Stikstofaanpak
Stikstof is een stof die van nature in de lucht voorkomt en onmisbaar is voor planten en dieren. Problemen ontstaan wanneer er te veel stikstofverbindingen in de natuur terechtkomen.
Dit gebeurt vooral via ammoniak (NH₃) uit de landbouw en deels de industrie en stikstofoxiden (NOx) uit verkeer en industrie. Te veel van deze stikstofverbindingen zorgt ervoor dat kwetsbare planten verdwijnen en de biodiversiteit afneemt. Ook in beschermde Natura 2000-gebieden, waarover Nederland afspraken met Europa heeft gemaakt, leidt dit tot verslechtering van de natuurkwaliteit. Daarom moeten overheden de uitstoot en neerslag van stikstof verminderen en de natuur herstellen.
Programma Stikstofaanpak
De provincie Noord-Holland werkt aan een samenhangende aanpak om stikstofuitstoot blijvend te verminderen en natuur blijvend te herstellen. Deze programmatische aanpak richt zich onder andere op herstel en behoud van Natura 2000-gebieden waar de natuur gevoelig is voor stikstof. De provincie heeft een wettelijke taak voor het in stand houden van de natuur in 12 van deze gebieden en werkt samen met het Rijk en andere partners aan oplossingen.
De aanpak bestaat uit 2 onderdelen: algemene maatregelen die de stikstofuitstoot verminderen voor alle sectoren zoals landbouw, industrie en verkeer. En gebiedsgerichte maatregelen voor natuurherstel én vermindering van de uitstoot van stikstof rond kwetsbare natuur. De provincie sluit aan bij landelijke doelen, zoals een afname van stikstofuitstoot richting 2035 voor landbouw, industrie en mobiliteit. Tegelijk werkt zij aan natuurherstel, onder andere via het Natuurnetwerk Nederland en het Uitvoeringsprogramma Natuur. Met deze aanpak werkt de provincie toe naar het weer mogelijk maken van herstel van de natuur én daarmee weer naar het creëren van ruimte voor vergunningverlening.
Naast het verminderen van stikstofuitstoot werkt de provincie Noord-Holland actief aan het herstellen van de natuur. In het Uitvoeringsprogramma Natuur 2024–2030 worden hiervoor concrete maatregelen uitgevoerd in en rond Natura 2000-gebieden. Het gaat daarbij om het verbeteren van de natuurkwaliteit en het voorkomen van verdere achteruitgang. Belangrijke maatregelen zijn het herstellen van waterhuishouding van bijvoorbeeld plassen en sloten (hydrologie), het tegengaan van verzuring en vermesting, het bestrijden van invasieve planten- en dierensoorten en het versterken van natuurlijke processen zoals verlanding en duindynamiek. Veel natuurgebieden hebben te maken met een langdurig te hoge stikstofdepositie, waardoor kwetsbare habitats onder druk staan.
Verzuring betekent dat de bodem zuurder wordt, waardoor planten moeilijker voedingsstoffen kunnen opnemen. Vermesting betekent dat er te veel voedingsstoffen (zoals stikstof) in de bodem komen, waardoor snelgroeiende planten andere soorten verdringen. Met habitats bedoelen we leefgebieden van planten en dieren, zoals duinen, moerassen of heide. Duindynamiek gaat over de natuurlijke beweging van zand door wind en zee, waardoor nieuwe duinen ontstaan en bestaande duinen veranderen. Door het combineren van natuurherstel én het terugdringen van de uitstoot van stikstof werkt de provincie aan de voorwaarden waarbinnen zij de natuurdoelen op termijn haalt.
De provincie maakte in 2025 afspraken met landbouworganisaties over het verminderen van stikstofuitstoot. In dit convenant (pdf) is afgesproken dat de sector zich inzet voor een forse afname van uitstoot richting 2035. Boeren krijgen ruimte om via doelsturing en innovatie hun uitstoot te verminderen. Een belangrijk onderdeel daarvan zijn managementmaatregelen. Daarmee past een boer zijn of haar dagelijkse werkwijze aan om minder stikstof uit te stoten, zoals dieren ander voer te geven, ze vaker buiten te laten lopen of mest anders te gebruiken.
Dit convenant vormt een belangrijke basis onder de stikstofaanpak. En wordt een onderdeel van de provinciale stikstofaanpak. Het draagt bij aan zowel natuurherstel als toekomstperspectief voor de landbouwsector. De provincie werkt daarbij samen met boeren aan een duurzame en economisch haalbare transitie. Dit sluit ook aan bij de landelijke lijn vanuit het Rijk.
Het Groene Hart Plus is een belangrijk gebied waar meerdere opgaven samenkomen, zoals natuurherstel, landbouw, water en woningbouw. Door de hoge stikstofdruk en kwetsbare natuur is vergunningverlening hier vaak vastgelopen.
