Column Edward Stigter: Samenwerking recept om maatschappelijke doelen te realiseren

(12 mei 2020)

Het duurzaam economisch herstel na de coronacrisis, de klimaatopwarming, de verstedelijking: dat zijn allemaal grote maatschappelijke opgaven die er toe doen.

Ze hebben 1 ding gemeen: ze vragen om interbestuurlijke samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid tussen de verschillende overheidslagen. En dat is niet altijd makkelijk, weet ik inmiddels uit ervaring bij zowel Rijk, als gemeenten en provincie.

Een klein jaar geleden heb ik mijn intrede gedaan in de provincie als gedeputeerde Klimaat en Energie in de provincie Noord-Holland. Maar dat is niet mijn eerste stap in het openbaar bestuur. Voordat ik in mijn huidige baan begon, heb ik lang in rijksdienst gewerkt. Daarna ben ik overgestapt naar de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Ik heb gemerkt dat iedere overheidslaag zijn eigen dynamiek en cultuur heeft. Die je pas goed ziet als je weg bent.

Als rijksambtenaar heb ik altijd gedacht dat mijn samenwerking met ‘lagere' overheden er één was op basis van gelijkwaardigheid en wederkerigheid. Maar aan de 'andere' kant van de tafel merk je al snel dat van die gelijkwaardigheid minder sprake blijkt te zijn als een onderwerp (politiek) spannend wordt. Medewerkers van de rijksoverheid zijn buitengewoon bedreven in het politieke spel en spelen dat snel en soms geraffineerd. Gemeenten zijn zich er maar al te bewust van dat zij voor burgers de "1e overheid" zijn en menen daarom dat zij het gelijk in veel gevallen aan hun zijde hebben, wat zij fel verdedigen. De provincies nemen hierin als middenbestuur een wat meer gematigde houding aan.

Door deze dynamiek is het in veel gevallen een heuse uitdaging om samen tot goede resultaten te komen. Maar die zijn er gelukkig wel. Ik wil een voorbeeld noemen. De Regionale energie strategieën (RES). Deze zijn ontstaan in reactie op de top down benadering van eerdere duurzame energietrajecten. Een top downbenadering die beperkt succesvol was en tot veel weerstand bij burgers heeft geleid. De RES-en kennen een bottum up benadering waarbij alle overheden dit keer "aan de voorkant" aan tafel zitten en het rijk vooral een faciliterende houding aanneemt. Het resultaat is direct zichtbaar. Er wordt lokaal en regionaal veel meer eigenaarschap gevoeld bij de opgaven en er wordt veel eerder verbinding gelegd met de lokale bevolking.

Het eerste resultaat mag er ook zijn. Nu de eerste contouren van de concept RES-en zichtbaar worden, lijkt het er op dat de landelijke doelstelling voor de 35 Twh ruim wordt gehaald. Ik hoop dat we deze uitstekende vorm van interbestuurlijke samenwerking kunnen doortrekken richting RES 1.0. Maar bovenal hoop ik dat mijn voormalige rijkscollega's inzien dat een bottom up benadering en gelijkwaardige samenwerking het recept is om maatschappelijke doelen efficiënt, effectief en met draagvlakken realiseren.

Edward Stigter
Gedeputeerde Klimaat en Energie