Planning

Ieder stikstofgevoelig gebied verschilt. Daarom is gebiedsgericht maatwerk nodig. Hoe en wanneer de provincie dit maatwerk wil organiseren, staat in onderstaand overzicht. 

Fase 1 - Analyse

In de eerste fase (sinds begin december) werkt de provincie aan een data-analyse van de 12 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt in voorbereiding op de gesprekken met alle betrokkenen in de gebieden. In deze analyse brengen we de volgende zaken in beeld: 

Data-analyse
 Onderwerpen Vraagstukken
Natura 2000 habitats
  • Waar liggen de stikstofgevoelige habitats op grondniveau?
  • Wat is de huidige stikstofneerslag op deze habitats? 
Stikstofneerslag en bronnen
  • Hoeveel van de totale stikstofneerslag is afkomstig van lokale bronnen?
  • Wat zijn alle lokale stikstofbronnen?
  • Wat is de bijdrage aan stikstofneerslag per bron?
Herstelmaatregelen 
  • Hoe staat het met de uitvoering van de al geplande herstelmaatregelen? 
  • Welke al geplande herstelmaatregelen kunnen worden versneld? 
Bronmaatregelen
  • Welk effect hebben de maatregelen van het Rijk op de stikstofneerslag in dit gebied? 
  • Ontwikkelbehoefte
  • Hoeveel stikstofruimte is nodig voor ontwikkelingen zoals woningbouw? 

 

Fase 2 - Gesprekken in de gebieden

Na de analysefase gaat de provincie, per Natura 2000-gebied, in gesprek met alle lokaal actieve partijen (ondernemers, waterbeheerders, terreinbeheerders, gemeente, agrariërs, industrie, wegbeheer) om samen te kijken welke bron- en herstelmaatregelen in dat specifieke gebied mogelijk zijn om de doelstellingen te halen.

Dit gebeurt via zogeheten gebiedstafels. De gesprekken aan de gebiedstafels moeten leiden tot een pakket aan bron- en eventueel aanvullende herstelmaatregelen per gebied. Deze worden voor advies  besproken in de Provinciale regietafel stikstof waarna Gedeputeerde Staten deze vaststellen. Als er zich in de tussentijd al mogelijkheden voordoen om op zeer korte termijn een daling van de stikstofneerslag voor elkaar te krijgen dan zal de provincie die mogelijkheden benutten (bijvoorbeeld wanneer een agrariër of bedrijf aangeeft te willen stoppen). Meer informatie over de gebiedstafels staat op de pagina Gebiedsgerichte aanpak.  

Korte termijn (juli 2020) 

  • Opstellen van een concreet pakket aan bronmaatregelen per gebied. Samen met de gesprekspartners zoekt de provincie naar mogelijkheden voor de vastgelopen vergunningsaanvragen voor woningbouw en andere maatschappelijke projecten. Bijvoorbeeld door in de buurt de stikstofuitstoot te verkleinen. Een deel van die teruggedrongen neerslag is winst voor de natuur. Maar een klein deel wordt geruild tegen belangrijke projecten uit de omgeving (salderen). Door daarnaast ook de planning van deze projecten op elkaar af te stemmen, vindt de tijdelijke stikstofneerslag tijdens de bouw van woningen niet tegelijk plaats en kunnen meer projecten door gaan.
  • Opstellen van een concreet pakket aan aanvullende herstelmaatregelen per gebied, bovenop de al in gang gezette herstelmaatregelen, die de provincie de komende 2 jaar  neemt om de kwaliteit van de Natura 2000-gebieden te versterken. Deze maatregelen voeren voert de provincie in 2020 en 2021 uit.

Langere termijn (2e helft 2020)

  • Opstellen van een concreet pakket aan bronmaatregelen om daarmee een bewezen significante daling van de stikstofneerslag op de stikstofgevoelige habitats te bereiken.
  • Opstellen van een pakket aan herstelmaatregelen die bijdragen aan het behalen van de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen en die de komende 6 jaar uitvoeren.

In deze fase wordt ook onderzocht of het invoeren van een drempelwaarde voor vergunningverlening per Natura 2000-gebied haalbaar is. De drempelwaarde geeft de grens aan van het maximum aantal mol aan stikstof dat uitgestoten mag worden. Bij dit onderwerp is de juridische houdbaarheid van groot belang. Of een drempelwaarde mogelijk is, hangt ook voor een groot deel af van de bereikte afname aan stikstofneerslag via bronmaatregelen. De provincie onderzoekt of een deel van deze ruimte de drempelwaarde. Als een drempelwaarde haalbaar is, voert de provincie deze ook in. 

Fase 3 - Uitvoering en monitoring

De opgestelde analyse kan vervolgens worden gebruikt om ook in de al lopende gebiedsprocessen te sturen op het bereiken van de stikstofdoelstelling. De daadwerkelijke uitvoering van zowel de bron- als herstelmaatregelen brengt de provincie zoveel mogelijk onder in lopende gebiedsprocessen. Echter, nog niet in alle Natura 2000-gebieden lopen nu gebiedsprocessen. Voor deze gebieden zet de provincie  de komende tijd een structuur op.  Het is ook van belang om de voortgang van de daling goed te registreren en eventueel te meten. Hiervoor wordt afstemming gezocht met het Rijk aangezien deze het meetnet beheert. De provincie sluit zich aan bij de landelijke methodes. Tot slot is het van belang goed in beeld te hebben wat de staat van de Natura 2000-habitats is. Nu wordt, met het oog op Natura 2000, om de 6 jaar een uitgebreide veldmeting gehouden. In de verdere uitwerking van de gebiedsgerichte aanpak bekijkt de provincie of en zo ja, hoe deze monitoring versterkt kan worden.
Meer informatie over de planning per fase staat in het plan van aanpak
 

Uitgelicht