Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Hoofdnavigatie
Servicemenu
Ga direct naar zoekfunctie »

Inhoud

Landschapsbeschrijving Etappe 5: Den Oever – Kolhorn

Afsluitdijk (1)

De aanleg van de Afsluitdijk in de jaren 1920 en begin ‘30 heeft de skyline van Den Oever grondig veranderd. Ten oosten van de bestaande haven werd een grote werkhaven met een opslagterrein aangelegd. Tegelijkertijd werd een stuk zee bedijkt en drooggemalen. In het zo verkregen werkpoldertje bouwde men vervolgens de spuisluizen, schutsluis en bruggehoofden. Vanaf de Stontelerweg valt dat goed te zien. Schuin achter de schutsluis en zijn havendijken zijn nog kazematten zichtbaar op dijkverbredingen. Gebouwd in de jaren ‘30 om de opmars van een vijandelijk leger af te slaan, net als die bij Kornwerderzand aan de Friese kant van de dijk. Met succes in mei 1940. Het leger van dijkwerkers moest ook gehuisvest worden: het inwoneraantal van Den Oever verdubbelde toen, net als dat van heel Wieringen. En dat betekende meer woningen en dorpsuitbreidingen.

Amstelmeerdijk (1)

Breed, hoog en gladgegraasd door schapen. Een stuk makkelijker te belopen dan de oude wierdijk. Waarom is deze binnendijk eigenlijk zo hoog? Als westelijke ringdijk van de in 1930 ingepolderde Wieringermeer was dat toch overbodig, gezien het feit dat het Amsteldiep in 1924 al afgesloten was met een waddendijk - de Kleine Afsluitdijk, een ouverture van de Zuiderzeewerken? Het antwoord is simpel: deze dijk was er eerder dan de polder. Ingenieurs hadden namelijk berekend dat na de drooglegging van het Wieringermeer de afwatering van het achterland in gevaar zou komen. Er moest daarom onder de Kleine Afsluitdijk een grote wateropvang komen, een boezemmeer. Om dat Amstelmeer mogelijk te maken legde men in 1929 alvast een dijk aan naar Wieringen, vanaf de noordoostpunt van de Anna Paulownapolder. Sinds de recente aanleg van allerlei vooroevers in het meer is de vogelrijkdom enorm toegenomen: overwinterende smienten, talingen, ganzen en wat niet al. Er valt nu veel meer te zien dan vroeger: verrekijker aanbevolen.

De Haukes (1)

Tegenwoordig een sfeervol dijkdorpje met een jachthaven. Vroeger legde hier de postboot van het vaste land aan, naast de visserschepen - zie de oude foto’s in café De Postboot tgo. de dijkcoupure. Die boot moest van ver komen: eerst van Oudesluis in de Zijpepolder (sinds 1556), later van Nieuwesluis in de Wieringerwaardpolder (sinds 1610) en nog later, na de bedijking van de Anna Paulownapolder in 1847, wat dichterbij: vanaf de Van Ewijcksluis aan de mond van het Oude Veer, een half uur varen. De reizigers kwamen daar door een postkoets van station Anna Paulowna (sinds 1869) te nemen. Later konden ze op station Schagen de tram via Barsingerhorn nemen (1912-1932). De overtocht naar Wieringen moet veel indruk op hen gemaakt hebben, bijna een alternatief voor een boottrip over Het Kanaal naar de krijtrotsen van Dover. Zo schrijft de wandelende dominee J.C. Craandijk in 1885:
'ij de vaart langs de kust zagen wij hier en daar een hoofd in zee uitsteken, dat ons volstrekt niet aan een gewoon hoofd van paalwerk of steenen deed denken. Scherp afgesneden, aan de voet door het water uitgehold, zwart en grijs, wit en geel en groen van kleur, rijst het op als kalksteen op de Britsche of Normandische kusten. En ook de havenkom zelve schijnt door een loodrechten, rijk en grillig getinten rotsmuur omzoomd.’ En J.F. Allan heeft het in 1855 over ‘witte wierdijken.... die het voorkomen hebben van kleine krijtbergen'

Haven aan Den Oever (1)

