Nieuwjaarstoespraak mr. Arthur van Dijk, Commissaris van de Koning van de provincie Noord-Holland, op 18 januari 2019, te Haarlem

(18 januari 2019)

Om te beginnen, dames en heren, wens ik u en de uwen, - mede namens het provinciebestuur – een in alle opzichten voorspoedig, gezond en veilig 2019 toe.

Zoals u weet, ben ik onlangs aangetreden als nieuwe Commissaris.
De zeventiende in een lange rij.

De installatievergadering van PS, eerder deze maand, heb ik als een serie mooie momenten ervaren!
Een warm bad, zo werd het ook wel omschreven – en terecht.
Als mij al iets voor de voeten werd geworpen, was het dat nog niet iedereen mij kent.
Dat lijkt mij alleszins overkomelijk…

Aan die betrekkelijke onbekendheid wil ik snel een eind maken.
Ik heb dat al eerder gezegd.
Maar belangrijker dan gekend worden: Ik wil vooral leren kennen.
Noord-Holland, de Noord-Hollanders, en hun wensen, problemen, en verwachtingen.
Ik wil hun pols voelen.

Als net geïnstalleerde Commissaris raak ik in snel tempo meer vertrouwd met de organisatie en met de Noord-Hollandse provinciale politiek.

Als Noord-Hollander ken ik de omgeving, en als uw Commissaris ga ik de provincie tot in haar haarvaten leren kennen.
We kennen de kansen en bedreigingen? Maar wat komt er verder nog op ons af? En vooral: wat voelen en willen onze inwoners?
En hoe kunnen wij ons als provincie daartoe verhouden?

Economische ontwikkeling

Dat soort vragen stellen we onszelf vooralsnog onder een gunstig economisch gesternte. Noord-Holland kende de afgelopen jaren een sterke economische groei, ‘bovengemiddeld’ om in de termen van het CBS te spreken. De verwachting voor het komende jaar is dat die groei iets minder snel gaat. Vooral de krapte op de arbeidsmarkt zet een rem op de productiegroei.
De werkloosheid daalt volgend jaar naar het laagste punt in tien jaar, en nadert het dal van 2008. Werkgevers moeten alle zeilen bijzetten om aan mensen te komen.
Hoe dan ook, Noord-Holland blijft één van de belangrijkste economische regio’s van Nederland, waar zo’n 21% van de toevoegde waarde vandaan komt. Noord-Holland is ook goed voor zo’n 18% van alle banen van Nederland. De aantrekkingskracht van Amsterdam en omgeving is buitengewoon groot, mede dankzij het uitstekende vestigingsklimaat. Dat heeft positieve uitstraling en effecten.

Noord-Holland is een omvangrijke en gevarieerde provincie, bestaande uit verschillende regio’s. Die leveren alle hun bijdrage en maken de Provincie tot wat zij is, van Gooi en Vechtstreek tot de Kop.

Neem nou Noord-Holland Noord, of Holland boven Amsterdam. Ook van deze regio is de economische kracht vermeldenswaard. Je kunt in deze ondernemende regio aankloppen voor de best veredelde zaden, het schoonste water, en het is de erkende verse groenteleverancier van Nederland.
Noord-Holland Noord blinkt uit in Agri & Food, Water, Energie, en Toerisme. Dat zijn dan ook de speerpunten die de samenwerkende regio’s hebben gedefinieerd in de ambities richting 2040. Het gebied biedt ruimte. Voor inwoners en bedrijven. En de uitstekende toeristische voorzieningen maken de regio een prima alternatief voor toeristen die de drukke MRA willen ontvluchten. Daarnaast kan de regio met de economische speerpunten een bijdrage leveren aan de aanpak van grote mondiale vraagstukken, zoals de voedselproblematiek en het klimaatvraagstuk.  

Over mondiaal en provinciaal nog dit: niet alle politiek is provinciale politiek. De provincie heeft niet overal een taak. En niet alle ontwikkelingen in de samenleving raken ook meteen het provinciehuis. Niet voor alles hoeft door ons beleid te worden gemaakt.

Omgekeerd zal ook het provinciebestuur, of we dit nu willen of niet, te maken krijgen met landelijke, Europese, of zelfs mondiale fenomenen, waar we antwoorden op moeten geven.

Energietransitie en draagvlak

Het klimaat is zo’n thema. Een mondiaal vraagstuk dat daarmee ook op onze provincie van toepassing is. Denk aan de zeespiegelstijging. Die gaat ons als meest waterrijke provincie van Nederland met een lange kustlijn rechtstreeks raken.
Dat geldt ook voor de beoogde maatregelen uit het Ontwerp Klimaatakkoord. Die slaan ruimtelijk gezien ergens neer. Als er windmolens bij moeten komen, is meteen ook de vraag: waar dan precies? En wie beslist daarover?

