De eerste natuur van Esther Rommel

(12 januari 2021)

Ook na een donker jaar overheerst de zonnige kant van gedeputeerde Esther Rommel (55). “Het is pas hopeloos als ik zeg dat het hopeloos is.”

Werkbezoek Esther Rommel

Stikstof, boze boeren, coronacrisis, verlies in de privésfeer; na 2020 kon 2021 voor u waarschijnlijk niet snel genoeg beginnen?

“Mijn vader zei laatst: ‘In februari ben ik ingeënt en dan ga ik op reis’. Ik vond dat zo mooi en hoopvol. Hopelijk kan ik eind dit jaar ook weer een reis maken. Maar bovenal hoop ik dat de vaccins goed gaan werken. Dat we een stuk van ons normaal terugkrijgen. Dat ouderen weer naar buiten kunnen en familie kunnen ontvangen. Het is triest als je elkaar niet ziet. Ik heb dat ook meegemaakt. In december overleed mijn moeder en toen kon onze familie niet overkomen uit het buitenland. Niets is nog vanzelfsprekend. Een vriend overleed aan het begin van de coronatijd. Toen ik werd gebeld of ik naar de crematie kwam, zei ik: ‘Ja, natuurlijk’. Maar daarna dacht ik: Zo natuurlijk is dat helemaal niet meer.” 

Welk besef kreeg u door die moeilijke momenten?

“Hoeveel vrijheid we hadden. Als ik op vrijdag dacht ‘ik ga lekker een weekendje weg’, dan ging ik. Op bezoek, naar de film of het theater; dat dééd je gewoon. Nu denk ik: Heb ik dat wel genoeg gedaan? Want deze dingen mis ik het meest. Als het straks weer kan, ga ik meer leuke dingen plannen. Ik hoef niet terug naar die 3 zoenen, maar wel naar sociaal contact.” 

Heeft u zichzelf als gedeputeerde Natuur en Landschap, Grond, Bodemdaling en Stikstof opnieuw moeten uitvinden sinds corona?

“Nee, alles was al nieuw. Ik moest wel wennen aan de omschakeling van ‘real life’ naar ‘digitale’ Esther. Ik ben een enorm gevoelsmens. Ik wil graag alles in het echt zien, sfeer proeven. Juist door persoonlijk contact op locatie krijg je ergens een gevoel bij. Via een scherm is dat lastig. Maar ik ben een positief ingesteld mens, dus in maart staan alweer werkbezoeken gepland!”

Natuur is begrijpelijker als u er middenin staat? 

“Precies. De provincie wil goede natuur realiseren. Maar wat ís dat? Als ik het veld inga, laten ecologen en boswachters het me zien. Waarom is stikstof zo slecht? Ik zag het niet. Maar op werkbezoek kreeg ik te zien wat stikstof met de natuur doet. Toen zag ik al die distels en bramen, een ander soort leven. Daarna lieten de ecologen de natuur zien die we willen: orchids, vlinders, een ander soort vegetatie. Toen snápte ik het. Op papier beklijft zoiets nauwelijks. Zo wist ik niet dat orchids kleine speciale bloempjes zijn. Ik dacht altijd aan orchideeën.” 

Waar kijkt u in 2021 naar uit?

“Dingen realiseren. De Westeinderscheg staat op de agenda. Een nieuw project, waaraan mensen plezier gaan beleven. Daar kunnen we grote resultaten boeken voor recreatie en klimaatadaptatie. Het gebied loopt van ’t IJ tot het Groene Hart. Het verbindt stad en landschap. Hiermee kunnen we het hart van de Metropoolregio Amsterdam een groene long geven. Een prachtige uitdaging! Ik ga ook verder met de Schil rond het Naardermeer. Dat wordt niet in mijn termijn afgerond, maar deze periode hebben we mede dankzij de Postcodeloterij wel het geld hiervoor gevonden.” 

Esther Rommel op pad

Is stikstof uw moeilijkste dossier?

