Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »
A. Station Den Helder in voor- en tegenspoed (12)
Het huidige, naoorlogse kopstationnetje is als entrée van Den Helder weinig geslaagd te noemen. Nee, dan zijn voorganger: gebouwd in 1865 in een neoromaanse stijl en groots opgezet met twee verdiepingen, lange zijvleugels, voorhal, park en emplacement voor een rijtuig- en locomotievenwerkplaats, veelaadcomplex en brandstoffenloods. Het geheel getuigde van geloof in de toekomst, in eigen kracht, in groei, in kansen. Het stoomtijdperk drong door in booming ‘Helder’– zoals het dorp tot 1927 officieel heette: stoomtreinen verdrongen de trekschuiten en diligences van en naar Alkmaar, gepantserde stoomschepen van ijzer verdreven de zeilschepen van hout bij de marine in de Buitenhaven (het Nieuwe Diep), stoommachines in de werkplaatsen zorgden voor moderniseringen - ook op de Rijkswerf en zijn droogdokken in de Far East van het dorp. De marine zorgde voor meer werk door haar activiteiten hier te concentreren. De gasfabriek aan de Spoorgracht zorgde voor meer en beter licht en de waterleiding vanuit het naburige Huisduinen voor beter water en betere hygiëne. Sinds 1851 mocht er weer geladen en gelost worden in de haven van Helder’. Het was geen ‘onvrij territoir’ meer, aan banden gelegd door jaloerse havensteden als Amsterdam.
Het oude station lag een stuk noordelijker dan het huidige: midden tussen het Oude Helder in het noordwesten en de Nieuwstad bij de havens in het oosten. Een VVV-kaart uit 1938 laat goed zien hoe dat tussengebied aan weerskanten van de spoorlijn volgebouwd was. De Tweede Wereldoorlog heeft hier verschrikkelijk huisgehouden. In mei 1940 begon het direct met zware bombardementen van de Luftwaffe, niet alleen op de marinehaven en op het militaire vliegveld De Kooij in het zuidoosten, maar ook op de stad – ten koste van veel doden en gewonden. Voor de Atlantikwall braken de Duitsers vervolgens het Oude Helder en het hele zeefront tussen het Heldersch Kanaal en de zeedijk af. Later in de oorlog maakten de Geallieerden het met zware bombardementen af. Wat er nog over was van de 19e- & 20e-eeuwse stad en zijn monumentale gebouwen werd deerlijk gehavend. De stad werd onleefbaar, de mensen verdwenen naar elders: van de 35.000 bewoners.
B. Stelling van Den Helder: Liniedijk en Fort Dirksz Admiraal (12)
De soepele inname van Den Helder in 1799 door Engelse en Russische troepen gaf de Franse bezetter te denken. Keizer Napoleon wilde daarom deze zo strategisch gelegen, ijsvrije haven tot een onneembare marinebasis maken: een ‘Gibraltar du Nord’, zo verklaarde hij op 15 oktober 1811 tijdens een bezoek aan Helder. Hiervoor moest er een moderne marinewerf komen, een gordel van kustbatterijen en landforten, en een betere verbinding over land met Amsterdam en Parijs: route nr. 2 van het Frans rijkswegennet. Ingenieur Jan Blanken kreeg opdracht deze plannen uit te werken en uit te voeren. En zo geschiedde. Eerst werden er in de jaren 1811-1813 vier grote forten aan de landzijde gebouwd door Spaanse en Portugese krijgsgevangenen en dwangarbeiders uit de omgeving. Fort L’Ecluse (De Sluis) aan het einde van de Sluisdijk was hier een van.