Wat het Ontwerp Klimaatakkoord betreft: daarin komt het volgens mij aan op de balans tussen noodzaak en draagvlak. De noodzaak van maatregelen lijkt evident, het draagvlak onder de bevolking is afhankelijk van tempo en de pijn in de eigen portemonnee. Er is denk ik best veel bereidheid om er iets aan te gaan doen. Het gaat erom mensen mee te nemen in realistische plannen. En met realistisch bedoel ik ook: betaalbaar. Dat meenemen in de plannen is niet alleen uit tactisch oogpunt belangrijk, maar ook simpelweg vanuit de wens om het democratisch proces te bewaken.
En het meenemen van mensen is bij de beoogde Energietransitie absoluut nodig, gezien de enorme omvang van deze transitie en de beoogde snelheid ervan.

Gevolgen van Brexit

De Brexit: ook zo’n vraagstuk. Het is van Europese herkomst, maar het gaat ook bij ons in Noord-Holland terechtkomen. Nederland zal naar verwachting door de Brexit meer getroffen worden dan veel andere EU-landen. En binnen Nederland wordt Noord-Holland weer meer getroffen dan veel andere provincies. Bedenk dat liefst 20% van de gehele Noord-Hollandse export, waaronder veel bloemen, naar het Verenigd Koninkrijk gaat.

Er komen dus veranderingen aan.
Het is te hopen dat Noord-Holland haar vertrouwde aanpassingsvermogen en flexibiliteit kan aanwenden om negatieve gevolgen tot een minimum te beperken, en te kijken naar kansen die zich óók zullen aandienen.
 
Er bestaat de gerede mogelijkheid – zeker gezien de recente ontwikkelingen - dat het Verenigd Koninkrijk en de EU op 30 maart zonder akkoord uit elkaar gaan. Deal of geen deal, de Nederlandse afdracht aan de EU gaat sowieso omhoog door het vertrek van de Britten. Los daarvan, becijferde het CPB dat de Nederlandse economie door tarieven en andere handelsbelemmerende maatregelen tot 2030 tussen de 7,5 en 10 miljard euro moet prijsgeven, afhankelijk van of er een akkoord ligt, ja of nee.

Digitale economie

Een ander vraagstuk is bijvoorbeeld het verschijnsel van de digitale economie, dat overal in de wereld impact heeft. En zeker ook in Noord-Holland. Snel internet is een belangrijke levensader. Het draagt bij aan ondernemerschap en economische groei. De interneteconomie heeft consequenties op allerlei terreinen. Denk bijvoorbeeld aan het veranderende koopgedrag van consumenten, die meer pakketjes vanuit de luie stoel bestellen, en minder in winkels te vinden zijn. Ook daarom is het overigens goed dat de Provincie een detailhandelsbeleid heeft met oog voor de leefbaarheid in kleine kernen, bijvoorbeeld. En daarom zal de provincie de gemeenten blijven stimuleren ontwikkelingen op dat gebied nauwkeurig te blijven monitoren en daarop in te spelen.
 
Een ander gevolg van de interneteconomie is de toenemende vraag naar datacenters, waaruit ook een flinke elektriciteitsvraag voortvloeit. De ruimtelijke aspecten van de digitale economie brengen als vanzelf de provinciale overheid in beeld. 

Ik noemde net enkele kwesties van verschillende aard en omvang.
Met elkaar moeten we proberen een bijdrage leveren aan de oplossing daarvan.
Maar de omstandigheden veranderen ook.

Bestuur en democratie

Neem bijvoorbeeld de manier waarop mensen zich verhouden tot politiek en overheid.
Het Sociaal Cultureel Planbureau doet ononderbroken onderzoek op dat vlak.
En de Staatscommissie Parlementair Stelsel, met mijn directe ambtsvoorganger als voorzitter, heeft hier vorige maand nog een rapport over doen verschijnen met meer dan tachtig aanbevelingen. Aanbevelingen over de toekomst van onze democratie.

Een van de maatschappelijke ontwikkelingen is dat de ledenaantallen van politieke partijen afnemen. Bepaalde groepen Nederlanders voelen weinig vertrouwen in de overheid. Er is de wens naar directe inspraak. Niet alleen in Nederland, ook in andere Europese landen.

Daarnaast is het steeds moeilijker om goede bestuurders te vinden.
Niet iedereen vindt de wereld van politiek en bestuur aantrekkelijk genoeg. De vraag wat mensen weerhoudt tot dit domein toe te treden, is uiteraard onze zorg.

Samen met gemeenten zullen we dat moeten proberen om te draaien. Als Commissaris streef ik ernaar steeds duidelijk uit de dragen waar de Provincie voor staat en wat onze missie is.

Politiek doet ertoe

Onze democratische rechtsstaat is een grote verworvenheid.
Helaas moeten we vaststellen dat het aantal en de ernst van bedreigingen van vooral burgemeesters toeneemt. Afgezien van de verwerpelijkheid van deze bedreigingen, plaatsen deze - als er ruchtbaarheid aan wordt gegeven (en dat kan soms niet anders) - de burgemeester ook in een onwenselijke maatschappelijke rol: die van zichtbare crimefighter, sheriff, zo u wilt.

Zo wordt het althans veelal gezien. Ik ben het wel eens met de woorden van de Haarlemse burgemeester Jos Wienen, die stelt dat het te ver gaat burgemeesters als crimefighters te bestempelen. Dat doet de werkelijkheid tekort. Burgemeesters pakken maatschappelijke problemen aan. Dat de reacties daarop soms disproportioneel zijn, is iets anders. Burgemeesters doen in beginsel vooral wat zij altijd al deden, en zijn verantwoordelijk voor openbare orde en veiligheid. Wel moet er daarbij maat gehouden worden en moet de overheid zich zo min mogelijk laten leiden door misdaad of conflicten.

Burgemeesters hebben een verantwoordelijke en publieke functie. Binnen ons democratisch bestel vervult de burgemeester vooral ook de rol om boven de partijen verbinding te maken. Te voelen en te proeven wat er leeft onder de inwoners. Het spreekt vanzelf dat die rol vraagt dat de burgemeester zich rekenschap geeft van het feit dat hij of zij bekeken wordt als publiek figuur.

Verkiezingen Provincie

Los van de inrichting van ons democratische huis: het vierjaarlijkse hoogtepunt van de provinciale politiek nadert in snel tempo. Op 20 maart is het zo ver: de verkiezingen voor Provinciale Staten.
De politieke kaarten worden opnieuw geschud.

Maar ook deze verkiezingen staan toch voor een deel onder invloed van externe ontwikkelingen en overwegingen. Of we het nu willen of niet, Statenverkiezingen zijn nooit, en ook deze keer niet, een puur provinciale aangelegenheid. Aan de uitslag zullen allerlei landelijke verklaringen en conclusies gekoppeld worden. Dat de Eerste Kamer gekozen wordt, helpt daar natuurlijk ook bij.

Ik zou graag zien dat de kiezer zich vooral laat leiden door Noord-Hollandse thema’s, zoals Wonen, Mobiliteit, en Natuur, maar de dagbladen en de journaals zullen hoogstwaarschijnlijk veel nadruk leggen op Haagse thema’s.
Statenverkiezingen zijn geen opgetuigde opiniepeilingen. Statenverkiezingen gaan over de Staten, zoals mijn Groningse ambtgenoot René Paas terecht vaststelde in zijn Nieuwjaarstoespraak.

Of er nu sprake is van specifiek Noord-Hollandse vraagstukken, of actuele thema’s die vanuit Europa of Den Haag tot ons komen: telkens is de vraag wat de provincie daarin betekent. Of het nu gaat om de inrichting van de omgeving, de werkgelegenheid, het woonklimaat, of om maatregelen in het kader van de energietransitie.

Bij dat al kunnen we vaststellen dat wij dicht bij onze inwoners staan, mede als gevolg van onze regionale benadering. Ten behoeve van die inwoners zetten wij onze slagkracht in.

De Provincie opereert idealiter, zou ik zeggen – en ik heb dat al eerder benadrukt -: altijd in samenwerking met anderen. Want welke specifieke bevoegdheden je ook hebt, je kunt het toch nooit alleen. Zeker niet als provincie.

Want ga maar na, er zijn weinig beleidsterreinen waar slechts één overheid over gaat. Bijna altijd hebben overheden elkaar nodig. Terwijl het burgers doorgaans niet zo veel kan schelen, wie nu precies waar over gaat, zolang problemen maar worden opgelost.

Als nieuwe Commissaris zou ik dan ook graag willen uitstralen, dat de provincie Noord-Holland een overheidsorganisatie is die opereert vanuit een intrinsieke bereidheid tot samenwerking. Weliswaar op basis van de eigen specifieke rol en met eigen bevoegdheden, maar vanuit de overtuiging dat je alleen met elkaar resultaten kunt behalen die duurzaam zijn.

100 jaar algemeen kiesrecht

Dit jaar, 2019, is ook het jaar waarin we stilstaan bij 100 jaar algemeen kiesrecht. Een grote verworvenheid in onze democratie, en ook een van de hoekstenen van die democratie.
Ter gelegenheid daarvan hebben Provinciale Staten de Ribbius-Peletier-penning in het leven geroepen.
Deze nieuwe onderscheiding zal de komende vijf jaar worden uitgereikt aan een vrouw die zich verdienstelijk heeft gemaakt voor de positie van vrouwen in de Noord-Hollandse politiek.
Ribbius-Peletier was kort na de Tweede Wereldoorlog de eerste vrouwelijke gedeputeerde in onze provincie.

En volgende week, op 25 januari, zal hier op Paviljoen Welgelegen de feestelijke opening zijn van de tentoonstelling ‘Stemt Hoopvol’ over 100 jaar vrouwenkiesrecht.
Overigens is die tentoonstelling op dit moment al klaar en te zien, dus ik nodig u van harte uit om een kijkje te nemen...

Tot slot, dames en heren.
Ik ga, als gezegd, proberen de polsslag van deze mooie provincie te voelen.
Ik vertrouw erop dat wij elkaar in het belang van de Provincie Noord-Holland het komende jaar zullen weten te vinden.
We moeten het tenslotte samen doen!
Samen met u, maar vooral samen met de inwoners.

Graag breng ik een toost uit op dat voornemen en op het nieuwe jaar…