Samenstelling

De Adviescommissie Ruimtelijke Ontwikkeling bestaat uit deskundigen op het gebied van landschap, stedenbouw en cultuurhistorie. Daarbij is ook bijzondere kennis op de terreinen economie, landbouw en water in de ARO vertegenwoordigd. De ARO staat onder voorzitterschap van Tom Smeelen, sectorhoofd van de sector Ruimtelijke Ontwikkeling bij de directie Beleid van de provincie Noord-Holland. Hans van Helden, werkzaam is bij de sector Integrale Opgaven en Transities, is secretaris van de ARO.

In de loop van 2016 zijn 6 van de 8 ARO-leden vervangen. Hieronder treft u de huidige samenstelling van de ARO aan. 

Leden


Ellen Marcusse

Ellen Marcusse (1963) is stedenbouwkundige. Zij is afgestudeerd aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam in 1998 met lof. Zij heeft een eigen ontwerp- en adviesstudio. Daarvoor heeft zij gewerkt bij verschillende ontwerpbureaus en de gemeentelijke overheid. Bij de gemeente Almere heeft zij ruim 10 jaar leidinggevende en strategisch adviserende functies vervuld, waaronder het Atelier IJmeer (2003 – 2006), mede in opdracht van de gemeente Amsterdam. Zij was hoofd van de opleiding Stedenbouw aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam (2001 – 2005) en de opleiding Urban Design bij de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (2010 – 2012). Op het gebied van ruimtelijk beleid en kwaliteit heeft zij momenteel zitting in gecombineerde commissies ruimtelijke kwaliteit, welstand en monumenten. Verder is zij regelmatig lid van vakjury’s, adviescommissies en examencommissies. Tevens is zij sinds 2014 lid van het Algemeen Bestuur van Waterschap Zuiderzeeland.

Irmgard van Koningsbruggen

Irmgard B.S. van Koningsbruggen studeerde kunst- en architectuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, met restauratiekunde in Delft als bijvak. Zij was bijna drie decennia als docent architectuurgeschiedenis aan de Vrije Universiteit verbonden en gaf daar met historici, archeologen en historisch-geografen vorm en inhoud aan de Masteropleiding Erfgoed (Heritage Studies). Haar wetenschappelijke belangstelling gaat uit naar de waardering en interpretatie van het verleden zoals die in architectuur, stedebouw en landschappen en in de geschiedschrijving daarover vorm krijgen. Vanuit de wens om theoretische kennis en inzichten maatschappelijk in te zetten, maar ook het universitaire onderwijs meer af te stemmen op het werkveld, werd zij onder andere lid van welstands- en monumentencommissies en was zij van 2002-2006 kroonlid van de Raad voor Cultuur. Zij is bestuurslid van het Dudok Architectuur Centrum en de Stichting Mooi Noord-Holland.

Jan Winsemius

Jan Winsemius is planeconoom. Hij studeerde rechten aan de UvA en is direct na zijn studie aan de slag gegaan als adviseur en onderzoeker in de ruimtelijke ordening en volkshuisvesting. Sinds 1999 is hij (mede)eigenaar van Bureau Middelkoop. Vanuit die rol heeft hij zich gespecialiseerd in verschillende richtingen, waaronder grondbeleid, planeconomie, ruimtelijke kwaliteit en de corporatiesector. De afgelopen jaren was hij onder andere bouwregisseur in de regio Groningen Assen, docent op de academie van Bouwkunst in Rotterdam, docent op de ASRE en medeoprichter van de Taskforce CO2.

Peter de Ruyter

Peter de Ruyter (Boskoop,1965) studeerde af als landschapsarchitect aan de Wageningen Universiteit (1992) en is directeur van Bureau Peter de Ruyter landschapsarchitectuur in Haarlem. Vanuit zijn bureau werkt Peter aan een reeks van actuele ruimtelijke vraagstukken op het raakvlak van stad, land en water. In zijn werk probeert hij de (economische) dynamiek in het landschap te omarmen en in te zetten voor nieuwe landschappelijke kwaliteiten.

Van 2008 tot 2012 was Peter leider van Atelier Fryslân, een onafhankelijke werkplaats die gevraagd en ongevraagd adviezen uitbracht aan provincie, gemeenten, natuurorganisaties en het waterschap. Adviezen zijn uitgebracht over onder andere de ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen, de kansen voor de Nederlandse waddenkust, de ruimtelijke inpassing van zonnepanelen en de ontwikkeling van een otterlandschap in het veenweidegebied. Zijn werk in de provincie Friesland resulteerde in 2016 in het veel geprezen boek 'Vloeiend landschap, over de toekomst van het Friese landschap'. Peter schrijft graag opiniërende artikelen, wordt veel gevraagd als jurylid en geeft regelmatig lezingen in binnen- en buitenland. In 2014 ontving hij de Arie Keppler Prijs Noord-Holland voor het landschappelijk herstel en de ruimtelijke ontwikkeling van Landgoed Zonnestraal in Hilversum.

