Erfgoed van de maand - Molens

(25 augustus 2020)

Molens zijn onlosmakelijk verbonden met het landschap van Nederland en Noord-Holland. Al eeuwen leveren molens kracht om allerlei producten te maken. Maar bovenal staan ze symbool voor de strijd tegen het water in de laaggelegen polders.

Menig toerist gaat terug naar huis met een foto van een Hollandse molen. De vele molens in Noord-Holland bepalen mede de identiteit van het landschap. De provincie wil historische molens, draaiend, zichtbaar houden in het Noord-Hollandse landschap. 

Molen De Woudaap
Molen De Woudaap in Krommenie, topografische prent: reproduktie van tekening, ingekleurd met waterverf: Bob Brobbel, 1955. Collectie Provinciale Atlas.

Malen, zagen en slaan

Molens heb je in allerlei soorten en maten. Van hout of van steen, rond, zes- of achtkantig en binnen- of buitenkruiers. Wat alle molens gemeen hebben is dat ze kunnen draaien. Hiervoor is wind-, water- of dierkracht nodig. In Noord-Holland heb je wind genoeg en daarom zijn bijna alle molens hier windmolens. Vaak werd een molen vernoemd naar het product dat de molen voortbracht. Je had bijvoorbeeld korenmolens die graan maalden, houtzaagmolens die hout verwerkten en oliemolens die uit oliehoudende zaden olie sloegen. De meest voorkomende soort molen in Noord-Holland is de poldermolen. De techniek van deze molen, waarbij een scheprad het water vanuit een polder naar een hoger gelegen vaart bracht, werd in de 16de eeuw bedacht en was uniek in de wereld. Poldermolens konden grote wateren inpolderen om zo extra land te creëren. Het gebruik van molens nam door deze uitvinding een enorme vlucht. Eén van de eerste grote meren die met molens werd drooggemalen was het Beemstermeer dat na wat ups-and-downs (een storm en daaropvolgende watersnood) uiteindelijk droog viel in 1612. Alle poldermolens in de Beemster, het waren er ruim 43, zijn nu verdwenen. Bij archeologisch onderzoek in Zuidoostbeemster zijn in 2017 resten gevonden van één van deze molens. Je leest er meer over in de brochure ‘Vier op een rij’.

Bloei en verval

De 17de eeuw was vooral voor de poldermolens een bloeitijd. Naast de Beemster werden in korte tijd grote meren drooggemalen zoals de Purmer, de Heerhugowaard en de Schermer. In de 18de eeuw floreerden vooral de industriemolens. In alleen al de Zaanstreek stonden in 1730, 635 molens. Een groot deel daarvan waren zaagmolens die Scandinavisch en Russisch hout machinaal verzaagden tot planken voor de scheepsbouw. De molenindustrie zorgde daar ook voor het ontstaan van nevenactiviteiten, zoals smederijen, touwslagerijen en kompasmakerijen. De komst van nieuwe bronnen voor drijfkracht bleek het begin van de teruggang van het aantal molens, ook in andere delen van Noord-Holland. De honderden poldermolens werden vervangen door stoomgemalen en later elektrische gemalen. Fabrieken namen de rol over van de industriemolens. Rond 1880 waren in de Zaanstreek nog 143 molens over. Ook blikseminslag, storm en oorlog zijn heel wat molens fataal geworden. Nederland heeft nu nog 1200 werkende molens waarvan er ongeveer 150 in Noord-Holland staan. 

Wormer en Wormerveer
De Zaan vanuit het noorden vanaf de Poelsluis gezien, naar rechts Wormerveer en links Wormer. Topografische prent: ets en gravure met de hand ingekleurd, 1786 – 1792, Carel Frederik Bendorp, Jan Bulthuis, collectie Provinciale Atlas

Zonder molenaar geen molen

Molenaar was een belangrijk beroep voor de voedselvoorziening van dorp en stad. Iedereen had immers meel, van graan, nodig of gort, van gerst, om zich te kunnen voeden. Poldermolenaars waren in dienst van het waterschap en zorgden dat polders blijvend droog bleven. Het Nederlandse molenaarsambacht is in 2017 op de UNESCO-lijst met immaterieel erfgoed geplaatst. Op deze lijst staan ambachten, gebruiken en tradities waar mensen waarde aan hechten en die ze graag willen overdragen aan volgende generaties. Dat we in Noord-Holland nu nog van zo’n 150 historische windmolens kunnen genieten hebben we voor een groot deel te danken aan vrijwillige molenaars. Het Gilde van Vrijwillige Molenaars ondersteunt deze molenaars en geeft ze een gezicht via een speciale Instagrampagina. Je kunt bij het gilde een opleiding volgen om historische wind- en watermolens te laten draaien. En vrijwilligers zijn nog steeds hard nodig om dit bijzondere erfgoed te behouden. Ook andere (Noord-Hollandse) organisaties ondersteunen molens en molenaars zoals De Hollandsche Molen en de Noord-Hollandse Molenfederatie

Traanroeier Oudeschild
De nog werkende graanmolen de Traanroeier in Oudeschild op Texel is onderdeel van museum Kaap Skil en is te bezoeken. Foto: Dirk-Jan van Dijk. 

Molens beleven

Denk je aan molens in Noord-Holland dan denk je aan de Zaanse Schans. Je vindt er naast molens ook oude ambachten en het Zaans museum. Maar ook in de rest van Noord-Holland kun je wandelend en fietsend van het landschap met molens genieten. Loop je etappe 9 van het Noord-Hollandpad dan kom je door en langs wel drie voormalige droogmakerijen: het Wogmeer, de Schermer en de Heerhugowaard. Je ziet daar de verschillende overgebleven molens die deze meren droogmaakten. Met een ruime fietsroute rond het Alkmaardermeer zie je een nog groter deel van de voormalige droogmakerijen. Beide routes komen vlak langs de museummolen in de Schermer. Hier zie je hoe een poldermolen werkte, mag je de molen van onder tot boven bezichtigen en krijg je een beeld hoe het gezin van de molenaar vroeger, wiebelend, op 25 m2 leefde. Ook op andere plekken in Noord-Holland kun je een nog werkende molen bezoeken zoals de molen van Sloten in Amsterdam, molen de Pauw in Nauerna, korenmolen de Hoop in ‘t Zand en de Etersheimerbraakmolen in Etersheim. Ben je onderweg en ben je benieuwd wat voor soort molen je precies ziet staan? Vereniging de Hollandsche Molen heeft daarvoor een handig hulpmiddel gemaakt: de molendeterminatiekaart (pdf, 1392 KB).

Behoud van de molens in het Noord-Hollandse landschap 

Een molen zonder wind is als een fiets zonder pedalen; nutteloos. De vrije ruimte rond een molen, de zogenaamde molenbiotoop is daarom van fundamenteel belang voor de werking en het behoud van de molen. Niet alleen blijft door deze ruimte de molen in haar omgeving zichtbaar, de wind kan zo vrijelijk de draaikracht leveren voor de molen. In de leidraad landschap en cultuurhistorie heeft de provincie daarom opgenomen dat bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen de vrije ruimte rond 150 historische windmolens behouden moet blijven. Veel molens zijn rijksmonumenten. Voor restauratie van rijksmonumenten kan ieder jaar bij de provincie subsidie aangevraagd worden. De afgelopen 2 jaar kregen 5 molens aanzienlijke bijdragen vanuit deze regeling. Daarnaast heeft de provincie een groene menukaart op laten stellen waarin verduurzamende maatregelen staan die in en om een molen kunnen worden getroffen. Hoe duurzamer een molen, hoe lager de kosten om de molen in stand te houden en te blijven benutten. 

Erfgoed van de maand

In de rubriek Erfgoed van de maand staat elke maand een bijzonder gebied, gebouw, vindplaats of historische plek in de provincie centraal.