Weblog: Inwoners verdienen een sterke gemeente

In de afgelopen 9 maanden, sinds de start van de herindelingsprocedure in de Gooi- & Vechtgemeenten heeft de provincie, onder andere in de ‘open overlegfase’ die de wet als eerste fase voor gemeentelijke herindeling voorschrijft, met alle partijen overlegd.

Kort gezegd vallen mij 2 zaken op: nog niet iedereen is doordrongen van de urgentie om de bestuurskracht van de regio en/of de eigen gemeente te versterken én de regio blijft zeer verdeeld over hoe het verder moet.

Die verdeeldheid bevestigt dat de regio onvoldoende bestuurskrachtig is om tot een gezamenlijke visie voor de versterking van de regio te komen.

Tegelijkertijd zie je dat gemeenten wel steeds meer taken gezamenlijk gaan doen en daarvoor een ‘gemeenschappelijke regeling’ met elkaar aangaan. Dat is bijvoorbeeld gebeurd met de overdracht van de zorgtaken van het Rijk naar de gemeenten. Die samenwerking is enerzijds mooi, maar de andere kant van de medaille is dat hoe meer taken gemeenten gezamenlijk doen, des te minder de afzonderlijke gemeenteraden er invloed op kunnen uitoefenen. Wanneer gemeenten alleen goed kunnen functioneren door samen te werken via veel gemeenschappelijke regelingen is het democratischer als gemeenten óók de volgende stap nemen en (op den duur) samen gaan. Daardoor heeft de raad van de nieuwe gemeente de invloed die het toekomt.

Deze ontwikkelingen spelen niet alleen in de regio Gooi en Vechtstreek, maar ook elders in Noord-Holland, zoals in de regio Zaanstreek-Waterland.

Ik begrijp dat het erg moeilijk is, vooral in emotioneel opzicht, om het belangrijke besluit te nemen dat je als gemeente gaat fuseren. Dat geldt te meer voor gemeenten met een lange historie en een sterke eigen identiteit. Ik ervaar dat deze gevoelens van verlies van eigen identiteit bij elke gemeentelijke herindeling steeds weer spelen. In de praktijk blijkt daarentegen dat een fusie naar een nieuwe, grotere gemeente helemaal niet betekent dat de identiteit van het eigen dorp of de eigen stad wordt aangetast. Het blijkt dat de nieuwe gemeente door de versterkte bestuurskracht de (nieuwe) maatschappelijke problemen vaak beter aan kan en dat door bijvoorbeeld het instellen van dorpsraden inwoners invloed kunnen blijven uitoefenen op de inrichting van hun eigen leefomgeving en behoud van eigen identiteit.

Ook het nieuwe kabinet geeft in het regeerakkoord aan de democratische controle belangrijk te vinden en daarbíj dat gemeenten die in veel regelingen samenwerken, beter heringedeeld kunnen worden. Het kabinet ziet daarbij een actieve(re) rol voor de provincie weggelegd.

De provincie is het proces van gemeentelijke herindeling ingegaan met het uitgangspunt om zoveel mogelijk uit te gaan van initiatieven van onderop. Daarom vind ik het jammer dat de regio in de afgelopen 9 maanden niet is gekomen tot een gezamenlijke en eenduidige visie of voorstel.

Dát maakt het noodzakelijk dat het college van gedeputeerde staten de komende week zal besluiten hoe we verder gaan met de versterking van de bestuurskracht van de regio en de gemeenten. Positief is te merken dat het besef van gemeenteraden wel toeneemt dat de eigen gemeente niet (langer) bestuurskrachtig genoeg is, waarbij ook steeds duidelijker door fracties uit verschillende raden wordt uitgesproken dat het eindbeeld van één (bestuurs)krachtige en solide gemeente Gooi & Vecht wenselijk dan wel noodzakelijk is. Dat sluit goed aan bij het beeld van de provincie. De herindelingsprocedure is oorspronkelijk ingezet vanuit die ‘1-gemeente’ gedachte op de langere termijn. Daarvoor bleek in februari echter (nog) geen draagvlak, het was een brug te ver. Daarom is gekozen voor een tussenstap van drie combinaties van gemeenten op de kortere termijn tot 2023. Dat vroeg om een aangepast reisschema zoals in de Arhi-procedure verwoord, en daarover zullen gedeputeerde staten aanstaande dinsdag besluiten. Maar de eindbestemming staat ons helder voor de geest!

 

 

 

Uitgelicht

Portretfoto Jack van der Hoek