Regiegroep Manifest Werken & Ontwikkelen 2030: Bereiken we wat we willen bereiken?
Publicatiedatum: 2 maart 2026
Laatst gewijzigd: 2 maart 2026
0 reacties“Het gaat om het verschil tussen de papieren en de echte werkelijkheid”, zegt Mark Denys, lid van de regiegroep van het Manifest Werken & Ontwikkelen 2030. Dit Noord-Hollandse netwerk versoepelt de samenwerking tussen onderwijs, ondernemers en overheid op het gebied van techniek en technologie.
Maar dat gaat niet altijd makkelijk vanwege de grote verschillen tussen deze ‘3 O’s’, vertelt hij. “We spreken een andere taal en hebben vaak een andere kijk op de wereld.” De regiegroep moet hierbij helpen door alle activiteiten en partijen die meewerken aan het manifest dezelfde kant op te laten bewegen. Denys vertelt over het netwerk, de regiegroep en zijn rol daarin.
“Ik zit in de regiegroep met 2 petten op”, zegt hij. Denys doelt hiermee op zijn beide functies: voorzitter van het publiek-private samenwerkingsverband Techport en directeur sustainability bij Tata Steel. “Voor beide organisaties zijn de thema’s van het manifest van belang, zoals de energietransitie, innovatieve duurzame oplossingen en een gezonde arbeidsmarkt.” Het netwerk brengt mensen bij elkaar en daardoor ontstaan concrete dingen, vertelt het lid van de regiegroep. “Tegelijkertijd vind ik dat we meer aandacht moeten hebben voor de resultaatgerichtheid ervan.”
Strategisch sturen op gezamenlijke ambitie
“De regiegroep geeft richting en advies, zodat de verschillende partijen de gezamenlijke ambitie behouden”, zegt Denys. De groep bestaat uit 30 bestuurders en directeuren uit het onderwijs, de overheid en de bedrijfswereld, en komt minimaal 1 keer per jaar bijeen. “De bijeenkomsten zijn interessant en waardevol, omdat de deelnemers uit heel andere hoeken komen”, vervolgt hij. Als voorbeeld noemt Denys een gezamenlijk project dat niet het gewenste resultaat oplevert. “Voor een bedrijf is dat een gemiste kans. Iemand van de overheid zou het als een politiek risico zien en zich afvragen hoe je het moet uitleggen. En het onderwijs bekijkt het mogelijk als een contextrijke leerervaring.” Waar je vandaan komt, bepaalt dus hoe je iets interpreteert. Hierdoor ontstaan vaak discussies in positieve zin, vertelt hij. “En dat is een belangrijk resultaat van de regiegroep.”
Manifest zet initiatieven in gang
Denys zegt dat er dankzij het manifest diverse initiatieven zijn opgezet en gerealiseerd. “Het Servicepunt Techniek bijvoorbeeld had succes in Noord-Holland Noord en is daarom over de hele provincie uitgerold.” Vanuit zijn eigen ervaring vertelt hij over het Techport Innovation Centre. “1 van de fieldlabs daarbinnen zet in op smart energy en daarbij werken we samen met de Hogeschool van Amsterdam (HvA). Die link is echt ontstaan vanuit het netwerk, we ontdekten een gezamenlijk belang.” Daarnaast is de Techport in gesprek met een aantal partijen, waaronder opnieuw de HvA, over meer onderwijssamenwerking. “Het gaat onder andere om het beter honoreren van bestaande kennis die is opgedaan buiten diploma’s.” Ook de bedrijfsschool van Tata Steel, de Tata Steel Academy, profiteert van de kennis van manifestpartners, bijvoorbeeld bij het digitaliseren van het onderwijs, geeft Denys aan.
Focus versus flexibiliteit
Toch vindt Denys de resultaten van het manifest soms moeilijk tastbaar en meetbaar. “Bereiken we wat we willen bereiken? En hoe duurzaam is dat wat we doen? Het is echt van belang om aandacht te houden voor de resultaatgerichtheid.” Hij merkt op dat het misschien door zijn achtergrond komt dat hij hiermee zit. “De andere 2 O’s lijken soms meer gericht op het proces en of het geheel in de juiste richting beweegt.” De deelname aan het manifest is bovendien behoorlijk vrijblijvend, zegt hij. “Ik denk dat je met een scherpere focus meer resultaten behaalt, maar de vraag is dan wel of dat dezelfde resultaten zijn. En die vrijblijvendheid biedt ook kansen en mogelijkheden. We hebben hier wel eens een discussie over gehad in de regiegroep en toen bleek dat veel mensen het vrijblijvende juist heel waardevol vonden.” Dit soort verschillen noemt Denys leerzaam. “Weer een voorbeeld van dat als je vanuit je eigen club denkt, je het ook wel eens mis kunt hebben.”
Van netwerk naar impact
Het ideaalbeeld is dat het manifest over een aantal jaar een volwassen netwerk over heel Noord-Holland is, zegt Denys. “Met als gevolg een provincie die de beste werkwijzen ook elders uitrolt en waar de energietransitie en vergroening goed op weg zijn. Waar de knelpunten in het vinden van de juiste mensen opgelost zijn en ‘leven lang leren’ vanzelfsprekend is. En daarnaast dat onze aanpak een landelijk voorbeeld is van hoe je dit met elkaar doet.” De 400 betrokkenen bij het manifest roept hij op om te durven groot te denken. “Focus daarbij op innovatieve en impactvolle oplossingen voor een gezonde arbeidsmarkt. Blijf ambitieus en daag elkaar uit om ideeën om te zetten in meetbare resultaten.”
Om te kunnen reageren moet u eerst inloggen.