1 jaar coronacrisis: ‘Ik wil vertrouwen bieden’

(15 maart 2021)

Het is inmiddels een jaar geleden dat Nederland in de greep raakte van de coronacrisis. We kijken terug met commissaris van de Koning Arthur van Dijk. Hoe heeft hij deze periode ervaren? En hoe kijkt hij naar de toekomst?

CvdK Arthur van Dijk

Hoe kijkt u terug op de afgelopen 12 maanden?

Als ik er zo aan terugdenk is het gek genoeg voor mijn gevoel voorbij gevlogen. Het voelt als de dag van gisteren dat ik met ongeveer 300 mensen bij het afscheid van de burgemeester van Wormerland zat. Die dag kwam de melding dat het niet meer mogelijk zou zijn om met grote groepen bij elkaar te komen. De burgemeester zou eigenlijk de dag daarna in een feesttent met 1000 mensen afscheid nemen.  

Ik weet nog dat ik de eerste dagen dacht dat we in een slechte film zaten. Al heel snel ging ik met provinciesecretaris Renée Bergkamp bekijken hoe de dagelijkse processen door moesten gaan. Het surrealistische gevoel dat je krijgt van iets wat niet zichtbaar is maar er wel is, is wat me bij zal blijven uit deze periode. Ik kijk daarnaast met enige trots terug op hoe flexibel we als provincie zijn gebleken, en hoe we elkaar zijn blijven vertrouwen. Waar voorheen thuiswerken sporadisch gebeurde, werken we bij de provincie inmiddels allemaal thuis. En de organisatie staat nog steeds als een huis. Dat vind ik echt een compliment waard.

Is uw rol als commissaris van de Koning veranderd door corona? 

De rol en de positie zijn hetzelfde gebleven, maar corona heeft wel een grote stempel gedrukt op mijn werk. We zijn gaan nadenken hoe ik als commissaris van de Koning meer een rol van betekenis kan hebben. Hoe ik mensen kan steunen terwijl zij een gevoel van onzekerheid ervaren. In deze tijd wil ik vertrouwen bieden. 

Het is ook belangrijk dat processen zoveel mogelijk doorlopen. Maar dat moet wel op een aangepaste en veilige manier. Veel meer van mijn werk gebeurt nu online. De laatste Statenvergadering duurde bijvoorbeeld van 13.00 tot 19.00 uur. Dan zit ik dus 6 uur lang achter een beeldscherm. Ik kan je vertellen, dan ben je aan het einde bekaf. Je merkt dat dat soort dingen meer energie kosten.

U heeft veel werkbezoeken gedaan om mensen een hart onder de riem te steken. Wat viel u daarbij het meest op?

Toch wel de wil van mensen om er wat van te maken. Daarmee wil ik niet zeggen dat dat altijd makkelijk of mogelijk is. Het is natuurlijk een hard gelag als je bijvoorbeeld een horecaonderneming hebt. Want dan loop je hoe dan ook je voornaamste bron van inkomsten mis. Maar ik vind het indrukwekkend hoe mensen die bijvoorbeeld thuiswerken er het beste van maken. 

Wat me wel zorgen baart is dat sommige Nederlanders niet beseffen hoe hard er op bepaalde plekken gewerkt wordt. Dan kijk ik vooral naar de zorg. Als die mensen niet zouden doen wat ze wat ze nu doen, hadden we een veel groter probleem. In Noord-Holland Noord bijvoorbeeld is de besmettingsgraad op dit moment enorm hoog. Daar worden mensen dagelijks naar andere ziekenhuizen verplaatst met ambulances en helikopters. Dat gaat langs een deel van de Nederlanders heen. Daar zit ook een uitdaging voor de communicatie rond corona. Mensen zijn het moe om alleen te horen wat niet mag. We moeten vaker vertellen waarom we dit allemaal doen, en wat we er in de toekomst voor terugkrijgen. 

Welke gevolgen van corona bent u het liefst zo snel mogelijk kwijt?

Eigenlijk is het heel simpel. Ik wil gewoon dat het onzichtbare gevaar er niet meer is. Dat we weer op een normale manier kunnen samenleven. We zijn nu eenmaal gericht op elkaar opzoeken en gezelligheid. Dat maakt ook dat deze epidemie zoveel impact heeft op ons allemaal. 

Zijn er door corona ook dingen ontstaan die u zou willen behouden?

Een positief effect is dat mensen met meer waardering naar hun eigen omgeving kijken. Ik waardeer de tijd die ik met mijn gezin doorbreng nu extra. Ook loop ik elke dag 5 kilometer met mijn vrouw, en daardoor praten we veel meer met elkaar dan voor de coronacrisis. Dat wil ik vasthouden. Ik denk dat meer mensen wel herkennen dat ze nu andere waardevolle dingen zijn gaan doen, of die dingen meer waarderen dan voorheen.

Provinciale Staten en Gedeputeerde Staten vergaderen nu digitaal. Hoe was de omschakeling voor u als voorzitter? En denkt u dat deze ontwikkeling blijvend is?

Ik hoop niet dat dit blijvend is. In politiek zit ook emotie en die komt online minder goed tot zijn recht. Als je fysiek vergadert ontstaat er toch een andere interactie, en die mis ik enorm. Ik denk wel dat we er in Noord-Holland heel goed in geslaagd zijn er met de middelen die we hebben het maximale uit te halen. 

Wel denk ik dat er in de toekomst in een hybride vorm dingen mogelijk zijn die dat voorheen niet waren. Bijvoorbeeld dat je zowel fysieke vergaderingen hebt, als een extra online vergadering over 1 ingelast punt. Of dat je wat vaker zogeheten online ’benen op tafel’-gesprekken organiseert, waarin mensen op een vrijere manier met elkaar over een onderwerp praten. 

Als bestuurder heb je volgens mij 3 taken: luisteren, praten en beslissen. Met luisteren bedoel ik dat je als gekozen volksvertegenwoordiger constant in contact staat met je omgeving. Met praten bedoel ik dat je dat vertaalt naar een standpunt en met beslissen dat je uiteindelijk hier in de Staten voorstellen aanneemt of verwerpt. De digitale mogelijkheden die we nu noodgedwongen ontdekken, kunnen we in de toekomst gebruiken om beter met collega’s, maar vooral met onze inwoners, contact te hebben. 

Waar kijkt u naar uit als corona voorbij is? 

Dat we met elkaar de gezelligheid van het leven weer kunnen vieren. We hebben uiteindelijk allemaal die ontlading weer nodig. Er zijn bijvoorbeeld mensen met een nieuwe baan die hun collega’s nog nooit hebben gezien. En er zijn mensen die na een dienstverband van meer dan 30 jaar geen afscheid konden nemen van collega’s. Dat is natuurlijk ontzettend jammer. Het lijkt me heerlijk als dit soort dingen weer allemaal gewoon kunnen. 

Wat voor invloed heeft corona gehad op uw persoonlijke leven? 

Ik heb een dochter met een verstandelijke handicap. Zij woont begeleid zelfstandig in een woongroep in Zwijndrecht. Ze is 26 jaar maar geestelijk 8. Ik heb haar 9 maanden niet kunnen opzoeken. Dat is natuurlijk erg moeilijk. Ik belde haar elke dag met WhatsApp. Gelukkig kan ik nu een keer in de 14 dagen met haar gaan wandelen. En uiteraard bellen we nog steeds regelmatig. 

Ik heb wel een mooie herinnering aan de coronaperiode overgehouden. Ze houdt erg van schminken en wil later schminkmevrouw worden. Elke keer als ze haar gezicht had geschminkt, maakte ik een foto van haar via WhatsApp. Met kerst heb ik een fotoalbum voor haar laten maken met al die foto’s. Het was heel mooi om haar dat te kunnen geven. Maar het heeft me wel pijn gedaan om haar niet te kunnen bezoeken. Gelukkig wordt er heel goed voor haar gezorgd, en ze doet leuk werk als dagbesteding. Ze is in goede handen.

Wat gaat u straks als eerste doen als alles weer mag?

Ik denk, heel simpel, dat ik een barbecue in mijn tuin zou houden en de gezinnen van mijn beide broers zou uitnodigen.