Erfgoed van de maand - Industrieel erfgoed

(28 september 2020)

Met de opkomst van de industrie in de 19de eeuw verschenen in Noord-Holland allerlei soorten industriële gebouwen. Fabrieken, scheepswerven, gasfabrieken en hoge schoorstenen verrezen in het landschap, vaak langs waterwegen.

Na de glorietijd van de fabrieken raakte het industrieel erfgoed in de 20ste eeuw in verval. Door behoud en herbestemming kon een deel van het industrieel erfgoed behouden blijven.

Stoom als nieuwe bron

In het begin van de 19de eeuw was van de grote economische bloei van de 200 jaar daarvoor niet veel meer terug te zien in Nederland. Grote steden verarmden en inwonersaantallen daalden. De uitvinding van de stoommachine bleek een keerpunt. Stoomkracht werd na 1870 op grote schaal toegepast. Met stoom konden levensmiddelen op industriële wijze gemaakt worden. Koekjes, chocolade, rijst; het werd op grote schaal in Noord-Holland gemaakt of verwerkt.

De stoommachine op wielen, oftewel de trein, verbond steden in Nederland en Noord-Holland op efficiënte wijze. En door de aanleg van het Noordzeekanaal, in 1876, werd Noord-Holland nog beter bereikbaar. Grondstoffen en producten konden snel vervoerd worden en dat stimuleerde de economie langs het kanaal, het IJ en de Zaan. Ook producenten in het achterland van de provincie, zoals boeren en tuinders profiteerden hiervan. In veel gebieden in Noord-Holland brak een nieuwe bloeiperiode aan.

Zeepziederij De Adelaar
Tekening van de voormalige zeepziederij de Adelaar in Wormerveer, Matthijs van de Weijer. Beeld: Provinciale Atlas

Niet alleen voorspoed

Niet iedereen profiteerde van de economische bloei. Grote groepen fabrieksarbeiders, mannen, vrouwen en kinderen, werkten lange dagen van wel 14 uur in smerige fabrieken. Ze deden gevaarlijk werk en er was geen sociaal vangnet voor de arbeiders die een bedrijfsongeval kregen. Doordat veel mensen naar de steden trokken om werk te zoeken in fabrieken was er daar sprake van grote woningnood. Gegoede burgers begonnen zich, uit mededogen maar ook uit angst voor een opstand, te bemoeien met de sociale omstandigheden van de arbeiders. De eerste vakbonden ontstonden en de overheid stelde een aantal wetten in. In 1874 kwam er een verbod op kinderarbeid, later volgde een arbeidswet (1889) waardoor de werkdag nog ‘maar’ 11 uur per dag duurde, de leerplichtwet (1900) en woningwet (1901) om de bouw van goede en gezonde woningen te bevorderen.

Verval

Het handwerk dat door vele arbeiders in de fabrieken werd gedaan werd in de 20ste eeuw op grote schaal vervangen door machines. Arbeiders die bang waren hun inkomen te verliezen protesteerden en soms volgde zelfs bezetting van fabrieken. Maar de teruggang in het aantal industriële banen bleek onvermijdelijk. De meisjes van Verkade in de koekjesfabrieken, die zo’n kenmerkend beeld vormden in Zaanstad, verdwenen uit het straatbeeld. Fabrieksgebouwen kwamen op grote schaal leeg te staan. Verval van gebouwen, wijken en soms hele stadsdelen volgde. Vanaf de jaren 60 van de vorige eeuw kwam de waardering van industriële gebouwen weer langzaamaan terug. Veel panden werden gered van de sloop en sommige kregen een monumentenstatus.

Industrieel wonen en werken

Overheden, erfgoedorganisaties en buurtbewoners maakten zich de afgelopen decennia sterk voor het behoud van industrieel erfgoed. Met succes. Op verschillende plekken in Noord-Holland kun je nu werken en wonen in gebouwen met industrieel karakter. Zo zijn voormalige rijstpellerijen en pakhuizen langs de Zaan in Wormerveer omgevormd tot woon-en bedrijfsruimten. De voormalige Droste-chocoladefabriek in Haarlem herbergt nu horeca en woningen en op het achterliggende terrein van de voormalige gas-en electriciteitsfabriek is creatieve industrie neergestreken.

Een succesvolle herbestemming van een gasfabriek kennen we ook uit Amsterdam waar de Westergasfabriek een broedplaats is voor creatieve ondernemers. Langs het Noordzeekanaal is een grootschalige herbestemming gestart op het Hemburgterrein. De plek waar vanaf 1895 wapens en munitie werden gemaakt is nu een creatieve hotspot met horeca. Daarvoor was eerst sanering van de grond nodig en een groot aantal gebouwen werd door het Rijksvastgoedbedrijf gerestaureerd. Het terrein wordt de komende jaren doorontwikkeld tot een veelzijdig woon- en werkgebied.

De Zaanwand
De Zaanwand in Wormerveer is grotendeels aangemerkt als rijksmonument. Beeld: Ingrid Kooiker

Beleef de industriecultuur

De provincie vindt het belangrijk om industrieel erfgoed te behouden en beleefbaar te maken. Zij steunt daarom de Week van de Industriecultuur die door de gemeenten Velsen, Beverwijk en Zaanstad wordt gehouden. Van 10 tot 18 oktober 2020 kan publiek op allerlei industriële plekken langs het Noordzeekanaal en de Zaan kennismaken met muziek, dans en theater op stoere industriële locaties. Ook in coronatijd kan dit veilig door het aantal deelnemers bij de activiteiten te beperken. Reserveren is daarom noodzakelijk. Dat kan vanaf 1 oktober 2020 via de website.
Wil je wandelend een deel van het industrieel erfgoed verkennen? Loop dan eens de Zaanse erfgoedroute vanuit Wormerveer. Of neem de fiets langs de Industrieel erfgoedroute van het Westelijke havengebied van Amsterdam en het Hembrugterrein in Zaanstad.

Het Hem
De voormalige kogelfabriek Het HEM op het Hemburgterrein is nu een huis voor eigentijdse cultuur. Beeld: Lars van de Brink

Behoud van industrieel erfgoed

Makkelijk en snel is een proces tot herbestemming van industrieel erfgoed meestal niet. Want welke mogelijkheden voor financiering van de restauratie en herbestemming zijn er? En welke nieuwe bestemming past het beste bij het gebouw? De provincie ondersteunt initiatiefnemers die met dergelijke vragen zitten via de Loods herbestemming monumenten. Deze specialist heeft veel ervaring met herbestemming en kan partijen verbinden en ondersteunen zodat ook industrieel erfgoed een waardige nieuwe bestemming krijgt.

Erfgoed van de maand

In de rubriek Erfgoed van de maand staat elke maand een bijzonder gebied, gebouw, vindplaats of historische plek in de provincie centraal.