Planvorming natuurontwikkeling in Zuid-Kennemerland

(30 september 2021)

Ook in Zuid-Kennemerland staat de natuur onder druk. Zeldzame planten kunnen niet meer groeien en dieren worden in hun voortbestaan bedreigd.

De provincie is begin dit jaar gestart met de planvorming voor natuurontwikkeling in Zuid-Kennemerland. Wat de opgave inhoudt, hoe de planvorming vordert en de samenwerking plaatsvindt leest u hieronder. 

Planvorming natuurontwikkeling in Zuid-Kennemerland

Zuid-Kennemerland is een drukke regio, met veel woningen, infrastructuur, industrie en verschillende vormen van landbouw. Hierdoor is de druk op de natuur in de duinen groot en zijn de verbindingen met andere natuurgebieden slecht. Daarnaast draagt het neerdalen van teveel stikstof door industrie, landbouw en verkeer bij aan het dichtgroeien van de karakteristieke open duingraslanden en duinvalleien. Daardoor krijgen Europees beschermde en kenmerkende duinsoorten het moeilijk. Ten slotte zorgt overbegrazing door het aantal damherten in grote delen van het duingebied voor een achteruitgang van de kwaliteit van kruidenrijke vegetaties die belangrijk zijn voor veel insecten. Ook belemmeren de damherten de bosverjonging doordat zij deze boompjes opeten. 

Het doel is om de natuur, en daarmee de diversiteit aan flora en fauna, in de regio te verbeteren. Daarvoor moet circa 258 hectare natuur aangelegd worden in het gebied dat sinds 1990 is begrensd als natuur door het Rijk. Door in de binnenduinrand de natuur te ontwikkelen en verbindingen met andere gebieden aan te leggen, krijgen andere planten en dieren meer kans zich te verspreiden en voort te planten. 

Inrichting is nog niet bekend

Het is nog niet bekend hoe de inrichting van de natuur en bijbehorende maatregelen er uit gaan zien. Het gaat met name om de ontwikkeling van vochtige graslanden. De openheid van de polder hoort bij het gebied en wordt door realisatie van graslanden behouden. Welk type grasland hangt af van een aantal factoren, zoals eventuele kwelpotentie, de verbinding met het Natura 2000-gebied, het watersysteem en het gebruik. Vochtig hooiland heeft de hoogste natuurwaarde, met zeldzame soorten. Voor de aanleg zijn bijzondere milieucondities vereist. Kruiden-en faunarijk grasland heeft een lagere natuurwaarde dan vochtig hooiland, maar is makkelijker te realiseren en te combineren met agrarisch of recreatief gebruik.

In deze fase worden de mogelijkheden voor begrenzing en gewenste natuurtypen in beeld gebracht als samenhangend onderdeel van het landelijk Natuurnetwerk Nederland. Momenteel werkt de provincie toe naar een uitvoeringsstrategie waarin deze onderdelen worden opgenomen. Na vaststelling van deze strategie start de voorbereiding van de inrichtingsplannen. Dit staat gepland voor 2022.

Inrichten voor klimaat

Het creëren van vochtige graslanden in de binnenduinrand helpt de regio klimaatbestendiger te maken. Met het stijgen van de zeespiegel komt het zoute (grond)water verder het land in. Dit gaat ten kosten van onze zoetwater voorraad. Zeker in perioden van droogte komt het zoute water het land in. Daarmee stijgt het zoutgehalte in de bodem en dat kan voor diverse problemen zorgen, zoals verslechtering van landbouwgrond, aantasting van natuurwaarden en voor drinkwaterwinning. Door op plekken in de binnenduinrand kwelnatuur of vochtige graslanden te ontwikkelen wordt de regio klimaatbestendiger en beschermen we onze zoetwatervoorraad. Ook krijgen bijzondere soorten flora en fauna meer kans, zoals de gewone dotterbloem, holpijp, waterdrieblad en waterviolier.

Het veranderen van waterpeilen moet altijd zorgvuldig gebeuren en vereist bijvoorbeeld een peilbesluit door het waterschap. Door de juiste inrichtingsmaatregelen te nemen, zoals het aanleggen van watergangen, kan worden voorkomen dat bijvoorbeeld huizen in de omgeving overlast ondervinden. Het verhogen van grondwaterstanden kan bij omwonenden leiden tot zorgen over meer overlast van muggen. Dat is een risico als sprake is van aanleg van moeras of open water. Daar is in dit gebied echter geen sprake van. De verwachting is dat de gewenste natuurtypen niet leiden tot een toename van het aantal muggenlarven.

Gevolgen voor bewoners en ondernemers

Wat de nieuwe plannen voor bewoners en/of ondernemers van gronden binnen het Natuurnetwerk Nederland precies betekenen wordt pas duidelijk als door Gedeputeerde Staten de begrenzing en natuurdoelen in de uitvoeringsstrategie zijn vastgesteld. De provincie gaat voordat dat gebeurt met de bewoners en ondernemers die mogelijk binnen dit gebied vallen in gesprek. Dit is maatwerk en kost tijd.

In de gesprekken met grondeigenaren wordt soms gevraagd of sprake kan zijn van onteigening. Begrijpelijk, want het is een zwaar instrument dat door Gedeputeerde Staten ingezet kan worden. Uiteraard zet de provincie zich er voor in om er samen met eigenaren en pachters in goed overleg uit te komen. Hierbij wordt bekeken of de natuurdoelen te verenigen zijn met het huidige gebruik of een aangepaste bedrijfsvoering. Hierover kunnen, afhankelijk van het natuurdoel en de bedrijfssituatie, verschillende afspraken gemaakt worden, zoals extensivering van de bedrijfsvoering, het zelf aanleggen en beheren van natuur, grondruil, aankoop van gronden of bedrijfsverplaatsing. De ervaring in andere gebieden leert dat hier meestal goede afspraken over gemaakt kunnen worden. Mocht dat uiteindelijk niet lukken en het natuurbelang ter plekke vereist het, dan bestaat de mogelijkheid een eigenaar te onteigenen. In de praktijk gebeurt dit echter zelden. 

Betrekken van de omgeving

Lokale partijen, grondeigenaren of pachters en inwoners van de regio worden op verschillende manieren bij de planvorming betrokken. Verschillende organisaties in het gebied, zoals de LTO, natuurorganisaties, drinkwaterbedrijven, het waterschap en gemeenten nemen deel aan de gebiedstafel Zuid-Kennemerland. In dit overleg wordt een paar keer per jaar over de inhoud en het proces gesproken.

Met eigenaren en pachters in het gebieden worden zoveel mogelijk een-op-een-gesprekken gevoerd. Ook worden zij schriftelijk of per e-mail geïnformeerd. Hiervoor heeft de provincie zelf toenadering gezocht en wordt de tijd genomen om iedereen te spreken. Tevens is een gesprek aanvragen mogelijk via projectleider Marijn Bos (natuurnetwerk.ZKL@noord-holland.nl). Daarnaast kunnen geïnteresseerden zich via de website aanmelden om op de hoogte te blijven van de gebiedsaanpak. Tot slot organiseert de provincie binnenkort in ieder gebied een inloopbijeenkomst. Hierover volgt nog verdere informatie.