In de haven ruikt het naar zee en verse vis, heerlijk! Den Oever leeft nu vooral van de visserij en de recreatievaart op de wadden, getuige allerhande kotters  en sportvisserijschepen. Tot de opening van het Noordhollandskanaal tussen Amsterdam en Den Helder in 1824 was dat anders en leefde het dorp vooral van de zgn. lichterschipperij op de Zuiderzee ten oosten van het eiland, bij het ondiepe ‘Wieringher Vlack’ - het Pampus van Den Oever. Daar werden de grotere zeeschepen ‘lichter gemaakt’, d.w.z. een groot deel van hun handelswaar overgeladen in kleinere platbodems (‘lichters’) en verder zuidwaarts gezeild over de Zuiderzee. Na 1824 bleef alleen het keuterboeren over en het vissen op wier, paling, haring, ansjovis, geep, bot, oesters, mossels, alikruiken, wulken en kokkels. De vissershaven dateert pas van 1900 overigens: voor die tijd werden de platte Wieringer aken aan de dijk of strekdam afgemeerd.

Hoelmerdijk (1)

Bij het buurtschap De Hoelm raakt de dijk aan de zuidrand van de oeroude keileemheuvel, de zgn. bovenwal: hier verlaten we de lage binnendijkse ‘kogen’ en bereiken we de Wester- en Oosterkliffen of -‘klieven’ op z’n Wierings. De hoogtelijn van 2.5 meter op de stafkaart laat dit duidelijk zien. Deze natuurlijke kliffenkust is later in de hogere kunstdijk van wier, hout en aarde opgenomen. In deze buurt moeten Vikingen gewoond hebben: een naam als De Hoelm wijst daar op (‘holm’ = hoogte, oprijzend eiland uit de zee, vgl. Bornholm in de Oostzee). En ten oosten van Westerklief zijn vanaf 1995 opgepotte Vikingschatten gevonden (zie Viking Informatie Centrum).

Keileemheuveltje van Oosterland (1)

Vanaf de westrand van Den Oever glooit het land omhoog naar de vijf meter hoge keileemheuvel van het dorpje Oosterland. Opgestuwd door Skandinavische gletschers in de voorlaatste Riss-ijstijd (± 150.000 jaar geleden) en later afgetopt met dekzand en humus. Aan dit soort hoogtes dankt Wieringen zijn naam: ‘Wir’ betekent in het oudfries ‘hoogte’. In de latere archiefstukken over het keileemeiland en zijn omringende veen- en kweldergebied uit de vroege middeleeuwen- het hele ‘Wiringherlant’ dus - werd dat verlatiniseerd tot ‘Wirah’, ‘Wirense’ of ‘Wiron’. Wieringen betekent dus ‘heuvelland’ en niet ‘wierland’, ook al ligt die associatie gezien de vroegere wiervisserij voor de hand.

Nieuwesluis van Wieringerwaardpolder (1)

Een lief dijkbuurtje, geïsoleerd gelegen op de noordoostpunt van de Wieringerwaard, de buurman van de oudere Zijpepolder. Moeilijk voor te stellen dat dit Nieuwesluis na de inpoldering van de waard in 1610 bedoeld was als hart van de polder en als uitvoerhaven - inclusief polderhuis en herberg. Nieuwesluis was aanvankelijk het grootste dorp in de polder, maar werd later overvleugeld door een meer westwaarts gelegen molenbuurt bij de kerk, school en watertoren - het huidige Wieringerwaard. Let in Nieuwesluis op een gedenksteen voor de genoemde watersnoodramp 1916, geplaatst door het bestuur van de polder in 1918 - toen de Noorder- en Oosterdijk net verhoogd waren van resp. 3.15 en 3.0 meter naar 4.60 en 4.0 meter. De schrik zat er toen goed in!

