De wittebroodsweken van Jeroen Olthof

(14 juli 2020)

Jeroen Olthof begon in maart 2020 als gedeputeerde bij de provincie, vlak voor de aanvullende coronamaatregelen van het kabinet.

In dit interview vertelt de Zaandammer over zijn inwerkperiode, thuiswerken in tijden van corona en zijn ambities voor Noord-Holland. “Mijn proeftijd zit erop!”

Gedeputeerde Jeroen Olthof

Olthof maakt tijdens het gesprek een ontspannen, enthousiaste indruk. Net als de meeste Nederlanders werkt de gedeputeerde een groot deel van de tijd thuis in zijn woonplaats Zaandam, maar vandaag zit hij de hele dag in het provinciehuis aan de Dreef. In zijn stampvolle agenda staan onder meer bezoek van collega-gedeputeerde van de provincie Flevoland, een overleg over openbaar vervoer in ’t Gooi en het digitaal voorzitten van een expertpanel. ’s Avonds staat bovendien een afscheidsdiner van oud-gedeputeerde Jack van der Hoek op de planning. “En dan heb ik nu eigenlijk best veel ruimte in mijn agenda”, lacht hij. “Doordeweeks vergader ik veel en in het weekend lees ik stukken. Drukke dagen, maar dat vind ik niet erg. Uiteindelijk ben je 24/7 bestuurder. Als ik gewone kantoortijden wil, dan moet ik een andere baan zoeken.”

Voelt u zich ondanks deze bijzondere start al thuis bij de provincie?

“Absoluut! Vanaf dag 1 voel ik mij ontzettend welkom, zowel bij mijn directe collega’s als in het college. Ik ga elke dag fluitend naar mijn werk. Als ik hier ten minste naartoe mag… Thuiswerken gaat gelukkig goed. Mijn kinderen zijn wat ouder – 23 en een tweeling van 20 jaar – dus daar heb ik weinig last van. Bovendien heb ik een kantoor waar ik rustig kan werken.”

Hoe zagen uw ‘wittebroodsweken’ eruit?

“Ik ben op 9 maart geïnstalleerd en heb toen nog iedereen netjes een hand gegeven. Een paar uur later kondigde premier Rutte aan dat handen schudden niet meer kon. Ik heb die week nog wel normaal gewerkt en op maandag 17 maart had ik nog stafvergadering, maar vanaf dat moment moest ook ik thuiswerken. Dat was heel gek. Ik heb 90 procent van mijn inwerkperiode digitaal gedaan. Veel collega’s, stafleden en bestuurders heb ik zelfs nog nooit fysiek ontmoet.”

Jeroen Olthof
(Jeroen Olthof thuis aan het werk)

Kunt u uw rol van gedeputeerde op deze manier wel goed uitoefenen?

“Jawel, maar de mogelijkheden zijn beperkt. Ik wil graag verbinden. Noord-Hollanders, gemeenten en samenwerkingspartners moeten weten dat ik er voor ze ben. Ik verlang er ook naar om mensen persoonlijk te ontmoeten. Ik wil ze in de ogen kijken en de hand schudden. Nu komt het een beetje los, maar de eerste 3 maanden kon ik nergens naartoe. Alles moest digitaal. Dat gaat tegen mijn natuur in. Het liefst wil ik bij iedereen langsgaan, maar ik moet op mijn handen zitten. Noord-Holland is bovendien een flinke provincie en ik heb niet de kleinste portefeuille, dus ik moet mijn aandacht goed verdelen.”

U was van 2010 tot 2018 wethouder in de gemeente Zaanstad en ging vervolgens aan de slag in de jeugdzorg. Waarom bent u teruggekeerd naar de politiek?

“Ik vind besturen het mooiste wat er is, maar mijn houdbaarheid als wethouder was na 8 jaar wel bereikt. Even afstand nemen van de politiek en op een andere manier naar de wereld kijken was heel verfrissend. Toen ik begin 2020 werd benaderd voor de functie van gedeputeerde, moest ik wel even nadenken. Ik was nooit met de provincie bezig geweest. De rol van gedeputeerde stond niet op mijn bucketlist. Ik heb er een avondje met mijn gezin over gesproken en vond dit uiteindelijk toch een mooie uitdaging."

"Het klinkt misschien gek, maar voor mij is dit geen werk. Ik heb geen politieke of bestuurlijke opleiding. Als voorzitter van een dorpsraad in Zaanstad kwam ik voor het eerst in aanraking met raadsleden en wethouders. Ik vond het een enorme eer toen ik in 2006 zelf raadslid werd. Mijn oma heeft helaas nooit meegemaakt dat ik wethouder werd, maar zij liep in het verzorgingstehuis de hele dag te glunderen omdat haar kleinzoon in de gemeenteraad zat. Zo kijk ik er ook naar. Ik voel me gezegend om elke dag in het provinciehuis te zitten en op deze manier iets voor Noord-Holland te betekenen.”

Welke les heeft u geleerd tijdens uw politieke afwezigheid?

“De overheid heeft de neiging om beleid te maken dat op de tekentafel klopt. We denken in systemen, regelingen en techniek. Theoretisch gezien kan ik ons beleid vaak prima uitleggen, maar de leefwereld van inwoners is weerbarstiger. Tata Steel is daar een goed voorbeeld van. Vanuit de regelgeving, vergunningen en technieken doet het bedrijf misschien wat het moet en mag doen. De omgeving beleeft dit echter anders. Sommige mensen hebben overlast, maar tegelijkertijd is een grote groep ook afhankelijk van Tata. Het is de kunst om deze werelden bij elkaar te brengen.”

Hoe pakt u dit als gedeputeerde aan?

“Het gaat om vertrouwen. Zonder onderling vertrouwen is er geen basis om samen te werken. Dan is elk gesprek bij voorbaat gedoemd tot mislukken. Of het nu gaat om Tata, Schiphol of mobiliteitsvraagstukken: ik wil onze dilemma’s schetsen. Eerlijk zijn. We willen als overheid vaak iedereen te vriend houden als het lastig wordt. Dan komen we weer met een procesvoorstel. Gaan we nóg een onderzoek uitvoeren. We hebben inmiddels kasten vol rapporten, dus op een gegeven moment komt het aan op daadkracht."

Durven wij als overheid keuzes te maken en ons kwetsbaar op te stellen?

"Nee, dat vind ik niet moeilijk. Ik vind het veel belangrijker dat ik iedereen recht in de ogen kan kijken. We hoeven het niet altijd met elkaar eens te zijn. Als we elkaars standpunten maar respecteren en met een open vizier praten. Als Noord-Hollanders zeggen dat ik transparant en benaderbaar ben, dan is mij dat meer waard dan de populariteitsprijs.”

Wat is uw uitdaging voor de komende 3 jaar?

“Naast bereikbaarheid vind ik verkeersveiligheid en verduurzaming heel belangrijk. We staan voor grote opgaven: hoe dringen we de files terug? Hoe zorgen we voor meer CO2-reductie? Wat betekent dit voor het openbaar vervoer? Duurzaamheid is een lastig onderwerp. Het laaghangende fruit hebben we nu wel geplukt, maar we redden het echt niet met alleen laadpalen en elektrisch vervoer. We gaan een nieuwe fase in. Durven gemeenten bijvoorbeeld hun parkeertarieven aan te passen om het autogebruik te ontmoedigen? Ik wil ze hierbij helpen."

“Het doel is om Noord-Holland leefbaar te houden. Dat is in onze drukke provincie nog een hele uitdaging. Het betekent voor iedereen ook iets anders. Wat de 1 acceptabel vindt, daarvan ligt een ander ’s nachts wakker. Dat kan ik dus niet vanuit Haarlem of Zaandam voor een ander invullen. Ik wil daarom met zoveel mogelijk mensen – inwoners, overheden en ondernemers – in gesprek. We kijken bovendien naar metingen en onderzoek. In de IJmond doet onze Omgevingsdienst momenteel onderzoek naar de vergunningen van de fabrieken op het Tata-terrein. Waar mogelijk scherpen we die aan. Maar de echte verbetering voor de leefbaarheid in de IJmond zit in het verduurzamen van de staalproductie. Daar wil ik graag bij helpen. Het is namelijk niet mijn, maar onze uitdaging.”