Blog Esther Rommel: Boerendochter met een uitdaging

(16 april 2020)

Bijna alles begint voor mij op de boerderij. Mijn jeugd, mijn herinneringen, mijn politieke ambities, mijn trots voor agrariërs en mijn liefde voor de natuur.

Als kleindochter van een melkveehouder en als dochter van een bollenboer was het fijn om op de boerderij op te groeien. De ruimte die ik om mij heen had, de natuur, de vele dieren en later ook het harde werken, met natuurlijk daarbij de gezelligheid aan de keukentafel.

Helaas beleefden we ook mindere jaren. Overheidsbeleid vormde het startschot van een periode vol financiële problemen. Eind jaren ’70 had mijn vader een nieuwe schuur aangebouwd voor een bedrag van ongeveer 300.000 gulden (ongeveer 136.000 euro). Door de invoering van de Wet Selectieve Investeringsregeling, die maar 3 jaar in werking was (Wet SIR), moest mijn vader 80.000 gulden (36.300 euro) boete betalen. Voor de Wet Investeringsregeling kwam de investering niet in aanmerking. Er moesten daardoor ingrijpende keuzes worden gemaakt. Dan maar geen nieuwe koelsystemen. Het duurde jaren voordat onze schuld was afgelost en het bedrijf weer kon groeien. 

Dit hakte er enorm in bij ons hele gezin. We voelden ons aan ons lot overgelaten. Het was een van mijn beweegredenen om de politiek in te gaan. Ik wilde voorkomen dat ondernemers door onvoorspelbaar overheidsbeleid in de problemen zouden raken.

Esther Rommel

Uitdagingen van deze tijd

Sinds ik gedeputeerde Natuur en Bodemdaling ben, zit ik weer vaak aan de keukentafel op een boerderij om te praten over de grote uitdagingen van deze tijd. Door het coronavirus is dit helaas even niet mogelijk. 

Vooral agrariërs hebben met deze uitdagingen te maken. En hoewel ik niet de portefeuillehouder Landbouw ben, spreek ik bijna dagelijks boeren. De onzekerheid over stikstof, met daarnaast hun rol in diverse provinciale projecten over natuur en bodemdaling, zorgen voor onzekerheid en miscommunicatie. Daar baal ik van. Ik ben trots op onze boeren en hun harde werk om de samenleving van voedsel te voorzien. De natuur is hun dierbaar maar er moet ook brood op tafel komen. Daarom probeer ik alles te doen om goede oplossingen te zoeken voor hen én de natuur. En dat is best een uitdaging.

Samen om tafel

Laat ik één ding voorop stellen: in tegenstelling tot verhalen die rondgaan, gaat de provincie Noord-Holland niet zomaar agrariërs onteigenen. Wel wil ik deze mogelijkheid houden, omdat we echt iets voor de natuur moeten doen. Maar dit is een allerlaatste middel en zeker niet onze eerste insteek. Daarnaast kan onteigening een mogelijkheid bieden om een boer die wil stoppen of wil verplaatsen, volledig schadeloos te stellen. Met de standaard (vrijwillige) manier van opkopen kan dat niet. In dat geval kan alleen de marktwaarde van de opstanden en de grond worden vergoed.

We kijken samen met de boeren naar oplossingen voor een win-winsituatie. In gebieden met de status van Natuurnetwerk Nederland of Natura 2000 is het voor de meeste agrariërs onmogelijk om te groeien. We zitten samen om tafel om alternatieven te bespreken, om te kijken wat wél kan. 

Wellicht biedt een aangepaste bedrijfsvoering - die meer rekening houdt met de natuur of ook gericht is op toerisme of een maatschappelijksociale kant - een kans. Of misschien is kavelruil of bedrijfsverplaatsing een oplossing. Sommigen zouden nog meer kunnen extensiveren in combinatie met langjarig natuurbeheer. Anderen zijn misschien op weg naar hun pensioen en hebben geen opvolger klaarstaan, waardoor verkoop aan de orde komt. Of er zijn goede oplossingen die nog niet bestaan. Alles is bespreekbaar.

Middelen en hulp

De provincie heeft (financiële) middelen beschikbaar voor dit soort oplossingen. Daarbij krijgen we ook financiële hulp van het Rijk voor landelijke maatregelen. Het speelt in onze hele provincie, zoals ’t Gooi, Amstelland, Laag Holland, Noord- en Zuid-Kennemerland en Texel. Laat ik er een paar uitlichten. 

In Waterland kijkt de provincie samen met het ministerie van LNV, gemeenten, natuurorganisaties en LTO hoe we dit gebied toekomstbestendig kunnen maken. Als agrariërs willen meedoen met projecten om landbouw en natuur te combineren of praktijkexperimenten willen doen voor het tegengaan van bodemdaling, gaan we met hen aan de slag. 

De term Amsterdam Wetlands hebben we intussen geschrapt, omdat dit veel onduidelijkheid opriep. We gaan door onder de naam Vitaal Platteland Laag Holland. Een klein gedeelte van dit gebied wordt gebruikt voor praktijkexperimenten die bodemdaling tegengaan. Dat gebeurt onder andere door een stuk grond onder water te zetten, maar ook door onderwaterdrainage. De deelnemers hebben zelf aangegeven dat ze mee willen doen.

In het Wormer- en Jisperveld, Mijzenpolder en Eilandspolder lopen proeven om natuurbeheer nog beter af te stemmen met landbouw. Het huidige agrarisch natuurbeheer in het Natuurnetwerk Nederland, waar boeren zich vol overgave in stortten, is helaas nog niet genoeg om de natuur te laten floreren. Met hen bespreken we hoe hun bedrijfsvoering kan worden aangepast zodat deze meer in evenwicht is met het natuurbeheer. 

Ik wil er heel graag samen met de agrariërs uitkomen, zodat ons Noord-Hollandse landschap er ook voor toekomstige generaties prachtig bij ligt.