Samen sterk voor gezondere leefomgeving IJmond

(26 november 2019)

Op donderdag 21 november vond het eerste Bestuurlijk Overleg Industrie & Gezondheid plaats. Doel van dit overleg is om als overheden nog nadrukkelijker samen te werken om de gezondheid in de IJmond te verbeteren.

Wethouders Gezondheid/milieu van de IJmondgemeenten, de gedeputeerde Gezondheid, Leefbaarheid en Milieu van de provincie Noord-Holland, de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied en IJmond en de GGD Kennemerland bespreken tijdens het overleg de actuele ontwikkelingen op het gebied van gezondheid en milieu in de IJmond. Op uitnodiging kunnen ook partijen zoals het RIVM, Tata Steel of de rijksoverheid aansluiten.

Gezondere leefomgeving in de IJmond

De IJmondregio kenmerkt zich door een bijzondere combinatie van strand, duinen, tuindersgebied, Noordzeekanaal, sluizen en industrie. Er wordt gewoond, gewerkt en gerecreëerd. Tegelijk staat de luchtkwaliteit onder druk. Overheden in de regio trekken met de provincie nog nadrukkelijker samen op voor een gezondere leefomgeving in de IJmondregio.

Belang voor de regio

Op donderdag 21 november waren bij de eerste bijeenkomst ook de commissaris van de Koning en de burgemeesters van de IJmondgemeenten aanwezig. “Als besturen stellen we het belang van een gezonde leefomgeving en de zorgen van de omwonenden voorop”, licht commissaris van de Koning Arthur van Dijk toe. Ook Tata Steel was uitgenodigd. Van Dijk: “We hebben uiteraard onze zorgen gedeeld over de dreigende ontslagen bij Tata. Tata Steel is tegelijk namelijk van groot belang voor de regio.”  

Tata Steel in de IJmond in Noord-Holland

Grafietregens

De grafietregens bij Harsco/Tata in 2018 en 2019 hebben bij de inwoners van de IJmond geleid tot veel vragen en zorgen over hun gezondheid. In reactie daarop hebben de besturen besloten om structureler en regelmatiger over de gezondheids- en milieusituatie van de IJmond te overleggen. Van Dijk: “Willen we echt een slag slaan dan moeten we nauwer met elkaar optrekken. Daarom hebben we afgesproken vaker bij elkaar te komen. Voor de volgende fase is het belangrijk dat we ook de bewoners erbij betrekken.”