Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »
Blaricummerheide
Nee, die enorme kuil waar u doorheen moet is geen restant van een oude leemput -daarvoor moet u op het volgende heideveld wezen. Maar wèl van een zandafgraving uit de jaren 1930, nodig voor de aanleg van de rijksweg tussen Amsterdam en Amersfoort. Het heeft overigens maar weinig gescheeld of de opvolger van deze weg, de A1 was dwars door o.m. deze heide aangelegd - een grootscheepse protestactie heeft dit indertijd weten te voorkomen.
Boekesteyn
Als landgoed bestaat het sinds 1634, toen het eerste graafwerk in de ‘s-Gravelandse polder achter de rug was en er een polderbestuur gevormd was die kavels kon uitloten. Het huidige landhuis dateert uit ± 1915 en is een kasteelachtige uitbreiding van het 18e-eeuwse. Pas rond 1750 is de naam Boekesteyn in zwang gekomen: ‘boeke’ staat voor beuken. En inderdaad, beuken te over hier. In de lange rechte laan waarover u naar achteren loopt is duidelijk de zichtas van het oorspronkelijke geomerisch parkontwerp in Franse stijl te herkennen. Pas na de kronkel bij de vijver gaat dat over in een romantisch verlandschappelijkte stijl op z’n Engels, in zwang gekomen na ± 1800.
> De meeste landgoederen maakten in de loop van de 17e, 18e en 19e eeuw een hele ontwikkeling door. Van stenen ‘opkamer’ of ‘speelhuys’ in een boerderij tot een buitenplaats met alles d’r op en d’r an. Zo beschrijft een veilingcatalogus in 1802 Schapenburg (ook wel ‘Schaep en Burgh’ geschreven, noordelijk van Boekesteyn) alsvolgt:
'... Heere Huysinge en alle verdere getimmertens, tuinmans- en daghuurderswoningen, stallinge, koetshuys, wagenhuizen, oranje huis en vinkenbaan, broeyerijen, moestuynen en menagerie, diverse morgen hooy- en weyland en bosch, alles staande en gelegen aan het Noord Eynde van ‘s-Graveland.'
Bussumerheide
De heidevelden bieden de wandelaar wat de veenweiden, droogmakerijen en dijken elders op de route geboden hebben: licht, lucht & ruimte. En nog meer: grafheuvels, urnenvelden, sporen van vroegere boerennederzettingen, waterputten, wildwallen, grenswallen, schaaps- en koedriften van de oude Erfgooiers, karresporen van oude handelsroutes. Een rijk ‘bodemarchief’ zoals archeologen dat noemen, deels boven de grond nog te herkennen. En dat voel je als je er overheen wandelt: dit is oude, bezielde grond. Op de Bussumerheide wordt dat versterkt door de nog zichtbare omtrek van een renbaan uit 1880-1893 die we kruisen. Later hergebruikt tijdens de Olympische Spelen van 1928 als ‘steeplebaan’ voor het ruige en zware onderdeel der ‘military’s’. De spoorloos verdwenen tribunes werden toen tegen de noordhelling van de Lange Heul gebouwd, een langwerpig duin van dekzand - opgestoven in de laatste ijstijd toen het Gooi er nog als een toendra uitzag.
Bussumerheide
De heidevelden bieden de wandelaar wat de veenweiden, droogmakerijen en dijken elders op de route geboden hebben: licht, lucht & ruimte. En nog meer: grafheuvels, urnenvelden, sporen van vroegere boerennederzettingen, waterputten, wildwallen, grenswallen, schaaps- en koedriften van de oude Erfgooiers, karresporen van oude handelsroutes. Een rijk ‘bodemarchief’ zoals archeologen dat noemen, deels boven de grond nog te herkennen. En dat voel je als je er overheen wandelt: dit is oude, bezielde grond. Op de Bussumerheide wordt dat versterkt door de nog zichtbare omtrek van een renbaan uit 1880-1893 die we kruisen. Later hergebruikt tijdens de Olympische Spelen van 1928 als ‘steeplebaan’ voor het ruige en zware onderdeel der ‘military’s’. De spoorloos verdwenen tribunes werden toen tegen de noordhelling van de Lange Heul gebouwd, een langwerpig duin van dekzand - opgestoven in de laatste ijstijd toen het Gooi er nog als een toendra uitzag.
De Eng van Huizen
Na een lange afdaling door het bos komt u bij akkertjes met kerstbomen uit: dit is een restant van de Eng van het boeren- en vissersdorp Huizen. Hier kon men het boekweit en later ook het graan en de groenten zien groeien. Op de eerste stafkaart uit 1848 loopt deze Zuider Eng -ingebed door afwisselend bos en houtwallen- helemaal door tot de oude kerk bij de Naarderstraat. De wandelaar had toen vrij zicht op het dorp en de gemeenschappelijke weiden (‘meent’) langs de Zuiderzeeoever daarachter. Nu is de bebouwde kom al ver de Eng opgekropen.
Gebed zonder end in Crailoo
De vier kilometer lange Nieuwe Crailoseweg - bijgenaamd ‘Gebed zonder end’- is in feite een werkverschaffingsproject uit de late jaren 1830. Met zijn driedubbele bomenrij heeft dit project van Gooise goeddoeners, bedoeld om de ‘woeste gronden’ te ontginnen en arme Gooiers wat bij te laten verdienen, de openheid van de heide danig aangetast. Dat is helaas bij veel heidedoorsteken gebeurd. Aan het einde van de laan moet er nodig wat gebeuren met het inmiddels opgeheven asielzoekerscentrum dat rechts en links op terreinen van de vroegere kazerne (deze heide was sinds ± 1900 militair gebied) is gebouwd.