Reserveleden

 

Ingeborg Thoral

Ingeborg Thoral (1972) studeerde stedenbouw aan de Academie van Bouwkunst in Amsterdam (cum laude) en landschapsarchitectuur aan de Hogeschool Larenstein.
In haar bureau MIXST URBANISME houdt ze zich bezig met op strategie, ontwerp en onderzoek van landschappelijke en stedelijke vraagstukken. En zoekt ze het debat tussen maatschappij, politiek en ruimtelijke kwaliteit.

Haar focus ligt bij industrieel of landschappelijk erfgoed, de ontwikkeling van het landelijke gebied, duurzame infrastructuur, veerkrachtige en waterbestendige steden en energielandschappen. Enkele projecten zijn onder andere ‘Rethink Athens’ - een centrumplan voor de binnenstad van Athene, het onderzoek Knoopplaatsen aan de snelweg en de ruimtelijke visie Noordelijke Rondweg Utrecht en Nieuwe Hollandse Waterlinie 2.0.
Verder examineert en doceert ze op master- en bacheloropleidingen en is van 2013 tot 2015 de onafhankelijk adviseur ruimtelijke kwaliteit van de Provincie Utrecht geweest.

Klaas Jan Wardenaar

Klaas Jan Wardenaar (Schellinkhout, 1963) studeerde Ecologie aan de Universiteit van Amsterdam, Architectonische vormgeving aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag en deed ten slotte staatsexamen Landschapsarchitectuur bij Bureau Architectenregister in Den Haag. Na 20 jaar werkzaam te zijn geweest bij Vista landschapsarchtectuur en stedenbouw is hij met twee oudcollega’s bezig een eigen bureau op te zetten. Ten slotte is hij sinds 2002 lid van de Commissie MER en geeft zo nu en dan les op de Academie van Bouwkunst Amsterdam en de Technische Universiteit Delft.


In zijn werk richt hij zich vanuit zijn gedegen kennis van het landschap en vanuit zijn gecombineerde achtergrond ecologie + ontwerp op ‘natuurinclusieve’ projecten, als vertaling van de ontwikkeling naar een meer geïntegreerde betekenis en positie van natuur in de samenleving. Daarnaast richt hij zich vanuit die achtergrond sterk op de actuele vraagstukken met name gekoppeld aan klimaatverandering, zowel op klein schaalniveau (ruimtelijke inrichting en architectuur) als op groter schaalniveau (deltaprogramma, ruimtelijke adaptatie, kustverdediging, grootschalige natuurontwikkeling, integrale gebiedsontwikkeling). Landschapsarchitectuur vormt deze opgaven een essentiële schakel tussen beleid, technische ontwikkeling en samenleving, waar hij maximaal aan wil bijdragen. Ten slotte richt hij zich op recreatie en toerisme, om middels beleving van het landschap voldoende aandacht, waardering en draagvlak te genereren voor behoud of kwalitatieve ontwikkeling.

Via de ARO wil hij met name deze kwalitatieve ontwikkeling positief, maar kritisch begeleiden.

Chris de Bont

Chris de Bont (1951) is vanaf 1977 werkzaam als klassiek historisch geograaf bij achtereenvolgens de Universiteit van Amsterdam, de Stichting voor Bodemkartering en haar opvolgers in Wageningen en Wageningen Universiteit. Hij publiceerde verscheidene boeken en een groot aantal artikelen waarin aanvankelijk toepassingsgericht onderzoek verder wetenschappelijk werd onderbouwd; vanaf 2000 is daarbij de nadruk op het puur wetenschappelijk onderzoek komen te liggen. In 2008 promoveerde hij op een proefschrift Vergeten land; ontginning, bewoning en waterbeheer in de westnederlandse veengebieden (800-1350) dat in 2014 in aangepaste en verkorte vorm verscheen als: Amsterdamse boeren; een historische geografie van het gebied tussen de duinen en het Gooi in de middeleeuwen. Vanaf 2012 verzorgt hij vanuit zijn bureau Paganellus Minor (www.paganellusminor.nl) collegeseries voor Wageningen Universiteit en de Rijksuniversiteit Groningen, maar ook cursussen, lezingen en excursies, met bijzondere liefde voor de west- en middennederlandse zand-, veen-, zeeklei- en rivierlandschappen. Zijn aandacht gaat daarbij ook uit naar de groeiende groep zeer geïnteresseerde amateurhistorici, meest 55-plussers, die in toenemende mate een bijdrage levert aan het wetenschappelijk discours binnen het vakgebied van de klassieke historische geografie.