Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »

Inhoud

Landschapsbeschrijving Etappe 10: Halfweg – Ouderkerk aan de Amstel

Amsterdamse Bos

Na de overtocht over het Nieuwe Meer (zie F) krijgt u het mooiste stuk van het Amsterdamse Bos onder de voeten: de Noordpolderkade en de Koenenkade. Oude lijnen in het landschap die bij de realisatie van het ‘Boschplan’ in de Crisisjaren ‘30 gelukkig gehandhaafd bleven. Zo kan men op beide kades afwisselend genieten van oud (strak polderland met smalle weilandkavels, grillige oeverlanden met rietvelden, sluisjes) en nieuw (paden, bruggetjes, bosjes en roeibaan). Geheel in de geest van Jac. P. Thijsse, onderwijzer, natuurkenner en Verkade-albumschrijver die al in 1908 het plan opperde voor een groot bosachtig polderpark rond een grote waterpartij (Nieuwe Meer). Want polderland was prachtig, maar voor de herschepping of ‘recreatie’ (een nieuw begrip toen) van de stedeling moest er wat meer landschappelijke variatie in aangebracht worden.

Banpaal aan de Amstel

In een boomgaard rechts staat een obelisk uit 1625 op een hoog voetstuk met de vergulde tekst ‘Terminus Proscriptionis - uyterste paalen der ballingen’. Een van de zgn. banpalen die een grote kring rond de oude stad vormden. Verbannen personen mochten zich daarin niet bevinden. Zoals Spinoza, de bij de joodse gemeente van Amsterdam uit de gratie geraakte filosoof. Hij verbleef enige tijd in het (verdwenen) landhuis Tulpenburg, dat zo’n 100 m ten zuiden van de banpaal stond.

Buitenplaatsen Westeramstel en Oostermeer

Van de zestig buitenhuizen die er langs de Buiten-Amstel tot aan Ouderkerk gelegen hebben bleven er uiteindelijk maar drie over: Amstelrust (bij de A10, buiten de route), Westeramstel en Oostermeer. In de twee laatste kunnen we de historische ontwikkeling van buitens goed aflezen: Westeramstel (± 1665), de eerste die we passeren, vertoont nog de trekken van een veredeld houten zomerhuis: een ‘stadhuys buiten’ dat als een ‘langhuisboerderij’ oogt. Toegangshek en theekoepeltje maken meer indruk dan het landhuisje zelf. Oostermeer, 500 meter zuidwaarts, dateert ongeveer uit dezelfde tijd maar is in baksteen opgetrokken en straalt met z’n kunstig aangelegde tuinen, waterpartijen, volières, stallingen en personeelswoningen meer grandeur uit. Het lijkt trouwens sterk op Amstelrust en wordt dan ook toegeschreven aan dezelfde bouwmeester (Adriaen Dorstman).

De Oude Molenstomp

Vervallen restant van een watermolen uit 1876 die de Middelveldsche Akerpolder droog moest houden. In 1921 afgeknot, eind jaren ‘90 bijna gesloopt, maar te elfder ure op aandrang van omwonenden op de gemeentelijke monumentenlijst terecht gekomen. Stadsherstel NV gaat de stomp van deze Akermolen (zoals hij eigenlijk heet) restaureren en een nieuw leven als theehuis en bezoekerscentrum bezorgen. Voor en na de molenstomp loopt u twee km langs de drassige voet van de Ringdijk: deel van de ecozone of Groene AS voor salamanders, kikkers, padden enz. tussen Amstelland (A) en Spaarnwoude (S).

Gemaal De Lijnden

Als een bakstenen waterkasteel ligt hij daar aan de Ringvaart: stoomgemaal De Lijnden met zijn lange schoorsteen en gekanteelde façade in neo-gotische stijl. Een industrieel monument van na het molentijdperk. Gebouwd in 1849, een jaar na het sluiten van de 62 km lange Ringdijk in 1848. Met als taak het droogmalen van de ‘waterwolf’ Haarlemmermeer, samen met zijn broers Leeghwater en Cruquius. Rond het gemaal groeide een lintdorp van polderwerkers en baggeraars, sinds de jaren 1930 aangevuld met forensen die in Amsterdam werken. Tot de geluidsoverlast van het uitdijende Schiphol wonen onleefbaar maakte.

