2020 ook een slecht jaar voor de grutto

(17 december 2020)

Met de graspieper, slobeend en gele kwikstaart gaat het in Noord-Holland sinds 2006 steeds beter. Helaas kan dat niet worden gezegd van de grutto, kievit en scholekster, de zogenoemde steltlopers onder de weidevogels, die sinds 1990 in aantal afnemen.

De grutto in zijn natuurlijke omgeving: het grasland

Noord-Holland is één van de Nederlandse provincies met de hoogste weidevogeldichtheid in Europa. Dat geeft een grote verantwoordelijkheid voor deze soorten. Om bij te houden hoe het de weidevogels hier vergaat, is er het ‘Provinciale meetnet boerenlandvogels’. Dat houdt sinds 1987 de vinger aan de pols met tellingen.

Martin Witteveldt, als ecoloog bij de provincie Noord-Holland betrokken bij het meetnet, nuanceert het beeld: “Als je naar de hele groep weidevogels kijkt, gaat het sinds 2006 met een aantal soorten goed of beter dan voorheen. Maar het gaat nog steeds wel heel slecht met soorten als de grutto, de tureluur en de scholekster.
De oorzaak hiervoor is best ingewikkeld. Als je kijkt naar de geschiedenis van de provincie dan is het landschap flink veranderd. Er is veel gebouwd, want we moeten allemaal wonen en werken, we willen recreëren, en dan nemen wij ook nog eens in aantal toe. Het grondgebruik door de landbouw is ook veranderd: er wordt intensiever geboerd en bemalen. Door het omzetten van boerenland is er ook meer bos en struweel bij gekomen. Het wordt makkelijker voor roofvogels en vossen om zich daar te vestigen en dat is ongunstig voor de weidevogels die in de buurt broeden. Het leefgebied voor weidevogels wordt door al deze ontwikkelingen sowieso kleiner. Kijk maar eens in een atlas van zo’n 30, 40 jaar geleden. Dan zie je veel gebied dat voor weidevogels inmiddels totaal ongeschikt is.”

Ruimtelijke bescherming

Welke maatregelen kunnen er worden genomen voor de soorten die in aantal achteruit gaan?
Martin: “Dan kun je bijvoorbeeld denken aan het Natuurnetwerk Nederland, met het aankopen en inrichten van gronden ten behoeve van natuur. Er wordt ook volop ingezet op agrarisch natuurbeheer. Daarbij krijgen boeren, op basis van vrijwilligheid, een vergoeding om extra maatregelen te nemen of juist iets te laten. Dat kan van alles zijn en kan lokaal heel succesvol zijn.
Noord-Holland kent ook ruimtelijke bescherming ten behoeve van weidevogels in de vorm van weidevogelleefgebieden. Dat zorgt ervoor dat zulke gebieden onbebouwd blijven, of dat je daar activiteiten weert die slecht zijn voor weidevogels. Die gebieden zijn opgenomen in onze Ruimtelijke Verordening als habitat voor weidevogels. Het gaat om grote delen van Noord-Holland, die open zijn en dat moeten blijven, tenzij er zwaarwegende argumenten zijn om daarvan af te zien. Daarmee houd je weidevogelgrasland beschikbaar.”

Actieplan Weidevogels

De provincie heeft dit voorjaar het Actieplan Weidevogels  vastgesteld. Een 10-stappenplan om de afname van weidevogels met concrete acties te stoppen. 

Martin: “Maar je hebt niet alles in eigen hand. Een groot deel van de weidevogels broedt hier, maar trekt ook weer weg. De grutto overwintert in Afrika en komt aan het eind van de winter weer hier naartoe. Tijdens de overwintering en die trek kan er van alles gebeuren. Tot voor kort werden grutto’s in Frankrijk nog gewoon geschoten. Dat zou in Europees verband toch niet moeten kunnen: dat we hier ons best doen voor deze in Europa zeldzame soort, en dat ze dan onderweg worden kapotgeschoten door onze buren.”

Uitgelicht