Bouwen in landelijk gebied
Om Noord-Holland leefbaar en gezond te houden, is een goede balans nodig tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. De provincie wil dat woningen zoveel mogelijk in bestaande steden en dorpen en op goed bereikbare locaties worden gebouwd. Toch is het soms noodzakelijk om daarnaast ook in het landelijk gebied te bouwen.
Inhoudsopgave
In de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 staan de uitgangspunten voor het bouwen in landelijk gebied en de afwegingen die we daarbij maken. De Omgevingsverordening NH2022 bevat, naast regels over ruimte, milieu en verkeer, de regels voor nieuwbouw in het landelijk gebied.
Om te bouwen in het landelijk gebied vindt de provincie het belangrijk dat plannen regionaal worden afgestemd en dat deze goed in het landschap passen. Verder is het belangrijk dat er rekening wordt gehouden met ruimtelijke kwaliteit, locatie en duurzaamheid van het project. De provincie beoordeelt of de gemeentelijke bestemmingsplannen hieraan voldoen en adviseert graag in een vroeg stadium over bestemmingsplannen.
Woningbouw
Woningbouw in landelijk gebied moet plaatsvinden aan een kern of dorpslint. Alle woningbouwplannen in landelijk gebied moeten worden opgenomen in regionale afspraken. Ook moeten gemeenten aantonen waarom woningbouw op die locatie nodig is en het goed inpassen in het landschap.
Bouwen in beschermde gebieden
Een deel van het landelijk gebied heeft extra bescherming. Voor deze gebieden gelden aanvullende regels. Het gaat om landelijk gebied dat valt onder:
- het Natuurnetwerk Nederland
- het Beschermd landschap
- UNESCO-werelderfgoed
Natuurnetwerk Nederland
Het natuurgebied van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is beschermd in de Omgevingsverordening. Het gaat om uiteenlopende natuurgebieden, bijbehorende natuurverbindingen en leefgebied weidevogels. Het NNN mag in principe niet worden aangetast door bijvoorbeeld woningbouw, nieuwe infrastructuur of andere ruimtelijke ingrepen. De provincie kan een uitzondering maken voor een ontwikkeling van groot openbaar belang waarvoor geen reële alternatieven zijn. In dat geval moeten de negatieve effecten worden tegengegaan of worden gecompenseerd. Als een ingreep wordt toegestaan, moet de initiatiefnemer de natuur compenseren. In de NNN-wijzer staan de provinciale regels voor ruimtelijke ontwikkelingen. Regels voor natuurcompensatie staan in de momenteel geldende Omgevingsverordening.
Bouwen in Beschermd landschap
In de omgevingsverordening zijn 32 waardevolle en kwetsbare landschappen aangewezen als Beschermd landschap (voorheen Bijzonder Provinciaal Landschap/BPL). Op deze gebieden is de provincie extra zuinig vanwege hun bijzondere ecologische, landschappelijke, cultuurhistorische of aardkundige waarde. Per gebied is aangegeven welke kernkwaliteiten aanwezig zijn. In sommige gevallen zijn ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk in Beschermd landschap, zolang ze de kernkwaliteiten niet aantasten.
Ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk in Beschermd landschap, zolang de kernkwaliteiten niet worden aangetast. Denk aan fietspaden, energievoorzieningen, woningbouw (maximaal 25 woningen) en bouwwerken met een oppervlak van minder dan 500 m2. Als plannen met maximaal 25 woningen wel de kernkwaliteiten van het Beschermd landschap aantasten, zijn er mogelijkheden om deze onder voorwaarden toch mogelijk te maken. Deze voorwaarden zijn opgenomen in artikel 6.59a van de Omgevingsverordening.
Voor woningbouw bestaande uit meer dan 25 woningen in Beschermd Landschap kan de gemeente in overleg met de provincie kijken naar maatwerk. De uitgangspunten voor de ontwikkelingen zijn te vinden in de Uitgangspunten en werkwijze maatwerk (pdf).
Plannen voor ontwikkelingen die hierbuiten vallen, tasten het bijzondere landschap aan. Uitvoering van die plannen kan alleen als het van groot openbaar belang is en als er kan worden aangetoond dat er geen andere mogelijkheden zijn. De schade aan het landschap moet dan worden gecompenseerd.
Bouwen in UNESCO
UNESCO is de culturele organisatie van de Verenigde Naties. Het doel van de organisatie is om cultureel- en natuurlijk erfgoed van unieke en universele waarde beter te kunnen bewaren voor de toekomst. Nederland heeft 12 van deze werelderfgoederen. De provincie Noord-Holland biedt met de omgevingsverordening bescherming aan: de Beemster, Stelling van Amsterdam en de Hollandse Waterlinies. Initiatieven mogen de kernkwaliteiten zoals beschreven in bijlage 8 en 8a van de Omgevingsverordening 2022 niet aantasten. Hierop kan de provincie een uitzondering maken. Dit geldt alleen voor een grootschalige stads- of dorpsontwikkelingslocatie of glastuinbouwlocatie of een grootschalig bedrijventerrein of infrastructuurproject. Er moet sprake zijn van een groot openbaar belang en er mogen geen reële alternatieven zijn. Negatieve effecten moeten gecompenseerd worden.
Voor het bouwen binnen de Hollandse Waterlinies kan de wegwijzer worden geraadpleegd. Dit is een tool waarin overzichtelijk alle regels te vinden zijn die gelden voor het werelderfgoed Hollandse Waterlinies in Noord-Holland.
Vrijkomende agrarische bebouwing (VAB)
Als een bedrijf in het landelijk gebied stopt, blijven de gebouwen vaak leeg. Dit kan het landschap minder mooi maken of ongewenste activiteiten aantrekken. De provincie Noord-Holland wil het landelijk gebied aantrekkelijk houden en stimuleert daarom de sloop van deze leegstaande bedrijfsbebouwing. Er zijn verschillende mogelijkheden voor een nieuwe bestemming:
- Omzetten naar woningen: Leegstaande bedrijfsbebouwing mag, onder bepaalde voorwaarden, worden omgebouwd tot maximaal 3 gewone woningen. Dit mag ook buiten een dorp of een dorpslint, met inachtneming van de provinciale regels (artikelen 6.18b en 6.19a van de OVNH2022).
- Omzetten naar andere kleinschalige functies: Voor vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing is het ook mogelijk om ze om te vormen tot een kleine stedelijke functie, zoals een zorgboerderij, atelier of werkplaats. De voorwaarden hiervoor staan in artikel 6.19a van de OVNH2022.
Waarom doet de provincie dit?
Het doel is niet om extra woningen te bouwen, maar om het landschap mooier te maken en lege gebouwen te verwijderen. Daarom geldt bij deze plannen ook de Leidraad Landschap en Cultuurhistorie (zie artikel 6.75).
Wie helpt u verder?
De gemeente past de provinciale regels toe en is het eerste aanspreekpunt voor plannen.