Regionale afspraken leidend bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen

Vanaf 1 maart 2017 is het verplicht dat gemeenten in de regio gezamenlijk afspraken maken over nieuwe woningbouw, bedrijventerreinen, kantoren en detailhandel die gemeentegrensoverschrijdend is. Uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid bij de gemeente ligt. Maar bij gemeentegrensoverschrijdende bouwontwikkelingen kan de verantwoordelijkheid niet bij één gemeente worden neergelegd. Daarom moeten gemeenten onderling afstemmen en samenwerken voor een goede verdeling van bouwlocaties over de gemeenten. Dit om ongewenste concurrentie te voorkomen en vraag en aanbod regionaal in evenwicht te brengen.

Dit alles hebben we per 1 maart 2017 geregeld in onze Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) en de Uitvoeringsregeling regionale afspraken nieuwe stedelijke ontwikkelingen 2017. De regels over het aantonen van nut en noodzaak en het eerst benutten van binnenstedelijke mogelijkheden in de PRV zijn geschrapt. Deze regels zijn inmiddels door het rijk in wetgeving over de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen.

De regionale afstemming is niet geregeld in de Ladder, terwijl dit wel als een belangrijk uitgangspunt van de Ladder en een goede ruimtelijke ordening wordt gezien. De provincie handhaaft daarom de verplichte regionale afstemming in de PRV. Dit is vastgelegd in artikel 5a. De wijze waarop invulling moet worden gegeven aan de regionale afspraken over nieuwe stedelijke ontwikkeling is ondergebracht in een aparte uitvoeringsregeling.
De provincie gaat er vanuit dat de  gemeenten in de regio’s goede onderlinge afspraken maken, zodat op tijd onder andere de juiste woningen, kantoren, bedrijventerreinen op de goede plek worden gebouwd. De afwegingsruimte over wanneer,  wat, waar gebouwd wordt, ligt daarmee bij de gemeenten in de regio.

De regionale afspraken gelden voor nieuwe bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen.
In artikel 2 Woningbouw van de uitvoeringsregeling staat dat de regionale afspraken onder meer :

  • Gaan over de ontwikkeling, transformatie en herstructurering van woningbouwlocaties;
  • Gaan over kwantiteit, kwaliteit en fasering van de woningbouwlocaties;
  • Op een kaart de locaties buiten bestaand stedelijk gebied aangeven;
  • Zijn gebaseerd op de Regionale Actie Programma’s;
  • Worden overeengekomen door de colleges van B&W van de gemeenten in de regio;
  • Onderwerp zijn van monitoring.

Voor meer informatie:

Structuurvisie en PRV

Contactpersoon

Rien Wezenberg, 06 18306090 wezenbergm@noord-holland.nl

 

Uitgelicht