Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »
‘s-Graveland
Vanaf de jaren 1630 is deze heideachtige stuwwal met een strook venig land aan de westkant door kapitaalkrachtige patriciërs uit Amsterdam ontgonnen en afgezand voor stadsuitbreidingen. Toen het zand, de zuivel en het boekweit te weinig bleken op te leveren en de gedane investeringen eigenlijk niet rendeerden, is men zomerverblijven gaan bouwen. Eerst in de vorm van veredelde hofsteden: pachtboerderijen met stenen aanbouwen voor de landeigenaren en hun familie. In de late 17e-eeuw werden het aparte landhuizen, in de 18e- & 19e-eeuw veelal verbouwd of vervangen door meer comfortabele buitens of -na splitsing van kavels- villa’s. ‘s-Graveland werd zo een droominvestering voor projectontwikkelaars. De vaart voor u was een van de zand- en trekvaarten waarover alles werd af- en aangevoerd. Vanaf het slanke kettingpontje (design!) kunt u schuin links door de bomen het buiten Schaep en Burgh zien, tegenwoordig het hoofdkwartier van Natuurmonumenten (NM). Schuin rechts ligt Boekesteyn , eveneens van NM, met aan de zuidzijde het bezoekerscentrum - eindpunt van deze etappe.
Amstel
Deze rivier is eigenlijk een zijtak van de Vecht en werd vroeger ook wel het Gein genoemd. Vandaar namen als ‘Geynvliet’, ‘Oud Gein’, ‘Geinwensch’, ‘Geynwijck’ voor hofsteden en buitenplaatsen hier. Dat er langs dit deel van de zijrivier zo veel buitenplaatsen aangelegd zijn vanaf de 17e eeuw, heeft te maken met de ligging aan de hoofdweg tussen Utrecht en Amsterdam: bij Loenen aan de Vecht stak deze namelijk over naar de Angstel. De buitenhuizen werden zo snel bereikbaar met paarden en koetsen vanuit de beide hoofdsteden (er was al een trekschuit met jaagpaarden). En dat werd nog beter toen deze Rijksstraatweg bestraat werd, al in 1813: de A2 van de 19e eeuw! Wat een sfeervolle landhuizen en theekoepels onderweg! Neem het 17e-eeuwse Geynwijck op nr. 91 met z’n oud-hollandse uitstraling: een dwarsliggend voorhuis gekoppeld aan een achterhuis, de twee zadeldaken omlijst met trapgevels (later veranderd in gladde tuitgevels). Smeedijzeren hek, stenen trap naar voordeur, marmeren hal, eiken deuren en trappen. Het geheel steekt wat gewoontjes af tegen ‘Valck & Heining’ op nr. 147: gebouwd door Cornelis Valckenier en gefinancierd met koloniaal kapitaal - Valckenier was o.m. hoofdkoopman van de VOC, admiraal van zijn retourvloot, burgemeester van Amsterdam. Getrouwd met Catharina van Heyningen, vandaar de mengnaam ‘Valkenheining’, zoals die meestal op kaarten staat. Van buiten oogt het als een kapitaal grachtenpand. Koetshuis, stal en bediendenwoning zijn tegenwoordig bij het huis getrokken. De 18e-eeuwse tuinornamenten, het ingangshek en theekoepeltje geven het geheel aanzien - het adellijke aanzien dat een stadsregent en parvenu zo node miste...
Amsterdam - Rijnkanaal
Vroeger kon je langs het v.m. rechthuis van Loenersloot (geb. 1775) de Slotlaan in om zo linea recta naar Vreeland aan de Vecht te lopen. Da’s verleden tijd. Eerst kwam de Rijnspoorweg (1843), maar met een station èn overweg aan het eind van de Slotlaan. Toen het Merwedekanaal (jaren 1880), maar mèt veerpontje - de tocht duurde alleen wat langer. Toen de verbreding van dat kanaal tot Amsterdam-Rijnkanaal (jaren 1930), de opheffing van het pontje en de aanleg van een wat zuidelijker gelegen brug - dat betekende omlopen. Tot slot de recente verbreding van het spoor en het doodlopend maken van de Slotlaan - dat betekent nog meer omlopen via de Rijkstraatweg en de lange brug. Nee, de wandelaar is er niet op vooruit gegaan. Anderzijds: hij hoeft geen tol meer te betalen bij het witte tolhuisje op de Vreelandselaan.
Baambrugge
Dit dorp hoorde vanoudsher al bij Abcoude, bestuurlijk en kerkelijk. Zo was de in 1406 al genoemde kapel een zusje van de kerk in Abcoude. De toren is nog een restant van die kapel: in feite is de zgn. waterstaatskerk uit 1844 er tegenaan gebouwd In de vroegste bronnen wordt het dorpje ‘Bi der Bambrugh’ genoemd, d.w.z. de gemeenschappelijke brug van ‘de banne’ over de Angstel. Ook hier konden er na de oorlog vanwege het verbeterde watermanagement nieuwbouwwijkjes buiten de dorpskern neergezet worden - waarbij de historische zichtlijnen op de lange polderkavels niet gerespecteerd werden helaas.