“Het is een ontzettend belangrijk onderwerp, maar een draak voor de economische ontwikkeling en woningbouw. Eigenlijk is er altijd te veel aandacht voor stikstof. Het is nieuw, en we hadden het liever niet gehad. We moesten álles uitvinden. De provincieambtenaren en ik waren er dag en nacht mee bezig. ‘A hell of a job’, maar het moest en iedereen deed het. Dat bewonder ik. Nu is er wat regelmaat rond stikstof. Al voelt het nog wel als roeien met je handen en hopen dat er geen haai langskomt die ze afbijt. Tegen Statenleden zeg ik: ‘Jongens, ik heb geen fabriek waarin ik stikstofreductie kan maken’. Dit is een gezamenlijke opdracht. En als niemand beweegt, kan er niets. De onrust is niet weg. Daarover blijven we in gesprek.” 

Vindt u dat lastig?

“Soms. Toen ik begon, stonden de boze boeren bij het provinciehuis. Er was zoveel emotie, angst, wantrouwen. Maar ook op zo’n moment ga ik nog liever rechtstreeks in gesprek dan online. Tegenover iemand voel ik beter wat er gebeurt. Meestal kom je dan wel wat meer tot elkaar. En ook al ben je het oneens, je kan altijd naar iemand luisteren. Ik pak gewoon de telefoon als iemand me bekritiseert in de krant. Boeren bellen mij ook. Prima. Dat is niet altijd rozengeur en maneschijn, maar ik neem elk gesprek mee in mijn gedachtegang.”  

Heeft u afgelopen 1,5 jaar weleens gedacht ‘doe mij maar eventjes een andere portefeuille’? 

“Nee, nooit. Tijdens mijn carrière als fiscaal jurist zei ik altijd: ‘Iets is pas hopeloos als ik zeg dat het hopeloos is’. Zo zie ik het nu ook. Ik ga keihard door tot de laatste snik. Ik wil niks uit mijn portefeuille missen en ik zit er bovenop. Mijn werk is één grote uitdaging.” 

Op welke prestatie was u het meest trots in 2020? 

“Dat we in kaart hebben gebracht hoe we het Natuurnetwerk Nederland (NNN) in 2027 kunnen afronden. We moeten nog 5600 hectare natuur realiseren. Die opgave is helder en haalbaar en daar zet ik me vol voor in. De realisatie van het NNN loopt al 30 jaar, maar het laatste moeilijke stukje ná het laaghangende fruit moet nog. Daar is nu zicht op.” 

Esther Rommel natuur
Staat natuur meer in de belangstelling dan ooit?

“Ja. Vooral door de stikstofdoelstellingen is de aandacht enorm gegroeid. Maar óók als je ziet hoeveel mensen de natuur hebben ontdekt door het thuiswerken. Fantastisch! Natuur hing er altijd een beetje bij, maar staat nu prominent op de agenda. Dat zie je ook in onze organisatie. Er zijn veel mensen bijgekomen en we zoeken nog steeds nieuwe collega’s. Natuur heeft ook alles. Van de mooie functie voor de biodiversiteit tot ideale ontspanningsplekken.” 

Wat betekent natuur voor u? 

“Het zit in mijn DNA. Mijn eerste jaren woonde ik met m’n ouders bij opa op de boerderij. Ik was een beetje onverwacht aangekondigd, vandaar. De natuur was mijn achtertuin. Bij opa, en ook bij mijn ouders, had ik altijd dieren om me heen. Kippen, ganzen, hamsters, konijnen. Een voorrecht. Ik houd van onze landschappen, de weidsheid, dat puur Hollandse. Daarom kijk ik altijd uit naar werkbezoeken. Ik leer daar ontzettend veel van.” 

Kunt u een voorbeeld geven?

“Voor de faunapassages rondom het Naardermeer is een innovatief systeem ontwikkeld. Een soort bielsvorm onder het spoor als doorgang voor de beestjes. Voor die vernieuwing er was, spraken de ProRail-technici en ecoloog verschillende talen. Ingewikkeld was dat. Totdat de ecoloog zei: ‘Een beestje wil van a naar b, maar er loopt een spoor en daar moet-ie onderdoor’. Toen wisten de technici dat er een tunnel nodig was. Elkaars taal leren spreken vind ik mooi aan deze tijd. Misschien is dat wel belangrijker dan ooit.”