“MER helpt bij politieke keuze”

Wat is eigenlijk een MER? Wat wordt er in een MER onderzocht? En wat gebeurt er met de resultaten? Willem Homan en Hans van Helden vertellen hoe het zit.

Willem Homan en Hans van Helden zijn betrokken bij de uitvoering van de MER, de Milieueffectrapportage, voor de Duinpolderweg. Willem werkt bij Royal HaskoningDHV, het advies- en ingenieursbureau dat het MER-rapport opstelt. Hans werkt bij de provincie Noord-Holland en coördineert als projectleider MER de afstemming met de ambtelijke organisaties. Samen vertellen ze wat een MER inhoudt.

Willem Homan  Hans van Helden
Willem Homan                                                         Hans van Helden

Wat is een MER?

“In een MER worden alle milieuaspecten onderzocht van een besluit, vóórdat dat besluit wordt genomen. Alle alternatieven worden bekeken en met elkaar vergeleken op milieugebied. De resultaten worden gebundeld in een Milieueffectrapport, dat aan de politiek wordt aangeboden. Zo kunnen politici ook de milieuaspecten meenemen in hun beslissing. Overigens worden naast de MER nog andere onderzoeken uitgevoerd: een Economische Effectenrapportage (EER), een Landbouw Effectrapportage (LER) en een Maatschappelijke Kosten- en Baten Analyse (MKBA).”

Welke milieuaspecten worden onderzocht in een MER?

“Dat is heel breed. Uiteraard wordt gekeken naar de effecten op het natuurlijk milieu, waaronder flora en fauna, bodem en water. Maar we kijken bijvoorbeeld ook naar het leefmilieu van de omwonenden. Ook dat is een breed begrip: niet alleen luchtkwaliteit (fijnstof en uitlaatgassen) en geluidhinder, maar ook sociale aspecten en verkeersveiligheid spelen een rol. Daarnaast kijken we onder andere ook naar landschappelijke en cultuurhistorische aspecten in de MER.”

Wie bepaalt wat er in een MER wordt onderzocht?

“Een MER is wettelijk verplicht voor grote projecten. Dat is al heel lang zo, en in de loop van de tijd is er een uitputtende lijst ontstaan met aspecten die onderzocht moeten worden. Het uitvoerende bureau, in dit geval dus Royal HaskoningDHV, houdt dat goed in de gaten. Overheden kunnen een MER niet hun eigen kant opsturen. Bovendien is er een Commissie MER die onafhankelijk van het bestuur werkt en erop toeziet dat het onderzoek zuiver en onbevooroordeeld is uitgevoerd. Die commissie beoordeelt elke MER in Nederland, en is behoorlijk streng.”

Hoe toets je milieuaspecten?

“De milieuaspecten worden beoordeeld aan de hand van het projectkader. In het geval van de Duinpolderweg bestaat dat kader uit de Notitie Reikwijdte en Detailniveau en de Probleemanalyse uit de bestuurlijke tussenstap; die periode is ingelast om probleem- en doelstelling nader te concretiseren en het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor de alternatieven te toetsen. Alle alternatieven worden aan dat kader getoetst, met al hun aspecten. Zo krijg je een optimale vergelijking. Voor een aantal zaken, zoals geluid en luchtkwaliteit, gelden standaard-berekeningsmethodes.”

Hoe weeg je al die aspecten dan af?

“Veel aspecten zijn niet in geld uit te drukken. Een  windmolenpark geeft bijvoorbeeld ‘horizonvervuiling’, maar dat is heel moeilijk te vertalen in euro’s. Alle aspecten worden benoemd en beoordeeld. De aspecten komen uiteindelijk in een tabel die veel mensen zullen herkennen van de Consumentenbond, met plussen en minnen. Uiteraard voorzien van een verantwoording. Een aantal aspecten is wel in geld uit te drukken, dat gebeurt in de MKBA, de Maatschappelijke Kosten- en Batenanalyse. Die uitkomsten worden getoetst door de betrokken instanties en overheden. Ook de Provinciale Adviescommissie Leefomgevingskwaliteit (Zuid-Holland) en de Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling (Noord-Holland) worden geconsulteerd. Uiteindelijk is het aan de bestuurders om de alternatieven onderling af te wegen en een keuze te maken. Wij reiken de informatie daarvoor aan.”

Er zijn blijkbaar ook plussen mogelijk op milieugebied?

“Jazeker. Bij grote projecten denk je misschien gauw aan aantasting van het milieu: het verdwijnen van een diersoort of de toename van luchtvervuiling. Maar er zijn zeker ook positieve effecten. Bij de plannen voor de Duinpolderweg is één van de doelen om het doorgaand verkeer door de dorpskernen fors te verminderen. In de tabel zal de ‘leefkwaliteit in de dorpskernen’ bij verschillende alternatieven naar verwachting een plus krijgen.”

Na de zomer ligt er een dik MER-rapport. En dan?

“Dan moet de politiek een keuze maken voor een voorlopig voorkeursalternatief. De MER helpt daarbij, maar levert doorgaans geen zwart-witplaatje op. Het ‘eindplaatje’ van een MER heeft altijd heel veel aspecten, die niet simpelweg tegen elkaar weg te strepen zijn. Dat is echt een politiek oordeel. Een MER geeft wel richting: áls je ‘landschap’ het allerbelangrijkste vindt, is alternatief A de meest logische keuze; als je leefmilieu boven alles stelt, moet je alternatief B kiezen. Bedenk daarbij wel, dat de milieuaspecten altijd afgezet moeten worden tegen de hoofddoelstellingen van je plannen. Bij een wegenproject als de Duinpolderweg kan een alternatief geweldig scoren op milieu, maar als dat bijvoorbeeld komt doordat niemand van die nieuwe weg gebruik zal maken, is dat alternatief natuurlijk niet de meest logische keuze.

De Adviesgroep zal overigens ook gevraagd worden om hun mening/oordeel te geven over de alternatieven, op basis van de rapporten die er dan liggen: de MER, maar ook de andere onderzoeken.”

Is het MER-rapport te begrijpen voor een leek?

“Het uiteindelijke MER-rapport bestaat uit diverse deelrapporten. Dat zijn over het algemeen stevige rapporten met ‘technische’ verhalen, die vooral voor en door ingewijden zijn geschreven. Daar bovenop komen een samenvattend hoofdrapport en een “publieksvriendelijke” samenvatting. De samenvatting is in elk geval voor een geïnteresseerde leek te begrijpen. Er staan veel beelden en plaatjes in, en technisch jargon wordt zo veel mogelijk vermeden.”

Hoe zit het met inspraak?

“Het MER-rapport, de andere rapporten en het voorlopig voorkeursalternatief worden ter inzage gelegd, nadat het bestuur er een besluit over heeft genomen. Daarna kan iedereen zijn mening geven door een zienswijze in te dienen. Ook is er ruimte om in te spreken bij de behandeling in de Statencommissies van de twee provincies.

Overigens: als de politiek kiest voor een voorkeursalternatief, komt er straks nóg een MER. De huidige MER selecteert alternatieven. De komende MER doet  gedetailleerd onderzoek naar het gekozen voorkeursalternatief.”

 

Uitgelicht