Na de val van Napoleon in 1813 stokte het werk. Maar de nieuwe Oranjekoning Willem I gaf al in 1814 opdracht aan dezelfde Jan Blanken om de Franse verdedigingswerken met kracht voort te zetten - maar wel met Nederlandse namen. En zo geschiedde: Fort L’Ecluse werd omgedoopt tot Fort Dirksz Admiraal. De liniedijk tussen de forten werd pas in de jaren 1824-1825 gebouwd. Dat had ook te maken met een ander project waar Blanken al mee bezig was: drooglegging van het zandige en moeilijk begaanbare kweldergebied ten zuiden van Helder, Het Koegras of Buitenveld geheten. Aan de binnenkant van de oostelijke polderdijk, de Koegras Zeedijk (1818) kon dan meteen een lang Noord-Hollandsch Kanaal richting Amsterdam gegraven worden met een breed jaagpad ernaast: de Hollandse editie van de Franse rijksweg 2, de huidige N250 met een vaarverbinding ernaast. En zo geschiedde: vier vliegen in één klap!
C. Fort Dirksz Admiraal: reduit (12)
Als u vanuit het Liniepad – een zgn. bedekte, beschermde weg achter de hoge liniedijk - het ‘reduit’ van het fort (laatste uitwijkplaats bij bezetting door de vijand) oploopt dan ziet u rechtsonder de voorkant van een met aarde bedekte, ‘bomvrije’ kazerne voor de manschappen en de kruitkamers. Gebouwd in de jaren 1880, alhoewel de fundamenten al in 1828 zijn gelegd. Bovenop kunt u de resten van diverse kanonskoepels zien; die hoorden bij een Duitse luchtdoelbatterij (FLAK), in de Tweede Wereldoorlog gebouwd op de oude kazerne. Op een door de illegaliteit voor de Britse luchtmacht gemaakte Inlichtingenkaart uit april 1945 is op het fort als bewapening aangetekend: ‘4x 10.5 in pantserkoepel’.
D. Fort Dirksz Admiraal: ravelijnen & buitengracht (12)
Het grote Fort Dirksz Admiraal is in 1811 gebouwd en bestaat naast het reduit uit een kroonwerk (het hart), twee ravelijnen; d.w.z. lage, veelhoekige verdedigingseilandjes in de buitengrachten. Een van de ravelijnen bestaat uit een later door de Nieuweweg doorsneden en met puin opgehoogde heuvel. Vanaf hier hebt u een prachtig uitzicht over het kroonwerk (nu met o.m. een asielzoekerscentrum) en de overige ravelijnen in de buitengrachten.
Aan de andere kant van de spoorlijn ziet u het groen van recreatie- & sportpark Quelderduyn, en verder zuidwaarts de wijk De Schooten, in de jaren ’60 deels gebouwd op lage duintjes, zgn. nollen die vroeger net boven de kwelder uitstaken. In het zuidwesten nog de in de jaren ’50 gebouwde wijk Nieuw Den Helder – Wederopbouw op z’n schraalst; U passeert straks nog een uitloper van deze wijk. Tijdens een mobilisatie kon de polder Koegras in het zuiden geïnundeerd worden en keek men vanuit het fort over een onafzienbare watervlakte uit.
E. De Nollen bij NS-Den Helder Zuid (12)
In dit golvende binnenduingebied aan de Helderse zuidrand is de veelzijdige kunstenaar R.W. van de Wint († 2006) sinds de beginjaren ’80 bezig geweest met een bijzondere, integrale vorm van landschapskunst op en om oude bunkers: “Het landschap gaat over in sculptuur, sculptuur in schilderij, schilderij in zonlicht en zonlicht keert weer terug naar het landschap”, aldus www.hetnollenproject.nl.
F. Doggersvaart & ballasters (12)
Zand was goede handel in Helder. In de 19e-eeuw hadden de steenkoolschepen uit het Engelse Newcastle en de houtschepen uit Scandinavië en Rusland veel zand nodig als ballast op de terugreis. “Zogeheten ballasters verzorgden dat: ze voerden het zand aan vanuit het Koegras. Daar was lichte (binnen)duinvorming in de hoek tussen de Doggersvaart en de latere Donkere Duinen.