Oostdijk Anna Paulownapolder (1)

Het heeft lang geduurd voordat de Oostpolder van Anna Paulowna (‘AP’ in de volksmond) er in 1847 kwam, op initiatief van de Haarlemse landschapsarchitect J.D. Zocher c.s. en geïnspireerd door de recente drooglegging van de Haarlemmermeer met reusachtige stoomgemalen. Al in 1609 werd het eerste octrooi aangevraagd om de zand- en schorgronden hier te bedijken (Koegras, Balgzand). En vele ontwerpen zouden volgen in de 17e- & 18e eeuw. Daar waren voor die tijd zeer gewaagde bij, zoals de inpoldering van het hele kwelder- en zeegebied tussen Den Helder en Wieringen. Plannen van particulieren die vaak door overheden ondersteund werden omdat ze de toenemende druk van de Zuiderzee op de Westfriese Zeedijk tussen Aartswoud en Medemblik zouden verminderen. Maar de tijd en de techniek was er duidelijk nog niet rijp voor. Overigens bleek de noorddijk van deze polder niet ‘stormproof’ te zijn: tijdens de watersnoodramp van januari 1916 brak hij ten oosten van de Van Ewijcksluis door over een lengte van 130 meter, waardoor de hele polder weer onderliep, tot aan het talud van de spoorlijn Den Helder-Alkmaar.

Polder Waard-Nieuwland (1)

Achter de hoge wierdijk aan de zuidkant van Wieringen lag in de 16e-eeuw een uitgestrekte ‘waard’:  een kwelder waar het vroegere veen sinds de 11e-eeuw door de zee weggespoeld was en die nu bij eb bedekt was met slib. Een aantal kapitaalkrachtige Amsterdammers vroeg in 1541 een zgn. octrooi ter bedijking van het ‘slijck’ aan. Dit ‘nieuwland’ van Wieringen werd vervolgens met windmolens drooggemaakt, zeer modern voor die tijd! Helaas moest de polder in 1683 na dijkdoorbraken opgegeven worden. Om pas in 1846 opnieuw ingepolderd te worden, zij het dat de zeedijk iets teruggelegd werd. De hele onderneming bleek een strop en pas twintig jaar later, na faillisementen, kapitaalsinjecties en technische verbeteringen begon de polder aan de verwachtingen te voldoen. Om in de toekomst weer onder water gezet te worden, als onderdeel van het Wieringerrandmeer .... ‘Een Meer om te beleven’ met her en der beboste villa-eilanden en jachthavens. Het kan verkeren.

Viking Informatie Centrum (1)

‘Vikingen op Wieringen?’ Jazeker, in de vroege middeleeuwen lag Wieringen (toen nog geen eiland overigens) aan de internationale handelsroute tussen Denemarken, Engeland en Dorestad. Het Vlie, een breed zeegat stroomde langs de noordoostpunt, waar later Den Oever ontstond. Hier legden de ‘drakkars’ van vooral Deense Vikingen aan. Sommige van hen bleven plakken op het schapenrijke Wieringen, bouwden boerderijen en vermengden zich op den duur met de oorspronkelijke, Friese bevolking. Enkelen vertrouwden hun kostbare sieraden en munten aan de grond toe: in 1996, ‘99 en 2001 werden enkele van deze zilverschatten verpakt in aardewerkpotten terug gevonden bij Westerklief (zie Wieringer(rand)meer). Vol zilveren munten en kunstige, bijna tijdloze sieraden, afkomstig uit de jaren 850-900. Op de expositie zijn hier fraaie voorbeelden van te zien.

Waddendijk: Noord-Oeverdijk (1)

Een brede, in de jaren 1980 op Deltahoogte gebrachte en beschoeide zeedijk met een graskruin, door schapen begraasd en bekeuteld. Opvolger van een lagere en smallere dijk die het laaggelegen Den Oever tegen stormen moest beschermen. De dijken hier aan de noordkant zijn pas na de stormvloeden van 1775 en ‘76  glooiender gemaakt met baggerslik, verstevigd met zeeklei en keileem en vervolgens met allerlei keien bekleed. 

Westelijke Waardkanaaldijk (1)

Het Waardkanaal (1929) dient vooral als afwatering voor het in 1930 drooggelegde Wieringermeer aan de overkant. En voor het westelijke en zuidelijke achterland. Aan weerszijden is de natuur nu ‘ontwikkeld’ zoals dat heet, in de vorm van grillige plas-drasoevers en rietomzoomde vogelpoeltjes. Een welkome afleiding van de rechte dijklijn. Het kanaal is vernoemd naar de Waardpolder aan de westkant, een bedijkings- en ontginningsproject uit de jaren 1844-1847. Een aanplaksel van de Wieringerwaard, dat ten zuiden van het Kolhornerdiep doorging als Groetpolder en dat door bemiddelde en invloedrijke particulieren opgestart was, evenals de polder AP.

Wierdijk (1)

In feite was het Waard-Nieuwland niet een be-dijking maar een in-dijking: aan de westkant functioneerde de oude wierdijk namelijk als ringdijk. Dus de steile, met gras bedekte dijk waarop u nu loopt en die verschillende namen draagt: Horn-, Oosterlander-, Stroeër-, Hippolytushoever- en Hoelmerdijk. Een historische dijk, die als een van de weinige overgebleven wierdijken in Noord-Holland sinds 1986 op de monumentenlijst staat. Aangelegd rond 1600 omdat zijn voorganger uit ± 1300 - een glooiende, met graszoden beklede kleidijk - niet meer opgewassen bleek tegen de zee. Deze had n.l. het vroeger zo venige en licht begroeide voorland geheel weggeschuurd en begon nu bij hoog water de dijkvoet aan te tasten. Daarom werd de dijk nu voorzien van een ‘muur’ van gedroogd, geperst en samengebonden wier (in feite zeegras), gelegd op een stevige laag bladriet, die direct op de zeeklei of het zand rustte. Deze wiermuur werd ingepakt met palen en aan de zeekant tegen golfslag beschermd met sparren en keien, gestut door een palenscherm. Vanaf de jaren 1730 werd het paalwerk echter langzaam maar zeker uitgehold door een paalworm, meegelift met compagnieschepen uit tropische wateren. Bij het begin van de inpoldering in 1846 moet de wierdijk er kaal en palenloos uitgezien hebben. Omdat het hier  een ‘slapende’ binnendijk betrof, is het verder zo gelaten: verderop werd hij als ‘waker’ steviger ingepakt (zie H). De diverse profielen zijn door Staatsbosbeheer aanschouwelijk gemaakt in een dijkreconstructie over 100 meter bij de dwarsende Burgerweg.

Wieringer(rand)meer (1)

Als de wierdijk samenkomt met de in 1865 verzwaarde en verhoogde zeedijk van de Nieuwlandpolder verandert zijn karakter. Hij wordt veel minder steil. Rond 1900 is hij n.l. omgebouwd tot een meer glooiende aardendijk, bekleed met groen wier (d.w.z. gemaaid en van betere kwaliteit dan het opgeviste bruine wier), puin en basaltstenen. De golfslag moet hier heftig geweest zijn, getuige de opstaande betonranden die tegen de dijk aan gemetseld zijn. Moeilijk voorstelbaar allemaal, want het Wieringermeer werd als woelige bijzee van de Zuiderzee in 1930 getemd en drooggelegd zodat wij nu over een vredige polder uitkijken. In de nabije toekomst wordt het weer beter voorstelbaar: als deze polder aan de noordkant als ‘Wieringerrandmeer’ onder water gezet wordt.


Logo Noord-Hollandpad


Contact

Voor vragen, opmerkingen, fouten of onduidelijkheden in de route op het pad of de site, mail naar: noordhollandpad@ landschapnoordholland.nl.

Voor overige vragen:
slettuma@noord-holland.nl

Bestellen of downloaden

Nieuwe routegids Noord-hollandpad (beste Wandelroutegids 2012). U kunt de routegids Noord-Hollandpad (€ 13,95) bestellen.


GPS

Download hier de GPS-track

Hoofdnavigatie

Sitmap

Ga direct naar sitemap »

Zoeken

Servicemenu

Sitemap

Sitemap

  • Contact

    Telefoon (023) 514 31 43
    Fax (023) 514 30 30
    Kvk-nr: 34362354

Bezoekadres

Houtplein 33
2012 DE Haarlem

Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Hoofdnavigatie
Servicemenu
Ga direct naar zoekfunctie »