Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »

Inhoud

Historie

Er waren al provincies (of gewesten) in de tijd dat Nederland nog onderdeel uitmaakte van het Spaanse rijk. Aan het hoofd van die provincies stonden graven en later stadhouders.

In 1579 sloten de toenmalige provincies Gelderland, Holland, Zeeland, Utrecht, Overijssel, Friesland en Groningen de Unie van Utrecht, waarmee zij de Spaanse vorst Filips II niet langer als soeverein vorst erkenden. Daarmee ontstond de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. De provincie Noord-Holland is in 1840 ontstaan, na de afsplitsing van Zuid-Holland.

In de tijd van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën had iedere provincie al een bestuursorgaan: Provinciale Staten. Daarin zaten rijke burgers die de steden bestuurden en de lokale adel. Iedere provincie maakte in die tijd haar eigen beleid en bepaalde zelf hoeveel belasting er werd geheven.
In de grondwet van 1814 en in de later Provinciale Wet werden de taken en bevoegdheden van alle provincies vastgelegd.

Het zou overigens nog tot 1848 duren (de grondwetsherziening van Thorbecke), voordat de leden van Provinciale Staten rechtstreeks door de inwoners van de provincies werden gekozen. In eerste instantie konden alleen mannen lid zijn van Provinciale Staten. Pas in 1919 kwam er het vrouwen kiesrecht. Toen ook werden de eerste algemene Statenverkiezingen gehouden.





Sitemap

Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »