Blog Edward Stigter: leefbaarheid en energietransitie hand in hand

(08 februari 2020)

Een groot deel van Noord-Holland ligt onder de zeespiegel en was ooit moeras, meer of zee. Dankzij duizenden molens zijn de polders van onze provincie uit water gewonnen.

Die molens zijn tegenwoordig een toeristische attractie en doen denken aan het Holland van vroeger. Dat geldt niet bepaald voor de windmolens die de afgelopen jaren zijn gebouwd - op zee en op het land. Die nieuwe molens zijn onderdeel van de toekomst en ze zijn hard nodig voor schone energie. 

Windmolen aan kanaal

Foto: Annoesjka Brohm

Ik wil dat Noord-Holland klaar is voor die toekomst. Dat het een leefbare provincie is; voor onszelf, onze kinderen en later hun kinderen. Dat betekent dat we keihard aan de slag moeten om de energievoorziening duurzamer en schoner te maken. Anders redden we het gewoon niet. Wat mij betreft gaan we dat samen doen, zijn er geen heilige huisjes en kijken we met open blik naar alle mogelijke oplossingen.

Prettig wonen

Nederland zit midden in een gigantische operatie. De energietransitie moet een einde maken aan het grootschalig gebruik van fossiele brandstoffen waarop ons land nu draait, om zo de klimaatdoelen van Parijs te halen. Dat is geen simpele klus. Voor Noord-Holland betekent het onder meer dat er meer windmolens bij zullen komen. De provincie zoekt samen met gemeenten en waterschappen waar mogelijk plek is. En daar betrekken we de bewoners natuurlijk ook bij: meer dan 3.000 mensen hebben al meegedacht.

Ik spreek veel mensen hierover en hoewel bijna iedereen begrijpt waarom het nodig is, zijn sommige inwoners ook terughoudend of zelfs boos. Windmolens kunnen overlast veroorzaken: ze maken geluid en zorgen voor een slagschaduw. Ik snap de zorgen die mensen hebben. Het is prettig wonen in onze provincie, en dat willen we allemaal graag zo houden. Leefbaarheid is essentieel.

Flexibel 

Om overlast te beperken, zijn er strenge landelijke regels voor windmolens op het gebied van geluid, schaduw en afstand tot bebouwing. De minimale afstand is daarbij afhankelijk van bijvoorbeeld de grootte, kracht en zwaarte van de molen. In Noord-Holland is los van die landelijke regels ooit bepaald dat de afstand minimaal 600 meter moet zijn. Ongeacht grootte of kracht van de windmolen. En ongeacht de lokale wensen van bewoners en gemeenten die graag schone energie willen opwekken. 

Daarom wil ik de mogelijkheid openhouden om af te kunnen wijken van die 600 meter. Zodat het op plekken waar dat nu niet mogelijk is, maar waar bewoners en gemeenten dat wél graag willen, windmolens kunnen komen. In Haarlem bijvoorbeeld. Ik wil de optie open laten, om flexibel te kunnen zijn in de héle provincie. Natuurlijk binnen de landelijke regels. 

Dat betekent dus niet dat er overal zomaar windmolens komen. Alleen daar waar het kan en waar mensen het willen. Daar vinden de bezorgde bewoners en ik elkaar: leefbaarheid en energietransitie gaan hand in hand. Want we willen allemaal dat Noord-Holland die prachtige provincie blijft die het is, waar mensen graag wonen. De liefde voor het landschap is wat ons bindt.

Deze tekst is op zaterdag 8 februari ook als opinieartikel verschenen in het Noordhollands Dagblad.