Het Oude Huizen
'Weliswaar doorkruisen nog vrij veel Huizer venters het Gooi, voorheen met hondenkarren, thans vrijwel uitsluitend op bakfietsen, en bieden visch, kaas en andere levensmiddelen te koop, maar de echte Huizer botboer is sinds lang verdwenen. Zoo is het trouwens ook met de Huizer vischvangst en de bijbehoorende bedrijven gesteld, die het dorp en zijn bewoners een karakter gaven, geheel afwijkend van de rest van het Gooi. Zoo ook op godsdienstig gebied. Want zijn alle echte Laarders en Blaricummers Katholiek, alle Huizers zijn gereformeerd.'
Aldus vakbondsman en Gooikenner Henri Polak in zijn boek ‘Tusschen Vecht, Eem en Zee’ uit 1934. Tegenwoordig zijn de visnetten, touwwerk, schuurtjes, stallen, hooibergjes, stoof- en bakhuisjes op de achtererven verdwenen uit het dorpsbeeld. Er is geen botter of werfje meer te vinden in de haven, alleen maar plezierjachten. Vis komt van elders en dat geldt voor de meest levenswaren. Niemand loopt meer in klederdracht en als je wilt weten hoe de ‘dresscode’ vroeger luidde dan moet je in het museum wezen: het Huizermuseum in het Schoutenhuis op de Achterbaan, aan de rand van de historische vissersbuurt. De gereformeerden hebben na de oorlog hun monopolie verloren: het stikt van de gezindten en hun kerken. Zelfs moskeeën ontbreken niet. Maar toch... als u in lichtgolvende straatjes als de Vissersstraat, Schipperstraat, Molenberg, Taandersstraat loopt dan komt dat dorpsbeeld van vroeger op die keileembult van Huizen toch weer terug, hoe gezeefd ook. En in de haven komen de nu niet zilte maar brakke geuren van het water terug. De schelpkalkovens zijn er nog gelukkig: hergebruikt als restaurant dat wel. En in een oude ‘hang’ of visrokerij zit nu een restaurant, De Haven van Huizen. Maar dat heet in Belvedere-termen ‘behoud door ontwikkeling’ en dat is goed zo.
Natuurbrug Zanderij Crailo
Komt dat zien en belopen boeren, burgers, buitenlui! De 800 meter lange en 50 meter brede, met onnoemlijk veel zand bedekte ‘natuurbrug’ uit 2006 over de Naarderweg en de spoorlijn Hilversum-Bussum. Ecoduct voor de lopers, kruipers en sluipers in de beesten- èn mensenwereld, tussen bos en hei, hoog boven al die kunstwerken van de mens. Ontsnipperende schakel in de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur: welke volgt? Ook de NS heeft meegewerkt aan dit dure mammoetproject en daarmee zijn historische schuld enigszins afgelost. Want een van zijn voorgangers - de Hollandse IJzeren Spoorweg Maatschappij (HIJSM) heeft de bij de aanleg van de Oosterspoorweg Hilversum-Amsterdam in de jaren 1870 verkregen concessie om de heide hier af te zanden later zo uitgebuit en uitgerekt (tot de jaren 1950 toe!) dat er tussen het Spanderswoud en de Bussumerheide een breed en lang kunstdal ontstond dat dus pas recentelijk overbrugd kon worden.
Spanderswoud & Franse Kamp
Eigenlijk het ‘achterbos’ van de buitenplaats Spanderswoud. Aangelegd als productiebos, als leverancier van dennen, eiken, berken. Op deze schrale zandgrond doen die het niet zo best als b.v. de beuken op de humusrijke bodem van de parkbossen en leverde het vooral hakhout op: ‘spaanders’ vandaar de naam. Overigens probeert het Goois Natuurreservaat (GNR) het productiebos op een meer natuurlijke manire te beheren door omgevallen bomen te laten liggen en op open plekken andere bomen en struiken een kans te geven. De route nadert op een gegeven moment De Franse Kampheide: u ziet dan schuin links de caravans van de gelijknamige camping opdoemen in het groen. In 1672 was dit het versterkte kampement van het Franse leger in oktober 1672 - het zgn. Rampjaar waarin de Republiek der Verenigde Nederlanden van alle kanten door haar vijanden belaagd werd. De hertog van Luxembourg, een van de Franse bevelhebbers, was hier neergestreken om de ontzetting van het bezette Naarden door de oprukkende stadhouder Willem III te dwarsbomen.
Tafelbergerheide
Deze heide is vernoemd naar de zgn. Tafelberg aan de oostrand bij Blaricum. Dit was de hoogste ‘berg’ in het Gooi: 36.4 meter. De naam is onstaan door de plaatsing van een oriëntatietafel in de 18e eeuw. De Tafelberg en omgeving is sindsdien te zeer begroeid geraakt om dat berggevoel nog echt op te roepen. Dat doet de heide waar u nu oploopt (tot een hoogte van maar liefst 28 meter...) wèl. Die open, onverkavelde heide is er niet altijd geweest: pas na de middeleeuwen is ze ontstaan, als gemeenschappelijk bezit van de hele Gooise ‘marke’, vanaf ± 1600. En dat had alles te maken met een groeiende bevolking en de noodzaak om meer monden te voeden, meer hout te hakken, meer schapen te houden. En meer heideplaggen te steken om die met de mest van de schapen in de pot- ofwel putstal te vermengen en daarmee de schrale, zandige akkertjes te bemesten om meer boekweit er af te krijgen enzovoorts. De vicieuze cirkel van het ‘gemengd bedrijf’ in het Gooi en vele andere streken toen.
Bijzondere ondernemers langs het pad, een bezoekje waard! Klik hier voor het overzicht of kijk op de kaart.
Klik hier om de routegids Noord-Hollandpad (€ 13,95) te bestellen
Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »