OV-toekomstbeeld 2040 aangeboden aan minister

(25 november 2019)

De bereikbaarheid in de regio Noord-Holland en Flevoland staat onder druk. Onderzoeken laten zien dat de groei van het aantal reizigers en de geplande realisatie van een groot aantal nieuwe woningen tot knelpunten in de verkeersstromen leiden als er niet wordt gewerkt aan een beter openbaar vervoer.

De samenwerkende overheden in Noord-Holland en Flevoland hebben daarom een gezamenlijke ambitie ontwikkeld: het ‘Regionaal OV-Toekomstbeeld 2040 Noord-Holland & Flevoland’ (PDF, 6,8 mB). De rapportage is op 20 november aangeboden aan minister van Nieuwenhuizen.  

Gedeputeerde Adnan Tekin (Mobiliteit): “Het toenemend aantal inwoners, forenzen en bezoekers, in combinatie met de geplande woningbouw, leidt onherroepelijk tot knelpunten als er niet stevig wordt ingegrepen. Dit onderstreept het grote belang om nu al te investeren in een hoogwaardig openbaar vervoer-netwerk in Noord-Holland en Flevoland. Onze plannen zijn ambitieus en vergen veel inspanning en geld. Hiervoor zijn we gezamenlijk – provincies, regio, vervoersector en Rijk - aan zet.” 

Hoogwaardig openbaar vervoer

Het toekomstbeeld omvat een voorkeursnetwerk 2040 dat bestaat uit vele maatregelen en projecten met als basis hoogwaardige openbaar vervoerlijnen (HOV) voor tram, bus, metro en trein. Het gaat daarbij om het realiseren van een schaalsprong in het openbaar vervoer, door nieuwe verbindingen en het versterken van bestaande verbindingen. De snelheid van het reizen en de betrouwbaarheid van de dienstregeling worden daarmee verhoogd. 

Halte van de Noord-Zuidlijn in Amsterdam

Projecten 

Het doortrekken van de Noord/Zuidlijn via Schiphol naar Hoofddorp, het sluiten van de kleine metroring tussen Isolatorweg en Amsterdam CS én de IJmeerverbinding die Almere Centrum en Pampus aansluit op het Amsterdamse metronet, moeten samen zorgen voor ruimte op het nationale spoornetwerk. Zo kan het aantal treinen in heel Noord-Holland en Flevoland worden geoptimaliseerd. Op elke corridor wordt ingezet op de combinatie van frequente sprinters en intercity’s. Voorbeelden zijn een intercity tussen Almere-Hilversum-Utrecht, directe verbindingen van Hoorn en Alkmaar met Schiphol én een verhoging van de frequentie van de treinen. Het voorkeursnetwerk bevat een HOV-verbinding tussen Haarlem en Schiphol-Noord. Ook zijn er ruim dertig verschillende projecten voor versterking van het hoogwaardige busnetwerk opgenomen, waaronder verdiepend onderzoek naar HOV in de Zaancorridor. 

Regionale ambities

Met het aanbieden van het Regionaal OV-Toekomstbeeld aan het Rijk tijdens het BO-MIRT (Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport) geven de overheden invulling aan de vraag van de minister om de regionale ambities met betrekking tot het openbaar vervoer aan te geven. Dit als inbreng voor de landelijke uitwerking van het OV-Toekomstbeeld, dat onder regie van het Rijk wordt uitgevoerd. 

In een intensief proces met alle deelregio’s, het Rijk, de spoorsector, de OV-bedrijven en de reizigersorganisaties zijn in de afgelopen twee jaar de kansrijke maatregelen geïnventariseerd. Het voorkeursnetwerk is nadrukkelijk geen blauwdruk, maar vormt de gezamenlijke adaptieve inzet van de opdrachtgevers, waarmee naar verwachting de toekomstige mobiliteits- en leefbaarheidsopgaven adequaat aangepakt kunnen worden.

Betrokken partijen

Het Regionaal OV-Toekomstbeeld 2040 is opgesteld door de provincies Noord-Holland en Flevoland, de gemeenten Amsterdam en Almere en de Vervoerregio Amsterdam. Er is ook advies ingebracht door vertegenwoordigers van alle deelregio’s binnen beide provincies en van NS, ProRail, het Ministerie van I&W, GVB, Connexxion en Reizigersvereniging ROVER. 

Vervolgproces  

Om het voorkeursnetwerk 2040 te kunnen realiseren, is volgens de rapportage circa 15 miljard euro aan investeringen nodig. Dit vraagt om inzet van alle betrokken partijen, de regio, het Rijk en het bedrijfsleven. De overheden in de regio zullen verdere afspraken maken over de status van vervolgstudies en over het starten van regionale cofinanciering.