Ringvaart Haarlemmermeer: barrière of impuls voor innovatie?

(12 oktober 2017)

In het project Duinpolderweg is de Ringvaart gedefinieerd als barrière voor het wegverkeer die geslecht moet worden met een extra brug. Voor de scheepvaart betekent een extra brug juist een extra obstakel in de doorstroming. Voldoende reden om de Ringvaart eens nader onder de loep te nemen. Jeannet van Arum en Bart Bosman, respectievelijk sectormanager verkeersmanagement en verkeersmanager bij provincie Noord-Holland, belichten beide kanten van deze weg-water kruisingen.

Bennebroekerbrug over de Ringvaart, als verbinding tussen Bennebroek en Zwaanshoek
Bennebroekerbrug over de Ringvaart, als verbinding tussen Bennebroek en Zwaanshoek

Met name de westelijke Ringvaart vormt een belemmering voor de ontsluiting van de Bollenstreek, constateert Bosman. “Een zestal bruggen zorgt ervoor dat het verkeer regelmatig stil komt te staan. Dan hebben we het over: de Cruquiusbrug en Elsbroekerbrug (beide van provincie Noord-Holland), de Bennebroekerbrug, Hillegommerbrug en Lisserbrug (van gemeente Haarlemmermeer) en ten slotte de Kaagbrug op de A44 (van Rijkswaterstaat). Jaarlijks varen er ongeveer 6.000 recreanten over de westelijke Ringvaart en 2.000 beroepsvaartuigen.”

De drie gemeentelijke bruggen zijn kleine, lage bruggen en moeten ook nog open voor de sloepjes die steeds populairder worden. Bij de Cruquiusbrug in de N201 en de Elsbroekerbrug in de N207 leidt de scheepvaart in de maanden mei tot en met augustus tot gemiddeld 15 brugopeningen per dag. Bosman: “Een brugopening duurt gemiddeld maar 5 minuten, maar geeft wel veel overlast voor het wegverkeer. Zeker rond de drukke spitsperiode kan de vertraging door een brugopening oplopen tot wel 10 minuten. Omdat het tijdstip van de brugopening vaak niet van tevoren bekend is, geeft dit veel irritatie.”

Innovatie

Technologie en innovatie kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de bereikbaarheid van de regio. Van Arum en Bosman noemen het project Blauwe Golf als voorbeeld. Dit is een innovatief samenwerkingsproject om de doorstroming en informatievoorziening op kruisingen weg-water te verbeteren. Hulpdiensten, het openbaar vervoer en het wegverkeer staan minder lang stil voor open bruggen en zijn een kwartier van tevoren geïnformeerd over een brugopening. De scheepvaart kan in konvooien beter doorvaren en kan de route efficiënter plannen. Door minder wachten, informatie over ligplaatsen en een betrouwbare reis- en vaartijd is er bovendien minder uitstoot van schadelijke stoffen door wachtend wegverkeer en scheepvaart. Bosman: “Op de westelijke Ringvaart (binnen het studiegebied van Duinpolderweg) is met dit project de doorvaart tot wel 50% verbeterd en het aantal voertuigverliesuren (wachttijd voor het wegverkeer, red.) jaarlijks met ongeveer 150.000 afgenomen.”

Daarnaast is de provincie in 2016 gestart met de bouw van een centrale bedienpost in Heerhugowaard. Bosman: “Hiervandaan kunnen we vanaf 2019 of 2020 alle bruggen en sluizen van de provincie op afstand bedienen, waarvan er vijf over de Ringvaart liggen. De wens van de provincie is om, gezamenlijk met de andere beheerders van bruggen en sluizen, de trajecten van het Basisnet Beroepsvaart en de Staande Mastroutes vanuit één punt centraal te kunnen bedienen. Dankzij zo’n trajectgewijze aanpak krijgt de vaarweggebruiker een betere service. Deze hoeft zich namelijk niet meer bij elke beheerder opnieuw aan te melden. Daarnaast wordt het mogelijk om de scheepvaart 24 uur per dag, 7 dagen per week te bedienen.”

Afstemming

Het beperken van hinder is volgens Van Arum ook een kwestie van goede afspraken maken. “Zo maakt de zogeheten Staande Mastroute (114 kilometerlange route van Breskens tot Delfzijl, red.). gebruik van zowel de westelijke als de oostelijke Ringvaart. (Vaar)wegbeheerders op die route hebben de openingstijden van bruggen en sluizen zoveel mogelijk op elkaar afgestemd. Zo krijgen schepen hoger dan 6 meter de garantie dat ze binnen 24 uur van Rotterdam naar Amsterdam kunnen varen. Tegelijkertijd is ook met het wegverkeer rekening gehouden door het openen van bruggen tijdens de spits zoveel mogelijk te beperken.”

Brug of Aquaduct?

Naast afstemming en innovatieve ontwikkelingen blijft er (nieuwe) infrastructuur nodig. Alle alternatieven van Duinpolderweg kruisen de Ringvaart. Daarom zijn de opties brug en aquaduct beide in het MER-onderzoek opgenomen. De keuze is van meerdere factoren afhankelijk. Zo zal er onder meer een afweging worden gemaakt op het gebied van kosten. De aanschafkosten van een aquaduct zijn immers hoog, maar daar staat tegenover dat het beheer en onderhoud van aquaducten minder kostbaar is dan van bruggen. Ook bespaar je op bedienkosten. Een ander voordeel is dat de een aquaduct geen stremmingen veroorzaakt, zoals bij een beweegbare brug wel het geval is.

Een aquaduct of een nieuwe brug? Wat de conclusie voor Duinpolderweg ook moge zijn, technische hulpmiddelen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een betere doorstroming in de hele regio, verwachten Van Arum en Bosman.

Achtergrond:

Ringvaart: resultaat van techniek en noeste arbeid

Slechts uitgerust met schop en spade startten duizenden arbeidskrachten in mei 1840 met het graven van de 60 kilometer lange Ringvaart en het opwerpen van een ringdijk. Het was de eerste belangrijke stap in het droogleggen van de Haarlemmermeer. 
In plaats van windmolens kozen de technici voor de relatief nieuwe toepassing van het stoomgemaal. Elk stoomgemaal had een capaciteit van 300 windmolens. Er werden 3 stoomgemalen gebouwd die de namen kregen van beroemde waterstaatkundigen: Leeghwater, Lijnden en Cruquius. Zonder die uitvinding zou niet Kinderdijk of de Zaanstreek het windmolencentrum van Nederland zijn, maar de Haarlemmermeer.
In 1845 was het graafwerk klaar en kon het stoomgemaal Leeghwater aan de Kaag beginnen met het spuien op een speciaal voor dit doel gegraven kanaal dat bij Katwijk in zee uitwaterde. In 1848 en 1849 werden de stoomgemalen Lijnden en Cruquius in gebruik genomen. In 1852 was zo’n 800 miljoen kubieke meter water weggepompt en lagen de vissen voor het oprapen.
De Ringvaart van de Haarlemmermeerpolder is nog steeds nodig om de waterhuishouding te regelen. Daarnaast is het een belangrijke vaarverbinding voor de recreatie- en beroepsvaart. Vooral over de oostelijke Ringvaart varen grote bijzondere transporten, omdat hier de meeste bruggen met een doorvaarthoogte tot 30 meter zijn.

 

Uitgelicht