De Nes of Reaeleneiland
Weer zo’n riviereiland, ontstaan door het afsnijden van een scherpe bocht. Ideaal gelegen voor een kasteel. Dit keer was het niet een edelman of bisschop die het eilandje in 1633 opkocht, maar een patriciër uit de stad met veel poen: Pieters Jansz. Reael, belastingontvanger te Amsterdam. Een van zijn kleinzonen liet er vervolgens in 1688 een landhuis bouwen,’t Huys te Nigtevecht, ook wel Huis de Nes genoemd (landtong, ‘neus’). In de 19e eeuw verdwenen, in de 20ste-eeuw met eiland en al weggezogen en verwaterd door grote zandhoppers.
Het Bergsepad en zijn Verlengde
Een pad dat vroeger vanaf het kerkbergje in Nederhorst naar het zuidelijk ofwel Stichts End van Ankeveen voerde. In feite de kade lang de Ankeveense Vaart, o.m. dwars door de in de 20e-eeuw afgezande en verplaste Spiegelpolder. Dat westdeel is dus niet meer: een Verdronken Pad. U pikt dit oude kadepad op bij het vissersbuurtje De Googh. Na Ankeveen volgt u het groene verlengde van dit pad. De veenlaag was hier maar dun, zodat dit stuk van de Stichts-Ankeveense Polder minder diep uitgeveend kon worden - zie de paar petgaten in het begin aan uw linkerhand, de rest is geheel verland. Na de middenwetering met de houten brug beginnen de veenweiden te overheersen, met weids uitzicht over de bomenrijke, licht golvende stuwwal van Het Gooi.
Het Hoogland
Ook hier is het middeleeuwse landschap nog goed ‘leesbaar’: ten westen van de Horn(weg) daalt het iets hogere, zandige oeverland van de Angstel in brede blokkavels af om ten oosten daarvan over te gaan in lange, smalle kavels richting A2. In de tijd van de Grote Ontginningen (± 1000-1300) bouwden de boeren hun hutten en schuren op deze met klei en zand opgeslibte oeverwal van de rivier. Op de ‘eng’ daar omheen legden ze akkertjes aan waar ze boekweit, gerst e.d. verbouwden. Vandaar werd het laagveen met sloten in de lengte en de breedte ontwaterd: kavel voor kavel, totdat ze bij de zgn. achterdichting uitkwamen, de Vinken- of Groenlandse kade (vlak achter de A2) waar een ander ontginningsblok begon: die van De Ronde Venen ((nu Vinkeveense Plassen). Eerst ontgonnen als akkers, later -nadat het veen sterk ingeklonken was en daardoor te nat werd- als wei- en hooilanden voor het vee.
Horstermeer
Op het Googpad loopt u vlak langs de ringdijk van de in 1882 ingepolderde Horstermeer -‘de groententuin van Het Gooi’. In de verte duiken kassen op, een herinnering aan de eerste tuinders hier: een zusterkolonie van de ‘productieve associatie’ Walden in Bussum, gesticht door de schrijvende psychiater Federik van Eeden. Deze grote landbouwcoöperatie, Nieuw Harmonie genoemd, ging van start in 1902 maar moest door gebrek aan vakmanschap en onderlinge harmonie een paar jaar later al het onderspit delven.
Kazemat Nieuwe Hollandse Waterlinie
Naast de schutsluis van het Hilversums Kanaal ziet u een overblijfsel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (1815-1940), opvolger van de Oude 17e-eeuwse: een mitrailleur-kazemat van gewapend beton uit 1935. Gebouwd als achterwacht van Fort Kijkuit, dat een kilometer verder zuidwaarts het kanaal en de omliggende, in oorlogstijd te inunderen polders bewaakte. De kazemat -het Duitse woord ‘bunker’ kwam pas sinds de oorlog in zwang- moest niet alleen de sluis als inlaatpunt voor de inundatie verdedigen maar ook de toegangswegen op de Vechtdijken en kanaalkades.
Overmeer
Een buurtschap dat tegenover het Horstermeer lag, bij de uitwatering in de Vecht - vandaar de naam. Evenals in Vreeland loopt u hier over een oeverpad achter de huizen: vroeger een jaagpad voor paarden èn mensen die aangelijnde trekschuiten voortjaagden.
