Informatie over diverse onderwerpen

(08 januari 2019)

De projectorganisatie krijgt vragen van eigenaren van woningen, bedrijven of gronden op of in de buurt van het tracé. Veel voorkomende vragen gaan over de ligging van het tracé, onzekerheid over investeringen in een woning of bedrijfspand, maar ook over schaderegelingen. In dit artikel volgt hierover meer informatie.

‘Indicatief’ tracé

Het voorkeursalternatief is vastgesteld. Op de kaarten van het schetsontwerp is de ligging van het tracé ten opzichte van bebouwing en percelen weergegeven.
Het schetsontwerp wordt de komende fase samen met belanghebbenden verder uitgewerkt. Het is niet eenduidig te benoemen hoeveel ruimte er is om met het tracé te schuiven. Soms is er geen ruimte. Een voorbeeld daarvan zijn de zogenaamde dwangpunten, zoals de onderdoorgang van de Nieuwe Bennebroekerweg onder het spoor. Vaak gaat er nog wel enkele meters tot enkele tientallen meters geschoven worden. Maar dit hangt erg af van de locatie. Alleen bij de randweg Zwaanshoek en de verbinding Lisse-A44 worden andere liggingen van de weg nog onderzocht. Hier kan de weg nog enkele honderden meters gaan schuiven. Het tracé op de kaart moet daar gezien worden als ‘indicatief’.

Verwachting: ligging tracé eind 2020 vastgelegd

Wij verwachten dat de ligging eind 2020 in het ontwerp is vastgelegd. Dit ontwerp wordt dan voorgelegd aan Provinciale Staten. Hen wordt ook gevraagd toestemming te geven om het ontwerp planologisch vast te leggen (bijvoorbeeld in een provinciaal inpassingsplan) en te starten met grondverwerving en het voorbereiden van de uitvoering. Het ontwerp kan dan in 2022 planologisch vastgelegd zijn.

Investeren in een woning of bedrijfspand

Het duurt nog een aantal jaar voordat de weg wordt aangelegd. Het is belangrijk voor de marktwaarde van een huis om algemeen onderhoud te blijven doen, bijvoorbeeld het verven van buitenhoutwerk. Investeringen zoals een uitbouw of een nieuwe keuken, zijn niet een-op-een terug te zien in de marktwaarde van een huis of bedrijfspand. Het is aan de eigenaar zelf om af te wegen of hij de investering de moeite waard vindt. Investeringen worden meegenomen in de waardebepaling van uw huis, tenzij ze hebben plaatsgevonden nadat het ontwerp van het ruimtelijk plan ter visie heeft gelegen. Dan geldt het argument dat de eigenaar had moeten weten dat de overheid het eigendom wilde aankopen en dan worden deze investeringen niet meegerekend in de waardebepaling.

Planschade en planschadevergoeding

Planschade is de schade die ontstaat doordat een eigenaar in een planologisch nadeliger positie komt. Door de aanleg van de Duinpolderweg kan een woning of perceel in waarde verminderen, omdat die in de directe omgeving ligt van het tracé. Die waardevermindering door het vaststellen van een bestemmingsplan of provinciaal inpassingsplan noemen we planschade.

Eigenaren van een huis/perceel dat vlak naast de nieuwe weg ligt, komen mogelijk in aanmerking voor een vergoeding voor planschade. Zij kunnen een planschadeclaim indienen bij de provincie als deze het ruimtelijk plan (provinciaal inpassingsplan of ander ruimtelijk plan) heeft vastgesteld. Van belang is dat de schade wordt veroorzaakt door een planologische wijziging behorend bij het project/plan. De hoogte van de vergoeding voor planschade stelt een onafhankelijk adviseur of een commissie vast. Planschade is altijd een tegemoetkoming in de schade. Verder geldt een eigen risico van minimaal 2% van de waarde van uw woning.

Nadat het ruimtelijk plan (bijvoorbeeld het provinciale inpassingsplan) is vastgesteld, is het mogelijk om planschade te claimen. Voor dit project is dit niet eerder voorzien dan eind 2022.

Als een woning/perceel in waarde verminderd is door de onzekerheid over de komst en ligging van de weg(en), valt dat niet onder planschade, maar  onder de ‘schaduwschade’. Een voorbeeld is dat een woning nu al minder goed verkoopbaar wordt vanwege de ligging vlak naast de weg. Het is wettelijk vastgesteld dat deze vorm van schade niet in aanmerking komt voor een vergoeding.

Grondverwerving

Om de weg aan te kunnen leggen is het nodig om huizen, opstallen en delen van percelen aan te kopen. Het zijn de beide provincies die deze aankopen zullen gaan doen. Voordat hiermee kan worden begonnen moet het ontwerp (tracé) helemaal vastliggen. De provincies zullen daarom niet voor het einde van 2020 de daadwerkelijke (grond)verwervingsgesprekken beginnen. Deze planning is onder voorbehoud van de besluitvorming van Provinciale Staten (medio 2020) ten aanzien van het ontwerp en de ruimtelijke inpassing.

 

Uitgelicht