In 1874 waren hierbij circa 40 ballastschuiten met zo’n 300 ballasters betrokken. Het in het Koegras afgegraven onvruchtbare en dus waardeloze zand werd met kruiwagens naar de schuiten in de Doggersvaart gebracht. Dan ging het door de Koopvaardersschutsluis naar de haven; intussen schepten de ballasters het zand in jute zakken. Bij de te ballasten schepen aangekomen werden die zakken aan boord gehesen en in het ruim gebracht. Waarna de gezagvoerders betaalden.” (Frank van Loo. Kustdorpje wordt havenstad. Den Helder 1800-1900, Helderse Historische Reeks no. 14, uitg. Pirola, 2002, pag. 76).
G. Van bollen naar nollen: Nieuw Mariëndal (12)
Eind 2005 is de Helderse natuur uitgebreid met ruim 50 hectare struinnatuur. Bollengrond is hier omgezet in lage duintjes, duingraslanden en waterpartijen. Het gebied heet (Nieuw) Mariëndal en is onderdeel van het Duinzoomplan bij Den Helder. Door de afmetingen van het gebied is het één van de grootste natuurontwikkelingsprojecten in Nederland. Aardige nieuwe kenmerken van het gebied zijn de ‘haye’: een sloot waaruit vroeger zand is gewonnen voor het opwerpen van zanddijken; een stromende duinrel; een grote plas met een natuurlijk fluctuerend waterpeil; jonge duintjes en uitkijkpunten achter vogelschermen. Het terrein is ‘s winters heel nat door de regenval en kwel uit de naastgelegen duinen. In de loop van de zomer daalt het waterpeil. Nieuw Mariëndal trekt als een magneet vogels aan. Ganzen, tureluurs, lepelaars, watersnippen, scholeksters, plevieren en kanoetstrandlopers worden vaak gezien en natuurlijk vinden ook meeuwen hier hun rust. Schotse Hooglanders houden de wacht.’ (bron: www.landschapnoordholland.nl).
De vogelplas is goed te bekijken vanuit het uitkijkpunt op de zgn. Fiets-Kanoroute (sinds 2006). Aan het begin van die route (ook opengesteld voor wandelaars, mountainbikes en ruiters overigens!) ziet u aan de westkant een verzonken dijklichaam: dat is volgens 19e-eeuwse stafkaarten een restant van de ‘Verloren Dijk’. Op de waterschapskaart van landmeter Johannes Dou uit 1680 staat hij nog ingetekend als ‘Nieuwe Santdyck’ en verbindt hij de duinstrook met de kwelderduintjes van De Garst en die bij het buurtschap De Kooi (bij het huidige vliegveld). Een van de mislukte pogingen om dit zandige, verruigde kwelderland in te polderen en de kustduinen, jonge polders als de Zijpe (1597) en de Westfriese Omringdijk te beschermen tegen de opdringerige Zuiderzee.
H. De Zanddijk of Van Oldebarneveldtdijk (12)
Een nog bestaande zanddijk die u na de tweede bocht in de Fiets-Kanoroute duidelijk kunt zien liggen in het westen, is de Van Oldebarneveldtdijk. Opgeworpen tussen Huisduinen en Callantsoog in 1612: een stuifdijk waarvoor zich in de loop der tijd een duinenrij vormde - ‘t Noorder Sandt genoemd (nu: Noordduinen). Deze dijk maakte het de Noordzee onmogelijk om via oude zeegaten als het Heersdiep en getijdekreken als de Zijpe het achterliggende kwelderland dagelijks te overstromen en er weer een waddenzee van te maken, zoals in middeleeuwen tussen ± 1000 en 1350.