Slot Abcoude
Als je er langs loopt op de Koppeldijk ten zuiden van Abcoude valt het direct op: lichte rimpelingen in het weiland, een halvemaanvormige sloot, afgeronde kavelvormen. Zou het een oude stroomrug zijn? De omtrek van een oude boerderij of buitenplaats? Het maakt je nieuwsgierig, thuis gekomen zoek je het op. En dan blijkt: hier heeft een van de oudste kastelen van de Vechtstreek gestaan: het Slot Abcoude. Voor het eerst genoemd in een oorkonde uit 1268, maar volgens sommigen veel ouder (1080 start bouw). In den beginne niet veel meer dan een stenen toren van de Heren van Abcoude met wat houten palissaden er omheen. Later uitgegroeid tot een echt kasteel met twee ronde en drie vierkante torens, verbonden met hoge muren van steen en omringd door een gracht. Strategisch gelegen op z’n eigen eiland (’Slotpolder’) tussen drie rivierarmen: die van de Angstel aan de oostkant (in feite een doorsteek van een scherpe bocht) en de noordwestkant (later verland of dichtgegooid), die van de Winkel aan de zuidkant. Grenskasteel van Utrecht, bedoeld om de Hollanders op een afstand te houden. Tot de verbeelding sprekend blijkens vele afbeeldingen en kaarten sinds de 16e-eeuw: in welstand, in verval, als ruïne, als slotpolder met her en der nog wat toren- en kelderfundamenten.
Slot Loenersloot
Het pièce de résistance aan de Angstel. Omstreeks 1250 gebouwd door de Heren van Loenersloot (‘Loenresloet’), die als ‘dienstmannen’ en projectontwikkelaars (‘locatores’) van de Utrechtse bisschoppen en kapittels een rol gespeeld moeten hebben bij de lucratieve ontginning van de veengebieden ten westen van de rivier. Rauwdauwers ook die regelmatig uit hun rol vielen, voor eigen baas speelden en zelfs als roofridder opereerden. Zoals Splinter van Loenersloot die het zo bont maakte dat zijn leenheer, bisschop Arnold van Hoorn hem in 1277 in zijn eigen slot belegerde. De ruige ridderhofstad is in 1666-70 verbouwd tot een voor die tijd geriefelijk landhuis. Alleen de ronde toren heeft de stormen, smaken en modegrillen des tijds weerstaan: 20 meter hoog met muren van 2 meter 40 dik. Eerlijk brok middeleeuwen, maar helaas ontoegankelijk. Voor een fotoreportage van binnen - en buitenkant: www.kasteleninutrecht.nl www.historischekring.nl(excursie 2006).
Vrederust, Brugzicht & korenmolen De Ruiter
Aan het eind van het voetpad langs de Vecht in Vreeland staat een elegant theekoepeltje, precies op het punt waar een oude rivierbocht is afgedamd. Rechts daarvan het bijhorende witte huis: het 18e-eeuwse Vrederust en zijn koetshuis met neogotische ramen. Een harmonieus ensemble, omheind door een smeedijzeren hek. Wat een contrast met de overkant van de Bergseweg! Daar is op nr. 10 het chaletachtige Brugzicht - oorspronkelijk een 18e-eeuws landhuis- in een kantoor met parkeerplaatsen veranderd. Het omringende park is opgeslokt door de bijhorende vatenfabriek. Aan de overkant van de Vecht doet het zicht op de rietgedekte stellingmolen De Ruiter uit 1911 (Noord-Hollandse opvolger van een veel oudere korenmolen op deze plek) deze smet op het Vecht-landschap enigszins verbleken.
Vreeland aan de Vecht
Volgens sommigen ‘het lieflijkste dorp aan de Vecht’, nog lieflijker dan Loenen. Als je de hoek omslaat van de Spoorlaan en de Boterweg dan lijkt die kwalificatie terecht: de Vecht ligt daar als een brede gracht aan je voeten: met zijn witte klapbrug, bonte gevelwand en oude kerktoren (1260) daarachter. En links van de brug een in de zon oplichtend gebouw: hotel De Nederlanden - tot 1822 een herberg (‘De Vergulde Roskam’) en daarna nog een tijdje rechthuis. Vreelant ofwel ‘Vredelant’ - een wensvolle naam gegeven door Hendrik van Vianden, een Utrechtse kerkvorst die hier in 1260 een door rivierarmen omspoelde kasteel bouwde om opdringerige edelen als de Hollandse graven en de Heren van Amstel (zijn eigen leenmannen notabene!) in toom te houden. Ten westen van het kasteel groeide een nederzetting die ook de naam Vredelant kreeg. Het kasteel bracht geen vrede maar alleen meer strijd, was nu eens Hollands dan weer Stichts en werd tenslotte in 1529 afgebroken - het dorp bleef, klein maar fijn.
Bijzondere ondernemers langs het pad, een bezoekje waard! Klik hier voor het overzicht of kijk op de kaart.
Klik hier om de routegids Noord-Hollandpad (€ 13,95) te bestellen
Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »