Oren spitsen voor de gele kwikstaart

(28 juni 2021)

De provincie brengt de populatie akkervogels in Noord-Holland in kaart. Uit de tellingen moet blijken in hoeverre het werk van de provincie helpt de vogels te beschermen.

Met een verrekijker voor zijn ogen en een tablet in zijn linkerhand tuurt Gerard Westerhuis over een veld vol rood-oranje tulpen. Zijn winddichte jas heeft hij tot aan boven dichtgeritst, want ondanks het zonnetje staat er een fris windje. Af en toe laat hij zijn verrekijker zakken om iets op de tablet in te voeren. Na 10 minuten stilte gaat er een piepje. De tijd zit erop. “Ah wat jammer, heb ik net die overvliegende krakeenden gemist.”

Gerard werkt bij Grauwe Kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels, en telt in opdracht van de provincie door heel Noord-Holland akkervogels. In totaal zijn er 350 telpunten langs bollenvelden, graslanden en akkergronden, waarvan Gerard er 120 voor zijn rekening neemt. Alle vogels die hij in 10 minuten in een straal van 300 meter ziet óf hoort, gaan mee in de telling. Per voorjaar zijn er 4 telrondes, verspreid over april tot en met juli. Het doel: in kaart brengen hoe het ervoor staat met de akkervogels en onderzoeken of het werk van de provincie helpt de populaties op te krikken. 

Gerard kijkt met zijn verrekijker Gerard Westerhuis speurt naar akkervogels 

Vogelspotuurtjes 

De gele kwikstaart is lastig te zien tussen de gele tulpen, maar Gerard ontgaat niets. “Je oren en ogen moet je goed open houden. Hoe vaker je telt, hoe beter het gaat.” Hij is opgegroeid met vogels – zijn vader was ook vogelaar – en heeft er inmiddels heel wat vogelspotuurtjes op zitten. Geregeld staat Gerard al bij zonsopkomst met zijn verrekijker klaar. “Dat zijn de mooiste momenten, als het helemaal windstil is. Elke keer is het weer een verrassing welke vogels je gaat zien.” 

In de verte hoort Gerard een vogel luid roepen. Het geluid herkent hij meteen: een kievit. Maar wat betekent het? Dat moet hij namelijk ook noteren op zijn tablet. Is het territoriaal gedrag of probeert de kievit een nest te beschermen? “Er zijn 6 verschillende broedcodes. Soms is het lastig interpreteren, maar ik kan vaak wel op mijn ervaring vertrouwen dat ik goed zit. Die meerkoet met 4 jongen was daarentegen weer erg makkelijk. Dat is broedcode 5, een nestvondst.”

Gerard met zijn tablet en verrekijkerGerard met zijn verrekijker en tablet 

Winterakker 

De resultaten van de telling komen uiteindelijk bij de provincie Noord-Holland terecht. Ook worden ze verwerkt in een landelijke database. “Met de gegevens willen we trends achterhalen. Gaat het goed of slecht met de akkervogels?”, vertelt ecoloog Martin Witteveldt, werkzaam bij de provincie. Voor de gelegenheid heeft ook hij stevige stappers aangetrokken en een verrekijker om zijn nek gehangen. 

Een belangrijke taak van de provincie is de bescherming van de natuur, waaronder de akkervogels. “Dit doen we door subsidie te verlenen aan agrarische natuurverenigingen, zodat boeren hun land geschikt kunnen maken voor de vogels. Dat zijn pakketten van 6 jaar.” Zo kunnen boeren bijvoorbeeld akkerranden aanleggen. Daarbij zaaien ze bloemen en kruiden op een strook van 9 meter breed. Daar kunnen de akkervogels van leven. Ook winterakkers of luzerne teelt worden ingezet. Martin: “Boeren kunnen niet direct bij ons subsidie aanvragen. De collectieven regelen dat de pakketten op de goede plek terecht komen”. 

De route is inmiddels afgewerkt en Gerard is klaar om naar huis te gaan. Hij verwacht zijn 120 telpunten in 10 dagen te voltooien. Hij kijkt alweer uit naar de volgende zonsopkomst. “Heel af en toe gaan die 10 minuten tellen tergend langzaam, maar vaak genoeg kunnen ze mij niet lang genoeg duren.”