I. Polder Het Koegras (12)
Na de bedijking en drooglegging van het Koegras in 1818 gebeurde er betrekkelijk weinig met deze polder. Pas na 1849, toen het Rijk het eindelijk kon verkopen aan een particulier (Mr. C, van Foreest, geparenteerd aan de familie Loopuyt) werd de zaak goed aangepakt. Er werden meer boerderijen gebouwd, meer windmolens ingezet, sluisje verbeterd en vaarten gegraven - van noord naar zuid: de Langevliet en dwars daarop de Doggersvaart, Middenvliet, Schoolvliet en Callantsoogervaart. Toch bleven de opbrengsten aan de magere kant vanwege de arme grond, het stuivende zand en de noodzaak om mest van elders aan te voeren. Rond 1900 domineerde de schapenhouderij nog steeds, met de melkveehouderij als goede tweede. Nee, Koegras was bepaald geen vetpot.
J. Julianadorp: van bollendorp naar poldervinex (12)
Julianadorp is een betrekkelijk jong dorp. Gesticht in 1909 door mr. P. Loopuyt en vernoemd naar de pas geboren kroonprinses Juliana. Er werd n.l. in dat jaar een kerk gebouwd in het bestaande buurtschapje Loopuyt bij de kruising van de Schoolvaart en de Langevliet, waardoor een echt dorp kon ontstaan. Gemengde boerenbedrijven hadden de overhand. In 1927-‘28 kwamen de eerste bloembollentelers, uit ‘De Zuid’ (bollenstreek rond Lisse). De polder Koegras begon aan een tweede leven.
Na de oorlog kwamen de forenzen. “De grote nieuwbouwwijk die in de jaren 1970-’90 aan het oude lintdorp werd vastgebreid is een geval van ruimtelijk opportunisme. Ver van de stad kon men hier het snelst bouwgrond tegen een lage prijs verwerven. Aan de westkant gaat de suburb met zijn woonerven bijna naadloos over in de luxueuze recreatiewoningen van Landalpark Ooghduyne. Dezelfde beeldtaal, dezelfde sfeer aan weerszijden van het golfterrein dat hier als een groene long tussen het permanente en het voorlopige wonen moet dienen.” (Steven van Schuppen & Vladimir Mars, De Langste Stad. Van Het Zwin tot de Slufter. Reis langs het verblijfstoeristisch erfgoed van de Nederlandse kust (uitgeverij Open Kaart) 2005, pag. 79) De wandelaar die ‘s avonds na zessen voor de hekken van Ooghduyne staat, zal merken dat Landal zijn terrein als een ‘gated community’ beheert. De hekken zijn gesloten en hij zal moeten omlopen, ook al is de weg formeel openbaar. Dat is dan wèl een verschil met de permanent openbare woonwijken Vogelzand en Wierbalg aan de andere kant van de golflink.
K. Noorderhaven in zicht! (12)
Aan de oostkant van Julianadorp gaat de poldervinex tamelijk geruisloos over in het beboste terrein van Noorderhaven, centrum voor geestelijk gehandicapten. In beheer bij de zorgstichting ‘s Heeren Loo die oorspronkelijk uit Ermelo komt. Noorderhaven is opgezet als een groen dorp met een Brink en een Veld in het midden. Daarom heen bevinden zich zwembad, winkel, restaurant en dorpshuis.
Volgens het herinrichtingsplan zal het westdeel van het dorp t.z.t. uitgebreid worden met nieuwe woonbuurten waar gehandicapten en niet-gehandicapten door elkaar heen zullen wonen. Elke buurt zal door een andere architect ontworpen worden en daardoor verschillen in uitstraling. Waterpartijen zullen vergroot worden en het groen gevarieerder. Bij de westelijke en oostelijke entrees zullen markante woningen komen. Bij de Brink zal een hoge woontoren verrijzen, vanuit de verre omtrek zichtbaar. De oostkant met zijn kinderboerderij, manege, sterrenwacht en natuurcamping (aanrader!) blijft in dit plan intact.
Bijzondere ondernemers langs het pad, een bezoekje waard! Klik hier voor het overzicht of kijk op de kaart.
Klik hier om de routegids Noord-Hollandpad (€ 13,95) te bestellen
Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »