De idealen van gedeputeerde Zita Pels

(07 maart 2022)

Aan het begin van dit nieuwe jaar is gedeputeerde Zita Pels erop gebrand haar idealen realiteit te zien worden. “Ik hoop dat ik eraan bijdraag dat we straks beter voor onze planeet en mensen zorgen.”

Waar kijkt u naar uit in 2022? 

“Je begint als gedeputeerde met allemaal idealen en ik vind het mooi om te zien hoe we die nu omzetten naar concrete resultaten. 2022 is bijvoorbeeld belangrijk voor de Actieagenda Circulaire Economie. Dit is het jaar waarin we de circulaire ambassadeur aanstellen. Deze persoon wordt een vraagbaak bij wie ondernemers terecht kunnen en is iemand die ook zelf het contact zoekt en circulaire mogelijkheden voor ondernemers signaleert. Voor ieder jaar geldt dat ik uitkijk naar de resultaten van acties en programma’s die we bieden. Bijvoorbeeld het Circulair Matchmaking Programma, waarin we grote MKB-bedrijven met een circulaire vraag koppelen aan circulaire startups en scaleups.”

Met circulaire economie in uw portefeuille komen er allerlei duurzame en circulaire innovaties op uw pad. Bent u zelf een beetje duurzaam? 

“Thuis ben ik net zo ambitieus als op het werk. Ik vind namelijk dat je altijd alles eerst zelf moet proberen. Zo zijn we fanatieke afvalscheiders, experimenteren we met verpakkingsloze shampoo en hebben we ons huis helemaal van het gas af gehaald. Dat was een enorm gedoe, dus ik snap dat mensen het erg ingewikkeld vinden. Het is fijn om die kennis en ervaring zelf te hebben.”

De idealen van gedeputeerde Zita Pels

Naast Circulaire economie heeft u ook Financiën, Zeehavens, Sport en Cultuur en erfgoed in uw takenpakket. Wat vindt u nou het minst leuk? 

“Ik vind het juist mooi dat ik op elk dossier impact kan maken. Zo hebben we met Financiën hard gewerkt om de begroting transparanter en leesbaarder te maken. En in 2022 komen we met een financiële nota waarin we een perspectief geven op de langere termijn. Voor Provinciale Staten is dat erg belangrijk. Vooraf dacht ik als GroenLinkser weinig verschil te kunnen maken met mijn portefeuille Zeehavens. Maar ik ben erachter gekomen dat het havengebied juist enorm kan bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering. Er zitten daar veel bedrijven die nu nog een grote voetafdruk hebben. Als provincie kunnen wij hen ondersteunen bij de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie. Bijvoorbeeld in de ruimtelijke opgave, als ze meer plek nodig hebben voor duurzame installaties.”   

Bij uw aantreden als gedeputeerde in 2019 zei u samen de wereld te willen veranderen. Zit u dan bij de provincie op de goede plek?  

“Zeker. Mensen vragen zich soms af of de provincie als middenbestuur wel genoeg impact kan maken. We kunnen als provincie misschien niet alles wat we zouden willen, maar ik vind dat wij juist op een hele concrete manier impact maken en juist anderen in beweging brengen. We doen zo ontzettend veel op zo veel verschillende terreinen. Kijk bijvoorbeeld naar het Noodfonds van 10 miljoen, daarmee hebben we samen met gemeenten 100 culturele instellingen omhoog kunnen houden in een heel moeilijke tijd. Of neem de regeling voor de verduurzaming van sportaccommodaties. Er liggen nu zonnepanelen op de daken van sportclubs omdat wij die mede gefinancierd hebben. We mogen als provincie best wat trotser zijn op het werk dat we doen.”

Als gedeputeerde bent u veel in gesprek met ondernemers. U begon uw carrière zelf ook als ondernemer in de hippische sector. Wat neemt u van die ervaring mee? 

“Ondernemen is een enorme zoektocht. Of je nou iets circulair of innovatiefs doet of niet, je moet altijd nieuwe dingen verzinnen. Neem de transitie naar een circulaire economie, die brengt onzekerheden met zich mee. Maar als je er niet op inspeelt, mis je straks de boot. De Covid-19 pandemie heeft veel creativiteit en geduld gevraagd van bijvoorbeeld culturele ondernemers. Wij kunnen als provincie veel leren van hoe ondernemers met die veranderingen omgaan. Hun lef en moed vind ik heel inspirerend.”

Hoe belangrijk is dat contact met inwoners van de provincie? 

“Heel belangrijk. Neem de gesprekken die ik in de afgelopen maanden met jonge theatermakers heb gehad. Daaruit bleek dat zij te weinig worden gehoord in het publieke debat en buiten veel steunmaatregelen voor de culturele sector vallen. Het komende jaar gaan we daarom extra aandacht besteden aan die groep. Ook in mijn vrije tijd probeer ik mensen te spreken die het verschil maken. Zo ben ik bij een fantastische vrouw geweest die in haar eentje een huiswerkklas in Amsterdam Zuidoost samenstelt om de kansen voor kinderen te vergroten. Je moet echt op pad gaan om die verschillende perspectieven uit de samenleving te horen. Pas dan weten we of wij met onze plannen resultaten boeken of dat we dingen over het hoofd zien.”

Er zullen zich ook vast situaties voordoen waarin u om wat voor reden dan ook niet kunt helpen. Hoe gaat u daarmee om? 

“Dat is bijvoorbeeld bij zo’n huiswerkklas het geval. Daar hebben wij als provincie niet direct een rol. Maar dan probeer ik via mijn persoonlijke netwerk te kijken of ik iemand verder kan helpen. En misschien kan ik dan zelf niet meteen iets betekenen, maar andersom maakt het verhaal van die persoon wel indruk op mij als bestuurder.”

Zita Pels 2

U gaf een schoolklas laatst het advies: ‘Laat je nooit vertellen dat je iets niet kan’. Heeft iemand ooit tegen u gezegd dat u iets niet zou kunnen? 

“Op mijn 25e ben ik moeder geworden. Toen ik daarna de politiek in ging, kreeg ik regelmatig de vraag: ‘Kan je dat wel combineren met je gezin?’ Ik kan mij niet herinneren dat een mannelijke collega die vraag ooit kreeg. Het is ook een aantal keer gebeurd dat een oudere, mannelijke ambtenaar uit mijn team werd aangezien als de gedeputeerde. Zo’n situatie laat zien wat voor onbewuste uitsluitingsmechanismes er nog zijn. Als we ons daar wat bewuster van worden, zetten we steeds een stap vooruit naar meer inclusiviteit.”

Wat doet u eraan om een inclusieve politiek te creëren waarin iedereen zich thuis voelt? 

“Ik doe enorm mijn best om zo veel mogelijk verschillende perspectieven op te halen. En dan gaat het om gender, kleur, geaardheid, opleidingsniveau en ga zo maar door. Ik sprak laatst mbo-studenten die dachten dat zij nooit gedeputeerde konden worden. Maar er is helemaal geen diploma-eis. Je moet bepaalde vaardigheden hebben, maar die hebben niks met opleidingsniveau te maken.

Natuurlijk is het wel zo dat niet iedereen dezelfde mate van toegang heeft tot de politiek. Dat is ook een uitdaging voor ons als organisatie. We moeten ervoor zorgen dat al die verschillende perspectieven worden aangenomen als ambtenaar of lid van een politieke partij. Representatie is ontzettend belangrijk. We hebben bijvoorbeeld samengewerkt en gaan het komende jaar weer samenwerken met de stichting Stem op een Vrouw om meer vrouwen in de politiek te krijgen. Intern werken we aan inclusieve vacatureteksten en geven we diversiteitstrainingen. Dit zijn allemaal kleine stappen in een voortdurend proces.”

Uw lijfspreuk volgens uw Twitter is: ‘Leef je idealen’. Wat zijn uw idealen? 

“Het woord ‘verspilling’ is denk ik wel de beste samenvatting. En daarmee bedoel ik hoe we omgaan met onze aarde. We hebben het hier in Nederland zo goed dat we enorm veel weggooien, terwijl mensen op andere plekken veel te weinig hebben. Maar het gaat ook over mensen. We verspillen het talent van mensen doordat niet iedereen dezelfde kansen krijgt. Ik hoop dat ik eraan bijdraag dat we straks beter voor onze planeet en mensen zorgen.”