De provincie werkt samen met provincies Zuid-Holland en Utrecht, gemeenten, waterschappen, gebiedspartners en met steun van het Rijk aan een gebiedsgerichte aanpak. Deze richt zich op maatregelen zoals verduurzaming van landbouw, natuurherstel en verbetering van waterkwaliteit. Op korte termijn worden binnen de stikstofaanpak van Noord-Holland maatregelen uitgevoerd die direct bijdragen aan de afname van stikstof en natuurherstel.
Deze aanpak helpt om het gebied weer in beweging te krijgen: natuur verbeteren én ruimte creëren voor ontwikkelingen zoals woningbouw en infrastructuur.
De industrie levert een kleinere, maar belangrijke bijdrage aan stikstofuitstoot in Noord-Holland. Vooral in gebieden zoals de IJmond en rond Zaanstad heeft dit effect op nabijgelegen natuur.
De provincie zet in op forse afname van uitstoot door industriële bedrijven (pdf). Dit gebeurt via strengere vergunningverlening, landelijke regelgeving en afspraken met grote uitstoters. Veel bedrijven investeren in schonere technieken, zoals gaswassers, elektrificatie en verduurzaming van productieprocessen.
De verwachting is dat de uitstoot van de grootste industriële bedrijven de komende jaren sterk daalt. Daarmee levert de sector een belangrijke bijdrage aan het verminderen van stikstofneerslag in combinatie met andere klimaatdoelen zoals de vermindering van CO2.
Mobiliteit levert een belangrijke bijdrage aan de uitstoot van stikstofoxiden in Noord-Holland. De uitstoot komt vooral van wegverkeer, scheepvaart en luchtvaart. Deze uitstoot kan neerslaan in Natura 2000-gebieden. Hoe groot het effect is, verschilt per natuurgebied.
De provincie zet in op het verminderen van de uitstoot door verkeer en vervoer. Dit gebeurt onder andere door elektrisch vervoer, emissievrij openbaar vervoer en schoner goederenvervoer te stimuleren. Ook investeert de provincie in laadvoorzieningen, fietsroutes en goede mogelijkheden om met het openbaar vervoer te reizen. Daarnaast zijn landelijke en Europese regels voor schonere voertuigen, schepen en brandstoffen belangrijk.
De verwachting is dat vooral de uitstoot van het wegverkeer de komende jaren verder daalt. Dit komt doordat steeds meer voertuigen elektrisch rijden en nieuwe voertuigen minder stikstofoxiden uitstoten. Groei van het verkeer kan deze daling wel afremmen. Daarom blijven aanvullende maatregelen nodig om de stikstofuitstoot en de neerslag op kwetsbare natuur verder te verminderen.
Ook woningbouw heeft invloed op stikstof. Tijdens de bouw ontstaat tijdelijke uitstoot door machines en transport. Na oplevering komt structureel stikstof vrij door verkeer en energiegebruik van bewoners.
Door de huidige staat van de natuur is het vaak moeilijk om vergunningen te verlenen voor woningbouwprojecten, vooral in de buurt van Natura 2000-gebieden.
Het Rijk en de provincie werken aan maatregelen om dit te verbeteren, zoals emissieloos bouwen en een mogelijk ondergrens voor kleine projecten. Het doel is om in de toekomst weer meer ruimte te creëren voor woningbouw, zonder de natuur verder te belasten.
Voor activiteiten die stikstofneerslag veroorzaken op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden is een natuurvergunning nodig. Door de huidige staat van de natuur is vergunningverlening complex. Initiatiefnemers moeten aantonen dat hun project geen significante negatieve effecten heeft op beschermde natuur. Daarbij speelt de zogenoemde additionaliteitstoets een belangrijke rol: stikstofruimte mag alleen worden gebruikt als kan worden uitgesloten dat de natuur niet verslechterd.
Een veelgebruikte methode is salderen. Bij intern salderen wordt stikstofruimte binnen hetzelfde project of dezelfde locatie hergebruikt, bijvoorbeeld door oude, vervuilende activiteiten te vervangen door schonere varianten. Bij extern salderen wordt stikstofruimte overgenomen van een ander bedrijf dat (deels) stopt. Voor beide vormen is een vergunning nodig en moet altijd een passende beoordeling worden uitgevoerd voor de gehele locatie.
De provincie Noord-Holland werkt aan samenhangende maatregelen met een blijvende afname van stikstof en blijvend natuurherstel. Dit is gericht op een juridisch houdbaar kader, zodat in de toekomst weer meer vergunningen verleend kunnen worden voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw, infrastructuur en verduurzaming van bedrijven. Tot die tijd blijft vergunningverlening maatwerk en wordt per aanvraag zorgvuldig beoordeeld wat mogelijk is.