Dat is essentieel om verantwoording en raming goed met elkaar te kunnen vergelijken.
Feeds op deze website
Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »