Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »
Driehuizen & westelijke Eilandspolder
Volgens de overlevering werden er in 1602 langs de westelijke Oudelandsdijk van de toen net ingepolderde ‘Burenmaden’ (gemeenschappelijke hooilanden) van het Schermereiland (nu de westelijke Eilandspolder geheten) drie huizen gebouwd, kern van het latere Driehuizen. Dat klinkt te mooi om waar te zijn. En inderdaad, in de jaren 1590 blijkt hier bij nader onderzoek al eerder een nederzetting gelegen te hebben, Zuiderwoude genaamd.
Mijzenpolder
Mijzen is uniek omdat de middeleeuwse kavelstructuur door naoorlogse ruilverkavelingen niet zo aangetast is als die in de Ursemmer polder, waar het vóór de aanleg van de Walingsdijk een geheel mee vormde. Het metershoge veenkussen in de Mijzen en bij Ursem is al sinds ± 950 ontgonnen vanaf veenrivier De Leet door kolonisten, afkomstig van de strandwal Oudorp-Heiloo. Door steeds verdergaande ontwatering, inklinking en daling van de bodem werd het later in de middeleeuwen nodig het gebied te omdijken (1344) en droog te houden, eerst met spuisluisjes en later met een molen (sinds 1532). Het was en is een bijzonder vogel- en visrijk veenweidegebied, onregelmatig verkaveld en door grillige waterlopen doorsneden. Heel anders dan het schaakbord-landschap van omringende droogmakerijen als de Beemster (1612) en de Schermer (1635).
Molen De Havik
Deze achtkante binnenkruier uit ± 1567 maalde vroeger met drie andere molens het overtollige water van de Eilandspolder uit op de zgn. Schermerboezem. Oorspronkelijk stond De Havik in de zuidoosthoek van de polder bij De Rijp. In 1861 werd hij -inmiddels met een vijzelschroef uitgerust- naar deze noordwesthoek verplaatst en herbouwd. Op 17e-eeuwse kaarten staat hier het ‘Oude Kerckhof’ ingetekend. Laatste herinnering aan het weggespoelde noordeinde van het lintdorp Schermer aan de Gouw. Het zuiden van dit meerdere malen verplaatste dorp bestaat nog wel en heet nu Grootschermer. U loopt er verderop doorheen.
(ligt aan de alternatieve / broedseizoenroute)
Molen Nieuw Leven
De enig resterende poldermolen van de Wogmeer, een achtkante ‘binnenkruier’ gebouwd in 1608. Hoorde vroeger bij de zes (!) onder-, midden- en bovenmolens die deze kleine polder droog moesten houden. Geen geringe opgaaf, aangezien de Wogmeer midden in het oude veenland lag en het water uitgeslagen moest worden op allerlei slootjes die als tussenboezem dienden - de latere polders Obdam, Hensbroek en Ursem.
Museummolen aan de Noordervaart
Van de groep van zes molens die hier in drie‘gangen’ het water van de Schermerpolder op de Noordervaart uitsloegen (zie H.) zijn er drie overgebleven. De middelste - ondermolen D is gerestaureerd en als museummolen ingericht.
(ligt aan de alternatieve / broedseizoenroute)
Noordeinde van Graft
Het dorp Graft is tijdens de bedijking en herontginning van de zgn. Binnenmaden (hooilanden) ontstaan als lint langs een noord-zuidkade in het midden van het Schermereiland. Aanvankelijk een binnenvissers- en boerendorp, maar later een dorp van reders, kooplui, ambachtslieden en bemanningen op zeegaande haring-, kabeljauw- en walvisvaarders. Het Noordeinde van het dorp bleef wat agrarischer en werd aan de westkant begrensd door het Noordeindermeer en het Sapmeertje, beiden in de 17e eeuw ingepolderd en doorsneden door de Meerdijk.
Obdam
Dit van oorsprong boerendorp vormt samen met Hensbroek in het zuiden een lang dorpslint, met hier en daar versteende uitstulpingen. Sinds 1434 een echte Heerlijkheid, vanaf 1456 zelfs een tijdje met stadsrechten. Obdam ligt ‘Op-de-Dam’ tussen de zompige en venige oeverlanden van het vroegere Wogmeer en de Zuider- ofwel Heerhugowaard. Met aan beide kanten een aaneenschakeling van plassen: restanten van vroegere damdoorbraken. Deze vier ‘braken’ werden later, in de 17e-eeuw als minipoldertjes bedijkt en drooggemalen, negen in getal.
Oostelijke Eilandspolder
Genoemd naar het Schermereiland, het brokkelige restant van het metershoge veenkussen aan de oostlant van de veenrivier Scirmere (Schermer) dat rond 1250 een eiland werd en toen bedijkt moest worden. Om -net als bij de Mijzen- het oprukkende water van de Scher- en Beemstermeren èn de voortdurende bodemdaling de baas te blijven. In de 14e-eeuw werd dit oostelijke deel van het eiland -toen de ‘Binnenmaden’ genoemd- opnieuw ontgonnen: maar nu met vaste lengtematen, in zes ‘voorlingen’ ofwel 1250 m lang, precies zoals in het Utrechts-Hollandse laagveengebied (‘cope-systeem’). Deze lange smalle kavels zijn vanaf de ringdijk en het kerkepad nog goed te zien, zij het dat ze sterk verruigd zijn in dit grotendeels onbeweide natuurreservaat van Staatsbosbeheer.
Rustenburg
Een buurtschap dat ontstond bij de sluis tussen de ringvaart van de in 1630 ingepolderde Heerhugowaard en die van de Schermer (1635). Hier konden reizigers uitrusten in de aloude herberg ‘Rustenburch’. Als hier ooit een burcht gestaan heeft, dan is deze in de mist der tijden verdwenen...
Schermer molens
Boven op de Westmijzerdijk ziet u rechts aan de overkant van de Schermerringvaart drie molens staan: de zgn. bovenmolen G (met rechts daarvan het electrisch gemaal Wilhelmina uit 1929) en de ondermolens K en O. De enige die nog resteren van de zgn. ‘noordkust’ van de in 1635 drooggemalen Schermer, een molenpark van maar liefst 16 binnenkruiers. De ondermolens maalden het water uit de binnenboezem in de onderkolken, de middenmolens in de bovenkolken en de bovenmolens in de ringvaart. Een zgn. driegang. die niet in de polder zelf lag overigens maar op de oude oeverlanden van de Mijzen, hier door de vaart doorsneden.
Schermerhorn
Dit oude vissers- en walvisvaardersdorp lag op de ‘horn’ ofwel hoek van het oude ‘Schermeer’ (later ingepolderd als de Schermer) en het Beemstermeer (dat in open verbinding stond met de Zuiderzee). En wel aan het brakke verbindingswater Zwet. Als u vanaf de Westmijzerdijk de brug over dat Zwet afloopt passeert u eerst de grote 17e eeuwse kerk met z’n fraaie wandborden en gebrandschilderde ramen en dan op het Zuidje het Kleinste Huisje van Schermerhorn, een 19e-eeuws tuinderswoninkje nu ingericht als museumpje.
Ursem
Dit dorp ligt in de knik van de Walingsdijk, een andere naam voor de Westfriese Omringdijk (± 1200-1250). Het is veel ouder dan de dijk: in 1083 wordt het als ‘Urisheim’ (d.w.z. heem of woonplaats van ene Uri) vermeld in de annalen van de Egmonder abdij. De Ursemmervaart functioneerde vanaf 1660 als trekvaart tussen Alkmaar en Hoorn, een betrouwbare LSL (Lage Snelheids Lijn) met een jaagpad voor de paarden en hun jager op de dijken, onderhouden door beide steden.
Wogmeer
Dit ellipsvormige meer is in de middeleeuwen ontstaan door het open waaien van een veenstroom. Het uitdijende meer veroorzaakte steeds meer wateroverlast. Al rond 1550 maakte Jacob van Duvenvoorde, Heer van Obdam & Spanbroek daarom plannen om het droog te maken. Pas in 1607 kwam het tot uitvoering, in 1608 viel het meer droog en in 1609 werd de 680 hectare verkaveld. De bodem bestaat uit lichte, zandige klei. Het dorpslint ligt aan de Middenweg van de polder.
Zuiderbraak
Recentelijk is de Zuiderbraak tussen Obdam en Hensbroek weer ‘ontpolderd’ om o.m. als waterberging te dienen. Tijden komen, tijden gaan… Aan de zuidzijde loopt u door de heringerichte oeverlanden van de braak naar de aloude Kwakelweg, waar ooit een korenmolen stond. In het noorden is nog het karakteristieke wipmolentje uit ± 1632 van de v.m. polder Weel & Braken te zien.
Bijzondere ondernemers langs het pad, een bezoekje waard! Klik hier voor het overzicht of kijk op de kaart.
Klik hier om de routegids Noord-Hollandpad (€ 13,95) te bestellen
Bovenkant van deze pagina
Ga direct naar inhoud »
Ga direct naar zoekfunctie »