Jaagpad langs Nieuwe Meer

Op dit jaagpad werd vroeger met paarden ‘gejaagd’ om de schuiten langs de oever voort trekken. Het Nieuwe Meer (een langgerekt bijmeer van het Oude ofwel Haarlemmermeer) was namelijk sinds de middeleeuwen een belangrijke schakel in de binnenvaartroute tussen Amsterdam en Leiden. In de jaren 1950 is het zuidelijk deel van het oude jaagpad met een deel van de achterliggende Riekerpolder vergraven, om zand te winnen voor Amsterdam Nieuw West. Ook de 17e-eeuwse Riekermolen moest wijken (in 1961 herbouwd aan de Amstel, bij de Kalfjeslaan), evenals Café Opoe aan het Jaagpad: het iets noordelijker in de nieuwe Oeverlanden gelegen paviljoen Aquarius neemt nu de honneurs waar, op eigentijdse wijze. Pas een kilometer voor de Schinkelsluis- en bruggen duikt het jaagpad weer op.

Kalfjeslaan

Vroeger ‘t Kleine Loopveld’ geheten: een niet-uitgeveende strook die hoger lag dan de rest van het polderland en daardoor de meest geschikte verbinding tussen Amstelveenseweg en Amsteldijk vormde. Zowel als weg en als weidegrond gebruikt. Groene flaneerboulevard voor vele generaties Amsterdammers, zowel te voet als te paard en per as. Met aan de oostpunt een ‘pleisterplaats’ aan de Amstel: café ‘t Kalfje, resp. ‘t Kleine Kalfje.

Lutkemeerpolderpark & Westrandweg

Het Lutke- of Kleinmeer was vroeger een bijmeer van het grote Haarlemmermeer. Het werd in 1860 drooggemalen, acht jaar later dan zijn moedermeer. De ringdijk er omheen -Wijsentkade geheten, naar een oud-fries woord dat ‘weide’ betekent- werd na 1890 opgehoogd, toen men vergunning kreeg om de noordelijk gelegen Osdorper Bovenpolder te vervenen. De Lutkemeerpolder is recentelijk veranderd van boerenland in stadsland, omzoomd door een nog vrij kaal polderpark, rietstroken en waterpartijen. In de toekomst kan er op de onverharde Wijsentkade gelopen worden als de veelbelovende plannen voor het recreatiegebied ‘Tuinen van West’ werkelijkheid worden: de route zal dan aangepast worden. Dit alles ter kompensatie van de Westrandweg die volgens de plannen van Rijkswaterstaat vanaf ± 2012 op een talud van 8 meter hoog over de Ringvaart heen zal komen en evenwijdig langs de Raasdorperweg (eerste dwarsweg, bij Bovenpoldergemaaltje uit 1920) gaat lopen, richting haven.

Molen van Sloten

Hij lijkt er al eeuwen te staan, maar schijn bedriegt. Deze poldermolen dateert van 1847, moest elders wijken voor een snelweg en is hier in 1991 herbouwd, als werkend museum. In 2005 verrijkt met het aangrenzende Kuiperijmuseum, waar u  houten vaten en conserveringstechnieken uit het pre-ijskasttijdperk kunt bekijken. Nieuw ‘landmark’ van Sloten, van origine een dorp van boeren, vissers , verveners en tuinders - ouder dan Amsterdan, al zou je dat op het eerste gezicht niet zeggen. Volgens J.K. de Cock in zijn baanbrekende proefschrift over de historische geografie van middeleeuws Kennemerland dateert deze veenontginning zelfs uit de achtste eeuw.

Museumtram op v.m. Haarlemmermeerspoorweg

Bij de Amstelveenseweg kunt u op de Museumtram stappen, b.v. terug naar ‘Amsterdam HS’ (Haarlemmermeer Station). Tot 1950 tuften hier nog locomotiefjes van resp. de Haarlemmermeerspoorwegen en de NS voorbij, richting Aalsmeer of Mijdrecht. Nu wordt er tot Bovenkerk gereden door vrijwilligers, met historische trammaterieel. Voor het spoorboekje zie www.museumtramlijn.nl

Recreatiegebied Elsenhove in de Middelpolder

Bij speelboerderij Elsenhove is het grote verschil tussen enerzijds uitgeveend, verwaterd en uiteindelijk drooggelegd  ‘benedenland’ en anderzijds niet-uitgeveend en niet-drooggemaakt ‘bovenland’ goed te zien. De boerderij zelf staat in de Middelpolder (1879). Aan de andere kant van de ringvaart ligt het bovenland van de Amstel, met z’n bloemrijke en ruige graslanden. U passeert daar een voorbeeld-veenderijtje, compleet met legakkertjes en petgaten.

RK-kerk Onze Lieve Vrouwe Geboorte, Halfweg

In 1928-29 gebouwd door J. Kuijt in baksteen met tongewelven, in de stijl van de late Amsterdamse School. Van binnen heeft de kerk iets byzantijns. Op het voorplein ontvangt Jezus de wandelaar met open armen: ‘Komt allen tot mij’.


Sitemap

Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »