Fase planuitwerking

(18 december 2018)

Het project Bereikbaarheid Haarlemmermeer-Bollenstreek/Duinpolderweg gaat een nieuwe fase in: de planuitwerkingsfase. Bert Grotenhuis en Suzan van Dooren lichten toe wat deze fase inhoudt. Bert is projectmanager en sinds 2011 betrokken bij het project. Suzan (gedetacheerd bij het project vanuit de Vervoerregio Amsterdam) heeft voorstellen gemaakt voor de inrichting van de planuitwerkingsfase. Zij gaat nu als één van de omgevingsmanagers aan de slag in het project.

Het project gaat de fase van planuitwerking in. Wat betekent dat?

Bert: “Het definitief voorkeursalternatief is vastgesteld. Van de zeven alternatieven is besloten één alternatief (VKA) verder uit te werken. Het VKA is nu nog een schetsontwerp dat bestaat uit drie strepen op de kaart (het hoofdtracé, het tracé Zwaanshoek en het tracé Lisse). Voordat je een uitvoerbaar ontwerp hebt, moet er dus nog heel wat gebeuren. Dat gaan wij in deze fase voorbereiden, wij gaan van ‘ongeveer’, naar een ligging in detail.

Het ontwerp wordt verfijnd en geoptimaliseerd om tot een uitvoerbaar project te komen. Wij werken de hoogteligging uit en waar de weg exact komt te liggen. Onderdeel daarvan zijn ook de civiele ‘kunstwerken’ zoals bruggen en onderdoorgangen. Op deze manier krijgen we een beter beeld waar dit de belangen en eigendommen raakt langs de tracés. Ook bestuderen wij inpassings- en beschermende maatregelen. Zijn er bijvoorbeeld geluidschermen nodig? Dit nemen wij allemaal mee in de uitwerking en leggen wij vast in een ruimtelijk plan.”

In deze fase wordt dus ook het gebied wat onderzocht wordt, kleiner?

Bert: “In de planstudiefase onderzochten wij in een ruimer gebied, vanwege de ligging van de zeven alternatieven. Nu zoomen wij in op het gebied rondom het tracé van het voorkeursalternatief.”

tijdlijn Duinpolderweg

Klik op de afbeelding voor een uitvergroting.

Project-MER en ruimtelijk plan

Suzan: “Voor het voorlopig ontwerp onderzoeken wij opnieuw de effecten op het milieu, maar nu specifieker en preciezer. In de vorige fase is een plan-MER uitgevoerd. Hiervoor zijn de verwachte milieueffecten in kaart gebracht om een afweging te maken tussen de zeven alternatieven. Dit deel is afgerond. Nu komt er een project-MER. Deze afkorting staat voor ‘milieueffectrapportage’. De project-MER beschrijft specifieker de milieugevolgen van aanleg en gebruik van de drie tracés uit het voorkeursalternatief. Denk hierbij aan de gevolgen van geluid en de luchtkwaliteit en ook de gevolgen voor de natuur. Deze informatie is belangrijk zodat er een goede afweging wordt gemaakt tussen de mogelijke gevolgen op het milieu en de overige belangen.

Ook is een ruimtelijk plan nodig om de weg aan te kunnen leggen. Het ruimtelijk bestemmen gebeurt via een provinciaal inpassingsplan, maar het is ook mogelijk dat gemeenten hiervoor bestemmingsplannen opstellen. Een inpassingsplan is vergelijkbaar met een bestemmingsplan van gemeenten, maar dan door de provincies. Wanneer het zover is, kan iedereen op het (ontwerp)inpassingsplan reageren.”

In deze fase wordt dus steeds meer duidelijk voor de direct betrokkenen, bijvoorbeeld hoe de weg zich verhoudt tot hun huis of bedrijf?

Bert: “Ja, dat klopt. Als het ontwerp is vastgesteld in deze fase, dan is duidelijk of en zo ja, welke percelen en gebouwen nodig zijn voor de realisatie.”

Wie worden vanuit de omgeving betrokken en wat gaat dat inhouden?

Suzan: “Hoe wij vanuit het project precies de omgeving betrekken, bereiden wij nu voor. We denken er bijvoorbeeld aan om werkateliers te organiseren. Omdat er veel partijen en belanghebbenden zijn, vraagt dit grondig denkwerk om een zorgvuldig participatieproces in te richten. Deze sessies beginnen medio 2019. Belanghebbenden krijgen een uitnodiging van ons om mee te doen.”

De weg bestaat niet uit één tracé, maar uit drie delen, als je op de kaart kijkt. Gaat de omgeving ook in drie delen meedoen?

Bert: “Ja, dat is correct. De drie delen zijn het hoofdtracé van de Nieuwe Bennebroekerweg en de verlenging daarvan tot aan de N208, het tracé Lisse-A44 en het tracé Zwaanshoek.
Per deeltracé nodigen wij belanghebbenden uit. De gemeente Hillegom heeft minder belang bij het tracé Lisse-A44, want dat ligt niet op hun grondgebied.”

Worden alle belanghebbenden uitgenodigd?

Suzan: "We kunnen niet alle individuele belanghebbenden overal bij betrekken. Wij zoeken naar een manier om alle belangen uit het gebied te betrekken en tegelijk het proces beheersbaar te houden. Er zijn natuurlijk verschillende manieren om mee te denken. Dat kan door aan tafel mee te tekenen in bijvoorbeeld een werkatelier, door mee te denken en ook door via online middelen te reageren op voorstellen."

Is er voorkeursalternatief nu definitief vastgesteld?

Suzan: “Ja, maar voor de volledigheid vermelden wij er wel bij dat de statencommissie Mobiliteit en Financiën van Noord-Holland het besluit van GS van 30 oktober 2018 nog bespreekt in haar vergadering op 21 januari 2019. Dat besluit ging over het gelijktrekken van de beslissingen in beide provincies over het definitief voorkeursalternatief. Alle voorbereidingen voor de volgende fase gaan ondertussen door. Wat uit de beraadslaging van 21 januari aanstaande volgt, nemen wij natuurlijk mee in het project.”


 



 


 

Uitgelicht