Vrijwilligers maken de Noord-Hollandse natuur

(14 oktober 2021)

Ongeveer 14.000 groene vrijwilligers telt Noord-Holland. Die waren niet allemaal aanwezig tijdens de Dialoogdag in het Goois Natuurreservaat op 13 oktober. Toch waren maar liefst 150 vrijwilligers die de dag aangrepen elkaar te ontmoeten.

Bij het woord groenvrijwilliger denk je misschien alleen aan de mensen die in de natuur werken. Of aan de vrijwilligers die excursies begeleiden. Herstellers en Vertellers, heet dat in ‘groene vrijwilligerstaal’. Er is ook een wat minder zichtbare groep, de Tellers. Deze tellen de soorten die in de natuur voorkomen. Allemaal hebben ze hun eigen specialiteit: insecten, vogels, reptielen, planten. Tijdens de Dialoogdag zijn verschillende workshops en wandelingen. Een daarvan is op pad met de tellers.

Nieuwe soorten

Plantenteller Christine Tamminga is al 35 jaar vrijwilliger. Hoe lang ze al met planten bezig is? “Sinds mijn elfde!” Zo nu en dan wijst ze er op eentje. “In deze tijd kom je bijna geen bloeiende planten meer in het bos tegen. In de stad bloeit nog wel het een en ander. Eigenlijk vind je in Amsterdam veel meer verschillende planten dan hier, daar ontstaan zelfs nog nieuwe soorten.”

Biodiversiteit

Tellen van de natuur is belangrijk om in de gaten te houden hoe het met de biodiversiteit gesteld is. Dat kan nogal eens verschillen: de tellers merken snel als een aanpassing is gedaan in de natuur. Als bijvoorbeeld bomen zijn gekapt, is er minder schaduw en hebben reptielen meer plek om te zonnen. En op zonnige gebieden kunnen weer andere planten groeien.

Groene ontmoetingen 1
Loes van der Poel (l.) en Christine Tamminga (r.)

Zonnende hagedissen

Loes van der Poel telt de reptielen. “Hier op de Gooise heidevelden vind je 7 soorten: 3 slangen en 4 hagedissen. Je vindt ze vaak aan de rand van de hei of op een afgevallen tak, waar ze kunnen zonnen. Het zijn immers koudbloedige dieren, dus ze gebruiken de zon om op te warmen. Al vinden ze het vaak in de zomer weer te heet. Nu zijn ze ook niet echt te zien, in deze tijd kun je alleen nog wel eens juvenieltjes tegenkomen.” Dat zijn kleintjes van de kleine of levendbarende hagedis. 

Vogels herkennen

Altijd al vond ze reptielen leuk, al zijn ze best moeilijk te vinden. Inmiddels werkt ze 20 jaar als natuurvrijwilliger. Haar echtgenoot, Paul van der Poel is ook mee met de excursie. Hij is vogelteller. Bij het kleinste vogelgeluid kan hij met zekerheid zeggen wat voor vogel het is. Iets wat voor het ongeoefende oor klinkt als regen op een paraplu: “Dat is de grote bonte specht.” Niet voor niets geeft Paul vogelherkenningscursussen. Binnenkort doet hij dat 50 jaar. “Dan wordt het tijd het stokje over te dragen.” 

Tafelbergheide

Loes en Paul trekken er dikwijls samen op uit om de dieren te spotten. “In februari waren we naar de Tafelbergheide. Spannend, want ik hoopte de levendbarende hagedis te zien, en Paul de klapekster. Nou, we zagen ze allebei. De klapekster met de hagedis in zijn klauwen. Toen ben ik maar weggegaan.” 
“Zo’n klapekster spietst zijn prooi op een takje,” vertelt Paul. “Ze doen dat als ze genoeg hebben gegeten en bewaren hun prooi zo tot ze weer honger krijgen.”

Bevlogen

Tijdens de Dialoogdag lijkt het wel of elke groenvrijwilliger even bevlogen over de natuur kan praten. Gedeputeerde Esther Rommel (Natuur) benadrukt graag hoe blij de provincie Noord-Holland met de vrijwilligers is: “Zonder jullie kan de Noord-Hollandse natuur niet zo mooi zijn als die nu is.” 

groene ontmoetingen 2
Paul van der Poel

Waardering

De provincie Noord-Holland ondersteunt de groene vrijwilligers via het programma Betrekken bij Groen dat IVN Natuureducatie en Landschap Noord-Holland namens de gezamenlijke natuurorganisaties uitvoert. De Dialoogdag is in het leven geroepen om in gesprek te gaan met de groene vrijwilligers en om waardering te tonen voor al het werk dat zij verrichten om de natuur te behouden en verbeteren. Daarnaast heeft de provincie 7,5 ton gestoken in het Groenfonds waarmee opleidingen betaald kunnen worden en materiaal geleend wordt.